<?xml version='1.0' encoding='UTF-8'?><rss xmlns:atom='http://www.w3.org/2005/Atom' xmlns:openSearch='http://a9.com/-/spec/opensearchrss/1.0/' xmlns:georss='http://www.georss.org/georss' xmlns:gd='http://schemas.google.com/g/2005' xmlns:thr='http://purl.org/syndication/thread/1.0' version='2.0'><channel><atom:id>tag:blogger.com,1999:blog-1519731747028585709</atom:id><lastBuildDate>Sat, 12 May 2012 11:44:09 +0000</lastBuildDate><category>eenzame uitvaart den haag</category><category>eenzame uitvaart zutphen</category><category>den haag</category><category>amstelveen</category><category>eenzame uitvaart</category><category>rotterdam nummer 7</category><category>Eenzame uitvaart nummer 128 Amsterdam</category><category>eenzame uitvaart amsterdam</category><title>UITVAARTEN</title><description>Omschrijving van de eenzame uitvaarten in Nederland bijgewoond door de dichters in dienst van de stichting Eenzame uitvaart</description><link>http://uitvaart.eenzameuitvaart.nl/</link><managingEditor>noreply@blogger.com (uw Starik)</managingEditor><generator>Blogger</generator><openSearch:totalResults>141</openSearch:totalResults><openSearch:startIndex>1</openSearch:startIndex><openSearch:itemsPerPage>25</openSearch:itemsPerPage><item><guid isPermaLink='false'>tag:blogger.com,1999:blog-1519731747028585709.post-8400311125644984014</guid><pubDate>Sat, 12 May 2012 11:41:00 +0000</pubDate><atom:updated>2012-05-12T13:41:09.850+02:00</atom:updated><title>EENZAME UITVAART NUMMER 147</title><description>Eenzame uitvaart nummer 147&lt;br /&gt;I.M. Pierre Lambert&lt;br /&gt;Begraafplaats St. Barbara, donderdag 10 mei 2012, half twaalf.&lt;br /&gt;Dichter van dienst: Anneke Brassinga&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In de trein word ik op maandag aan het eind van de middag mobiel gebeld door Van Bokhoven. Hij belt vanuit zijn huis. Voor hem is het al avond. Ik noteer in het wilde weg wat aantekeningen op een envelop. Een oudere meneer, die in zijn auto is gestapt en naar het ziekenhuis is gereden. Longkanker. Hij wilde geen behandeling, maar is toch opgenomen, en uiteindelijk in een hospice gestorven. Ach. Ook donderdag. Aansluitend op de uitvaart, die vorige week al werd gemeld. Slechte verbinding. We spreken af morgenochtend weer te bellen, op kantoor.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Als ik thuiskom, vind ik een briefje van Anneke Brassinga. Ze doet alles met de post en de telefoon. Ze behoort tot de zeldzamen, die niet over een computer beschikken, maar alles nog op de typmachine doet. 'Dat geeft zo'n fijn geluid.' Nu komt dat briefje goed uit. Ik spreek op haar antwoordapparaat in dat meneer Van Bokhoven juist een uitvaart heeft gemeld, het fijne weet ik er nog niet van, hij is morgen om halftien weer op kantoor. Maar ik kom er niet door. 'Telefonisch in gesprek' wordt dat daar genoemd. Dan word je doorverbonden met de afdeling Noodverblijf. 'Ah, Starik, van de dichters.' Ja, Van Bokhoven heeft mijn nummer. Hij zal terugbellen. Dat doet hij pas tegen het eind van de middag, als ik me ernstig zorgen maak, bijna een dag kwijt, en het is al dinsdag. 'Mevrouw Brassinga heeft mij vanochtend al gebeld, meteen om half tien, dus ik dacht niet dat het nog nodig was. Ik heb haar alles verteld.' &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Gelukkig. Alles komt goed. Ik besluit het te laten voor wat het is. Wonderlijk, niettemin. &lt;br /&gt;Het zal de eerste eenzame uitvaart ooit worden waarbij ik niet weet wie er precies wordt weggebracht, en waarom. Ik zoek muziek uit voor nummer een en nummer twee, voor het geval dat. Ik moet er maar op vertrouwen dat alles goed komt.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Even na half elf hebben we afscheid genomen van mevrouw Van Driel. Tegen elven komt Anneke Brassinga de begraafplaats op lopen. Best vroeg, vindt ze zelf ook. Ze is met de bus gekomen. Haar fiets staat in de stalling, en er is iets met de chipkaart die haar toegang tot de stalling zou moeten verlenen. Ze kan haar fiets wel door het raam zien staan, maar ze kan er niet bij. De regen is opgehouden. Ik sta buiten met meneer Mahmood te kletsen. Mijn zoon zal later vandaag zijn rijbewijs halen. In één keer, is de bedoeling. Mahmood vertelt over zijn eigen dochter en zoon. Trotse vaders, merkt Anneke op. De dag na de uitvaart vind ik haar verslag in mijn postvak, waarvan ik de relevante passages hieronder heb overgetikt, want dat is de consequentie van de typmachine: je eigen computer verandert dan ook weer in iets dergelijks.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;"Meneer Pierre Lambert is achtentachtig jaar geworden en op 4 mei gestorven in het hospice van Sint Jacob op de Plantage Middenlaan. Het is een zachte, donkere, dreigende voorjaarsochtend. Starik en mijnheer Mahood hebben nog natte voeten van de voorafgaande Eenzame Uitvaart. Nu we voor de aula staan te achten op de auto met Pierre Lambert, breekt heel even de zon door. De platanen zijn geknot en steken wondermooi knokig af tegen de regenlucht. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Pierre Lambert was een 'natuurlijk kind', dus buiten de echt geboren, is me verteld. Hij heeft vanaf 1961 af op hetzelfde adres in de Lumeystraat gewoond, op drie hoog achter een zware deur, aan de binnen- en buitenzijde verstevigd met stalen strippen. Post ontving hij niet thuis, maar in zijn postbus. Een voorzichtig, op zichzelf levend man.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Met de ene overbuurvrouw met wie hij af en toe koffie dronk is het contact verbroken. Hij heeft haar in zijn laatste dagen op Sint Jacob niet meer willen ontvangen, daarom komt zij nu ook niet naar de begrafenis. Mijn stille hoop dat ze toch nog komen zal, vervliegt in de rook van onze sigaretten, terwijl de begrafenisauto het terrein oprijdt.&lt;br /&gt;Een groot boeket op de kist, van meneer Lamberts spaargeld. Zes dragers. Ik heb Frans klinkende componisten meegenomen: Josquin, Clemens non Papa, Ockeghem. Non Papa misschien omdat hij zijn vader nooit gekend heeft?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In de aula is het sereen en stemmig als altijd. Starik heeft me juist verteld dat hij niet bijzonder van Josquin houdt, die hem ooit als 'de mooiste muziek ter wereld' was aangeraden, en ja, dan kan het alleen maar tegenvallen. Nu moet hij, helaas, omdat ik het meenam, het Agnus Dei uit de mis 'Faisant Regrets' aanhoren. Die regrets komen dus goed uit.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Na de muziek en het gedicht lopen we gedrieën zwijgend achter de dragers aan - de kist ligt een beetje scheef door hun verschillende lengte. Voorop gaan de uitvaartleidster en mijnheer Degenkamp junior. Het blijft nog even droog. Na een schepje zand op de kist, een kop koffie in de koffiekamer, gaan we allen ons weegs, om voor de volgende bui binnen te zijn. Dit was een eenzame Eenzame Uitvaart, misschien omdat het de tweede van de ochtend was?" Aldus Anneke Brassinga.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;HONKVAST&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ze zeggen: je was een gesloten man, en bijna&lt;br /&gt;kluizenaar, achter een zware deur versterkt met&lt;br /&gt;stalen strippen, in een woning waar nooit&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;iemand kwam. Je nam niet op maar belde terug.&lt;br /&gt;Ik durf je amper toe te spreken - jij strakke man&lt;br /&gt;van achtentachtig die zelf de auto pakte om&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;naar het ziekenhuis te gaan, doodziek.&lt;br /&gt;Nu je niet meer in leven bent, is over je leven&lt;br /&gt;meer dan ooit bekend. 't Voelt haast brutaal&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;als ik me indenk hoe het voor je was&lt;br /&gt;om vaderloos te zijn en zeventien, toen 't oorlog werd.&lt;br /&gt;Maakt dat honkvast, nadien?  Wie zich opsluit&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;is vertrouwd met angst, onveiligheid.&lt;br /&gt;Op Dodenherdenkingsdag is je eind gekomen,&lt;br /&gt;wij herdenken nu jou en vragen ons af:&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wat is vrede? De rust van een graf?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;(C) Anneke Brassinga.&lt;br /&gt;(C) voor verslag: Brassinga/Starik.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;+&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/1519731747028585709-8400311125644984014?l=uitvaart.eenzameuitvaart.nl' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</description><author>noreply@blogger.com (uw Starik)</author></item><item><guid isPermaLink='false'>tag:blogger.com,1999:blog-1519731747028585709.post-947813168387293121</guid><pubDate>Sat, 12 May 2012 11:39:00 +0000</pubDate><atom:updated>2012-05-12T13:44:09.670+02:00</atom:updated><title>EENZAME UITVAART NUMMER 146</title><description>EENZAME UITVAART NUMMER 146&lt;br /&gt;I.M. Johanna Francisca van Driel&lt;br /&gt;begraafplaats St. Barbara, donderdag 10 mei, 10 uur 's morgens&lt;br /&gt;dichter van dienst: Wim Brands&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Op vrijdag 4 mei belt Ali Mahmood, vroeg in de ochtend. Hij spreekt op mijn antwoordapparaat in dat hij een eenzame uitvaart voor me heeft. Het duurt even voor ik hem te pakken krijg. Mevrouw Van Driel, geboren 1 augustus 1931, ongehuwd, kinderloos, woonachtig aan de Burgemeester Hogguerstraat op 28 april 2012. Het is de tweede dode dit jaar, die in een van die lange hoge flats aan de Sloterplas wordt aangetroffen. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;'En dit is het verhaal,' vertelt Mahmood. De huismeester van de flat werd gealarmeerd door haar benedenbuurvrouw: wateroverlast. Huismeester Beunder belt bij mevrouw Van Driel aan, krijgt geen gehoor. Hij sluit de hoofdkraan van het gehele pand af. Schakelt de politie in. Ook zij worden niet opengedaan. Politie laat de firma Van de Bogaard (kan ook Van den Boogaard zijn) de deur openen. De politie treft mevrouw Van Driel, geheel ontkleed, in de badkamer aan, op haar linkerzijde in foetushouding in de badkuip gelegen, in een laagje water van plusminus 25 centimeter. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Mevrouw Van Driel is overgebracht naar het VU- ziekenhuis, koelcel nummer 23. &lt;br /&gt;Ze wordt op donderdag 10 mei begraven. Die donderdagochtend regent het, hard en troosteloos. Je zou de wind stormachtig kunnen noemen. Eindelijk kan ik mijn kostbare paraplu met stormgarantie eens in de praktijk toetsen. En inderdaad, de paraplu houdt dapper stand. Ali Mahmood is er al, even later komt ook Wim aanfietsen. De jonge meneer Degenkamp vraagt naar de muziek. Ik overhandig hem de cd Key Figures, van Martin Fondse en Wolfert Brederode. Nummer 1, nummer 8, nummer 24.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wim Brands diept zijn gedicht uit zijn binnenzak op, om vervolgens te bemerken dat dit zijn gedicht niet is. 'O nee,' kreunt hij. 'Tien minuten!' Hij beent haastig weg, om tien seconden later terug te keren met een opgeluchte grijns. 'Zet dit maar niet in je verslag,' lacht hij. 'Dacht het wel,' geef ik terug. Precies om tien uur gaan we naar binnen. De uitvaartleidster gaat ons voor, een vriendelijke dame met een open, vrolijk gezicht. Ze vraagt of Menno er ook is. 'Wigman, bedoelt u?' informeer ik. Dat weet ze niet. Ze heeft een boek dat een vriendin van haar gekocht heeft bij zich, om te laten signeren. Maar ze laat het boek niet zien, nu ik Menno niet ben. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ali Mahmood schuift in op links, ik kies de derde rij op rechts, Wim komt naast me zitten. Best dichtbij, ik ben eigenlijk niet ver genoeg het bankje ingeschoven om plaats te maken voor een extra mens, dus ik schuif nog wat op. Als de aarzelende, zoekende piano is weggestorven, knikken we elkaar toe. Het is tijd om op te staan. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Achter ons horen we voetstappen. Wim stapt desondanks dapper naar voren, neemt plaats achter het spreekgestoelte en spreekt. Bij iedere regel, zodra tot een goed einde gebracht, maakt hij een buiging naar zijn papier, als om het te bedanken, dat het alles onthouden heeft wat hij er aan heeft toevertrouwd. Een papier dat hij ook echt heeft meegenomen. De uitvaartleidster zal later bekennen dat zij het was, die erover dacht naar voren te stappen om de dichter aan te kondigen, die al wist dat zijn tijd gekomen was. We hadden er alleen niks over afgesproken, over dat aankondigen, dat zullen we straks wel doen. Ze zal ook de volgende uitvaart leiden. &lt;br /&gt;Die staat op half twaalf, de volgende. Wij zijn een volcontinu bedrijf. Die van tien uur en die van half twaalf. Er schijnt er om half drie nog eentje te wezen, maar die doen de mensen gewoon zelf, daar zijn we niet bij nodig. Ondertussen staat de gehele kapel van de begraafplaats in de steigers, het dak wordt opnieuw bekleed, met Spaanse leitjes, en de bouwvakkers staan uitvaarten lang te wachten tot het eindelijk afgelopen is. Er moet getimmerd worden zolang het leven duurt.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In memoriam&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Johanna Francisca van Driel&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Zo heb ik het me bedacht: op een doordeweekse avond wilde u&lt;br /&gt;in bad, terwijl u dat meestal op zaterdag aan het einde van de dag&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;deed, zoals vroeger in de teil. U ontkleedde zich en herinnerde zich&lt;br /&gt;het verheugen op de dag erna. Zo was er een zondag dat u door de stad&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;dwaalde alsof u de plattegrond was, een tocht die eindigde in de dierentuin,&lt;br /&gt;de verwondering over de papegaaien met wie u sprak.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wanneer sprak u voor het laatst met iemand? Hoe vaak deed u&lt;br /&gt;boodschappen? Wat zei u in de winkels, wachtte u soms te lang&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;omdat u verlegen om een gesprek anderen liet voorgaan?&lt;br /&gt;Ik zie hoe u in het water neerdaalt. Wanneer verdwenen de vertrouwde&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;mensen uit uw leven? Het zal langzaam zijn gegaan, zoals je tenslotte&lt;br /&gt;in het te verlaten huis een laatste tapijt oprolt.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;U had geen kinderen. Ik zie hoe u in het water neerdaalt en denk aan&lt;br /&gt;het beeld van een mensheid die zich niet meer voortplant en zich&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;rustig oprolt. Zoals u nu in het water dat de juiste temperatuur heeft.&lt;br /&gt;Als een kind dat zich verheugt. U gaat ons voor.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;(c) voor het gedicht Wim Brands&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;(c) verslag F. Starik&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;+&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/1519731747028585709-947813168387293121?l=uitvaart.eenzameuitvaart.nl' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</description><link>http://uitvaart.eenzameuitvaart.nl/2012_05_01_archive.html#947813168387293121</link><author>noreply@blogger.com (uw Starik)</author></item><item><guid isPermaLink='false'>tag:blogger.com,1999:blog-1519731747028585709.post-440853940454092051</guid><pubDate>Thu, 03 May 2012 08:50:00 +0000</pubDate><atom:updated>2012-05-03T10:50:27.918+02:00</atom:updated><title>EENZAME UITVAART NUMMER 145</title><description>EENZAME UITVAART NUMMER 145&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;I.M. Margaretha Maria Theresia van Diemen&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Begraafplaats St. Barbara, woensdag 2 mei 2012, 10 uur&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Dichter van dienst: Eva Gerlach&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Maandagmiddag brachten we nummer 144 weg, dinsdagmiddag meldt Van Bokhoven nummer 145 aan. Mevrouw Van Diemen. Geboren in Den Haag, op 25 september 1950. Sinds 1989 stond ze ingeschreven op haar woning aan de Olympiaweg. Een bijzonder mooie tweekamerwoning, vindt Van Bokhoven, heel schoon ook. Keuken, badkamer: alles keurig. Hij denkt dat de woning recent is gerenoveerd. Hoe netjes de woning ook geweest moge zijn, hij was nog niet volledig ingericht. Veel dozen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Mevrouw Van Diemen was ongehuwd en is kinderloos gebleven. Zelf was ze het enige kind van een alleenstaande moeder, de vader heeft haar niet erkend. Haar moeder overleed in 1997. Margaretha leidde een teruggetrokken bestaan. Van Bokhoven sprak met een nichtje, die vertelde dat ze de laatste jaren soms door haar tante gebeld werd, 'om haar verhaal te doen', een verhaal dat het nichtje niet bijster vermocht te interesseren. Wat het verhaal van tante mag inhouden vermeldt de geschiedenis niet. Het nichtje komt in ieder geval niet naar de uitvaart.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Kort voor haar overlijden werd mevrouw Van Diemen naar het VU-ziekenhuis gebracht. Kanker. Ze was zo verzwakt, dat medisch ingrijpen zinloos werd geacht. Van het ziekenhuis werd ze overgebracht naar Hospice Kuria aan het Valeriusplein, een naam waarvan je geneigd zou zijn die met een C te beginnen, maar kans op genezing is er niet. Een pand met vrolijke gestreepte tuimelluifels voor de ramen, alwaar ze op 18 april jongstleden des nachts is overleden. De fax met de melding van het overlijden bereikte door een administratief misverstand het kantoor van Van Bokhoven vanmorgen pas, de ochtend voorafgaand aan de middag dat hij mij belde en ik mij aansluitend met Eva Gerlach in verbinding stelde.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Dinsdagmiddag en meneer Van Bokhoven wenst me prettig weekend. Ik zeg dat me dat voorbarig lijkt, in dit stadium van de week, maar het kantoor zal de rest van de week gesloten zijn. Dan wenst hij me nogmaals prettig weekend. 'Insgelijks,' zeg ik dan maar.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik tik de gegevens in, schenk mezelf ondertussen een eerste weekend-biertje, en draai ondertussen een cd van Ane Brun. Die levert meteen het eerste liedje voor deze uitvaart op: 'Dirty Windshields'. &lt;br /&gt;'You smiled at me  / Through a dirty windshield /  You just got back /  From where the cyclone hit  / You said you've been /  In the center of it /  Where it was all so still /   Later that day  / You told me your story / You were in a fight /  And you still survived  / You discovered a timeline without end  /And all you had was an inch to spend   / When nighttime fell .'&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Gedurende de week zal ik contact houden met Eva, die een stuk van Couperin voorstelt, de Barricades Mystérieuses, en iets van Leonard Cohen, dat is goed.&lt;br /&gt; &lt;br /&gt;Stralende woensdagochtend. Ik fiets op mijn gemak naar de begraafplaats, kom gelijk aan met de lijkwagen, die erg vroeg is, dus. Het Westerpark is vergeven van joggers, mensen die hollen voor hun gezond, en daarbij diverse stadia van uitputting zichtbaar voorbij gaan. Ik heb Eva bezworen om althans te trachten een kwartier voor aanvang aanwezig te zijn. 'Anders word ik zenuwachtig,' leg ik uit. En ze komt precies een kwartier voor tijd aan met haar verende tred als gevolg van die gezonde schoenen met de bolstaande zolen, waarop het goed wiebelen moet wezen. Een man en een vrouw die ik vroeger bejaard zou hebben genoemd, maar op mijn huidige leeftijd eer als van middelbare leeftijd zou omschrijven,  komen wat aarzelend de begraafplaats opgewandeld: zij draagt een bos seringen. Zo te zien uit eigen tuin afkomstig. Of uit de tuin van iemand anders, dat kan natuurlijk ook. 'Seringen. Die heb ik bij mij in de tuin ook staan,' merkt Eva op. We breken het ijs.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De vrouw vertelt dat ze mevrouw Van Diemen in vroeger dagen gekend heeft, in zeer vroeger dagen: ze waren allebei negen jaar, ze woonden bij elkaar in de buurt. En hoe gaat dat? Je verliest elkaar toch uit het oog. Het was ook toen al een stil meisje, weet ze. Maar je schrikt er toch van, als je dan zoiets hoort. De man vult aan dat het allemaal heel erg is. Dat je dan zo allenig wordt weggebracht. En dat het ook wel een beetje bij het ouder worden hoort.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De uitvaartleider voegt zich bij ons. Ook hij vraagt de bezoekers of ze nog speciale wensen hebben: iets zeggen, de bloemen op de kist leggen, misschien. Maar ze laten het graag aan de dichter van dienst, ze hebben het allemaal ook maar toevallig gehoord, en zouden niet weten wat te moeten zeggen. We zeggen allemaal onhandige dingen, we sluiten een onuitgesproken pact, dat we dit allemaal zo mooi mogelijk gaan doen. Als het tien uur geworden is, leg ik uit dat we nog op meneer Van Bokhoven wachten, waarop de uitvaartleider vertelt dat die vanochtend vanwege de drukte op kantoor heeft afgebeld. Dan kunnen we naar binnen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;En zo doen we dat. De dienst voltrekt zich, Eva Gerlach vertelt wat ze van mevrouw van Diemen weet, in klare woorden, draagt haar gedicht voor, er klinkt muziek:  'Het gaat zoals het gaat,' noteer ik, later deze middag, als ik allang weer thuis ben, en met groeiende weerstand een verslag probeer te schrijven. Wat zal ik zeggen? Jullie waren er niet. Het was stil, intens, we stonden bijeen om het graf, treinen vertrokken en kwamen aan, we dronken koffie, en in zekere zin vormden we een tijdelijke, kunstmatige familie. Het is me niet eerder gebeurd, geloof ik, dat die hele onderneming van het nauwkeurige verslag leggen van een uitvaart me de keel uithing. Het gaat u eigenlijk niets aan. 'Dat we hier als mensen staan,' sprak de uitvaartleider aan het graf, om uiteindelijk, als we na de koffie weer buiten staan, te vragen: 'Zijn we nu buiten functie? Mooi, dan steek ik ook een sigaret op.' 'Heftig, man,' geef ik terug. 'En nog maar eens bedankt.' Als ik het terrein af ben gefietst, kom ik Eva nog eens tegen. Ook wij zeggen nog wat, maar ze praat nu zo zacht, dat ik haar eigenlijk niet versta. Op de terugweg verleg ik mijn route langs de Praxis, veroorloof me de weelde van een twintigtal petunia's, die ik later die middag ook nog, met blote handen, zal begraven.&lt;br /&gt; &lt;br /&gt; &lt;br /&gt; &lt;br /&gt;Gedicht voor mevrouw Van D., 25.9.1950 – 18.4.2012&lt;br /&gt; &lt;br /&gt; &lt;br /&gt;Ik bel je. Het is half zes ’s morgens. Ik&lt;br /&gt;onder het dak, jij waar dan ook. De lijster&lt;br /&gt;zingt snoeihard dat hij sterker is dan dood.   &lt;br /&gt;Wind graaft de schoorsteen uit. Heb jij nog weet   &lt;br /&gt;van wat je lijf was? Veertig dagen hang je&lt;br /&gt;rond na het eind, las ik. Wat zoek je? Pijn,&lt;br /&gt;de enige die altijd bij je wou zijn,&lt;br /&gt; &lt;br /&gt;mis je hem niet? Pijn wordt een bedgenoot,&lt;br /&gt;bezitterig, onverzadigbaar, als hij&lt;br /&gt;de tijd krijgt. Meegaan is het beste, hart&lt;br /&gt;en adem naar hem regelen, zijn stap   &lt;br /&gt;van ver herkennen en klaarstaan als hij&lt;br /&gt;de sleutel in het slot steekt, binnenrent,&lt;br /&gt;je  optilt, in zijn armen klemt en vult;&lt;br /&gt; &lt;br /&gt;was je daar goed in? Zweeg je? – Ik schaam me, want    &lt;br /&gt;ik deed navraag naar je; meeleven voorbij&lt;br /&gt;de datum. Kreeg een foto van je kop,&lt;br /&gt;een scan, een vaasvorm spierwit uitgebeten&lt;br /&gt;in zwart dat niet wou stoppen bij de rand.&lt;br /&gt;Ook nog een telefoonnummer. Gebeld,&lt;br /&gt;ik dacht: je luistert mee. Niemand nam op.&lt;br /&gt; &lt;br /&gt;Dit is dag vijftien. Eindelijk uitvaart. Ik hoor &lt;br /&gt;mijn eigen echo, jij? Daarbinnen kraakt&lt;br /&gt;het verhaal dat je niet kwijt wil. Stil maar, taal&lt;br /&gt;is niet noodzakelijk wat in woorden kan.&lt;br /&gt;Luister je nog? Ik leg je neer. Slaap dan.&lt;br /&gt; &lt;br /&gt; &lt;br /&gt; &lt;br /&gt;(C) voor gedicht: Eva Gerlach. voor verslag: F. Starik.&lt;br /&gt; &lt;br /&gt; &lt;br /&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/1519731747028585709-440853940454092051?l=uitvaart.eenzameuitvaart.nl' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</description><author>noreply@blogger.com (uw Starik)</author></item><item><guid isPermaLink='false'>tag:blogger.com,1999:blog-1519731747028585709.post-1784342860104120385</guid><pubDate>Fri, 27 Apr 2012 07:56:00 +0000</pubDate><atom:updated>2012-04-27T09:56:07.825+02:00</atom:updated><title></title><description>Eenzame uitvaart nummer 144&lt;br /&gt;I.M. Seldrid Tadeo Coffi&lt;br /&gt;Begraafplaats St. Barbara, maandag 23 april, 13.30 uur&lt;br /&gt;Dichter van dienst: Menno Wigman&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ali Mahmood meldt een vinding: meneer Coffi, geboren op 29 december 1968 op Curaçao, gevonden in zijn woning aan de Van Noordtkade. Ongehuwd, geen kinderen. Geen familie getraceerd. De heer Van Bokhoven heeft samen met Jane, de medewerkster van de Dienst die we maar zelden te zien krijgen, zijn woning bezocht. 'Gewoon. Niet vies of zo,' meldt de heer Mahmood daarover, en dat er een kleine agenda is gevonden, met enkele telefoonnummers daarin, die systematisch zijn afgebeld: of er werd niet opgenomen, of men sprak een antwoordapparaat in, waarop geen reactie volgde, iemand nam op en beweerde hem niet te kennen. Wel werd er 'een brief gedeponeerd, van een meneer Blankendaal', maar wat Ali daarmee bedoelt, werd me niet duidelijk. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ook werd er via zijn mobiel een mevrouw op Curaçao gebeld, ook die beweerde hem, na enige aarzeling, niet te kennen. 'Zeker een relatie,' veronderstelt Mahmood, die verder weet te vertellen dat meneer Coffi een uitkering genoot, dat hij zijn woning huurde van De Key en dat hij, volgens de politie, bureau Houtmankade, een natuurlijke dood is gestorven. Ik zeg dat van iemand uit 1968 de dood moeilijk natuurlijk kan worden genoemd, dan moet je tenminste twintig jaar eerder, maar liever nog veel meer jaren daarvoor zijn geboren. Meneer Mahmood zegt dat er problemen waren met agressie, zoiets had hij van Jane begrepen. Wat hij daarmee bedoelt? Ik kom er niet achter. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wel vertelt Ali erbij dat Astrid Bussink de uitvaart komt filmen, en deze keer zal het echt de laatste keer zijn. Menno Wigman heeft zich bereid verklaard in dat geval als dichter van dienst op te treden. Ik bel Menno en vertel hem wat ik ongeveer weet, dat ik aanneem dat Astrid de woning heeft bezocht om die op film vast te leggen, dus van alles heeft gezien en dat Van Bokhoven hem vast ook nog wel meer kan vertellen en laat het er verder bij. Tenslotte, als ik begin de notities die ik tijdens het telefoongesprek op een blocnote heb gemaakt uit te werken, aarzel ik over de volgorde van de voornamen van meneer Coffi. Mahmood zei eerst Seldrid en daarna Tadeo, maar toen hij de namen in zijn geheel herhaalde, was de volgorde andersom. Ook maar even navragen, dus.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Menno kan aan de slag. Maandagmiddag belt hij aan bij mijn woning en fietsen we samen naar St. Barbara, waar we bij de poort de dragers treffen, alsmede de uitvaartleider en de heren Van Bokhoven en Kiewik. Bij de aula zien we de filmploeg rondscharrelen. Te voren hebben we wat over de muziek voor deze gelegenheid heen en weer gemaild, en kwamen tot twee stukken van The Kyteman Orchestra en Solitary Man, gezongen door Johnny Cash. We overhandigen de jonge heer Degenkamp de muziek. We krijgen zendertjes opgespeld, heet dat netjes, opgespeld. Dat betekent dat er een draadje door je kleren wordt geleid, de hand van de geluidsman moet naar binnen, onder je overhemd. Het koude draadje moet richting achterzak. Je vraagt of je het apparaat aan het einde van de draad zelf in je broekzak mag stoppen. Dat mag. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Even later staan we allemaal bijeen bij de ingang. Er zijn vier zenders uitgedeeld. We weten dat alles wat we nu zeggen, tegen ons kan worden gebruikt. Kiewik, Van Bokhoven, Wigman, Starik. En we weten niet goed wat we moeten zeggen. Kiewik is nog de beste van het stel, hij stelt een paar gerichte vragen, waardoor het net lijkt alsof we zomaar wat staan te praten, alsof we helemaal niet merken dat we onze geheime taak in het volle zicht verrichten. Een camera, een geluidsman, de regisseur. Gelukkig is daar de auto met de dode meneer Coffi erin. We zwijgen beschaamd. Even later treden we de aula binnen, terwijl Colin Benders van Kyteman zijn wonderschone intro blaast op zijn trompet. Sinds mijn lief, die een blaasorkest moest interviewen, een trompettist in dat interview de opmerking ontlokte dat 'je nooit een instrument dat tijdens het bespelen van vorm verandert, moet willen beheersen,' kan ik evenwel geen trompet meer horen zonder aan een trombone te moeten denken, om van het andersom maar te zwijgen. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Dan treedt Menno naar voren en leest zijn gedicht. Gebruikt daarbij zijn handen. Als om het ritme van de tekst te slaan.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Aarde, wees niet streng &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Aarde, hier komt een eerzaam lichaam aan      &lt;br /&gt;waarin een magistrale zon is opgegaan.     &lt;br /&gt;Achter de ogen scheen een zomermaand,                      &lt;br /&gt;het middenrif liep vol zacht avondlicht           &lt;br /&gt;en bij de hartstreek rees een tovermaan.  &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De handpalm voelde water, streelde dieren, &lt;br /&gt;de voeten kusten stranden, kusten steen. Inzicht.                 &lt;br /&gt;Er sloop vreemd inzicht in het hoofd, de tong       &lt;br /&gt;werd scherp, er huisden vuisten in de vingers&lt;br /&gt;en de hand bevocht brood, geld, eer, seks, licht.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Je kunt er heel wat boeken over lezen. &lt;br /&gt;Je kunt er zelf een schrijven. Aarde, wees niet streng &lt;br /&gt;voor deze man die honderd sleutels had, &lt;br /&gt;nu zonder reiskompas een pad aftast           &lt;br /&gt;en hier zijn eerste nacht doorbrengt.    &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;      &lt;br /&gt;Menno vouwt zijn gedicht in vieren, schuift het in een envelop die voor een drievoudig gevouwen papier bestemd is, legt het resultaat op de kist, slaat een kruis en keert terug in het eerste bankje op rechts, waar we gezeten zijn. Kiewik en Van Bokhoven zitten op links. Camera draait. Johnny Cash zingt zijn ode aan de Solitary Man. Kyteman blaast. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;'Mooi hoor, alles,' sta je jezelf toe te denken, als we allemaal recht gaan staan om achter de kist aan naar buiten te wandelen, de laatste rustplaats van meneer Coffi tegemoet. Van Bokhoven's witte t-shirt toont een wasvoorschrift. Geluidloos wijs ik het uitstekende labeltje met mijn vinger aan, opdat we stiekem kunnen lachen, dat wordt allemaal gezien. We zwijgen zo hardnekkig mogelijk. Alles gaat zoals het gaat. De kist wordt geplaatst, we naderen, werpen een schepje zand, buigen voor de kist, de uitvaartleider vertelt dat er koffie zal worden geschonken, we zullen wel koffie gaan drinken. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Op de terugweg komen we langs 'een nieuw graf ', vindt Kiewik. Er staat sinds 1997 een beeld op, dat wel van hout lijkt, maar in werkelijkheid uit steen is gehouwen. We houden er stil voor. Bekijken het beeldhouwwerk, voorstellende een groep rouwende mensen, aan de voorzijde aanzienlijk gedetailleerder uitgewerkt dan aan de minder zichtbare buitenzijden, daar waar je niet onmiddellijk langskomt, het hoofdpad volgend. Van Bokhoven voelt aan de liggende figuur, die het beeldhouwwerk bekroont, het zit een beetje los. Kiewik moedigt hem aan het beeld maar helemaal los te trekken. 'Misschien heeft iemand geprobeerd het beeld te stelen,' veronderstelt hij, om uiteindelijk te concluderen dat de centrale figuur nog wel vast zit, in weerwil van de vermoedelijke poging hem te ontvreemden, want dat gebeurt hoor, op begraafplaatsen, dat er beelden gestolen worden, o mijn God, en dat wordt allemaal gefilmd.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Later in de koffiekamer tekenen we allemaal een contract, dat we toestemming geven om het materiaal te gebruiken voor uitzending, nationaal en internationaal, en uitsluitend in betrekking staand tot, en meer van die dingen. Kiewik schrijft erbij dat die toestemming pas geldt als de film is gezien en goedgekeurd. Dan doen Menno en ik dat ook, dat erbij schrijven. Eerst zien, dan geloven.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;(C) voor het verslag: F. Starik. Gedicht: (C) Menno Wigman&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;+&lt;br /&gt;&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/1519731747028585709-1784342860104120385?l=uitvaart.eenzameuitvaart.nl' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</description><author>noreply@blogger.com (uw Starik)</author></item><item><guid isPermaLink='false'>tag:blogger.com,1999:blog-1519731747028585709.post-6180904315306308102</guid><pubDate>Thu, 05 Apr 2012 14:04:00 +0000</pubDate><atom:updated>2012-04-05T16:04:46.081+02:00</atom:updated><title></title><description>EENZAME UITVAART NUMMER 143&lt;br /&gt;I.M. Pieter Michael Heinemann&lt;br /&gt;donderdag 5 april, 9 uur, begraafplaats St. Barbara&lt;br /&gt;dichter van dienst: Neeltje Maria Min&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ali Mahmood meldt het overlijden van Pieter Michael Heinemann, geboren op 6 februari 1953 in Düsseldorf, Duitsland, overleden op 26 maart 2012 in verpleeghuis Sint Jacob. Hij is getrouwd geweest, lang geleden, en al spoedig weer gescheiden. Volgens het bevolkingsregister trouwde hij op vijftienjarige leeftijd, en had hij zijn scheiding op zijn achttiende al achter de rug. Hij bewoonde een zolderkamer op de Warmoesstraat, tot aan zijn opname in Sint Jacob, en was werkzaam als kok. Er is een broer in Duitsland, die wordt nog gezocht, weet meneer Mahmood. Neeltje Maria Min is dichter van dienst. Zij belt met het verpleeghuis, waar men weet te vertellen dat hij werd opgenomen na een infarct en daarnaast alvleesklierkanker had, in een terminale fase.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Bij de uitvaart van dinsdag informeer ik bij meneer Kiewik of de broer al gevonden is.&lt;br /&gt;Dat is hij niet, of wel, meent Kiewik, in ieder geval zal hij niet komen, donderdag. Dan wordt het donderdag. IJskoud en grijs, dat is het, deze morgen. Als ik op de begraafplaats aankom zitten meneer Mahmood, mevrouw Min en een mij onbekende meneer op een rijtje in de koffiekamer. We schudden handen. De meneer stelt zich voor als Wim. Hij vertelt erbij dat hij eigenlijk Willem heet. Een vriend, de enige vriend van Mits. Zoals Willem liever Wim wordt genoemd, zo noemde hij Pieter Michael dus Mits. 'Ik deed boodschappen voor hem,' vertelt hij. Ze leerden elkaar kennen toen Mits nog als kok werkte, in zo'n backpackershotel, in de Warmoesstraat, daar kon je in de kelder goedkoop eten. En toen hij niet meer kon werken, is Wim hem blijven opzoeken. 'Ik ben ooit begonnen als ziekenbroeder,' vertelt Wim, 'dus dat zorgen heeft er bij mij altijd ingezeten.' Maar als broeder moest je in zo'n witte jurk rondlopen, daarom was hij uiteindelijk trucker geworden. Kon je tenminste je gewone kloffie bij aanhouden. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Mits woonde in een heel klein kamertje, op zolder, eigenlijk meer een berghok, met één piepklein raampje, waardoor nauwelijks zonlicht binnendrong. Boven zijn bed had hij een zonnehemel geïnstalleerd, ter compensatie. Maar daardoor kon Wim, als hij op bezoek kwam, dus niet op het bed zitten. Het moest nog een hele tour zijn om je in dat bed te wurmen. Mits zat zelf op de enige leunstoel die zijn kamer rijk was, hij zat daar altijd, hij zat eigenlijk alleen nog maar. En hij rookte, zware shag, en dronk, halve liters, en at, en dijde uit. En Wim ging dan op zo'n plastic krukje zitten, dat men doorgaans in de keuken als opstapje gebruikt. Onder dat krukje stond de emmer, die Mits gebruikte om zijn gevoeg te doen - het toilet was helemaal beneden, en daar had Mits een half uur werk aan, de trap af en weer helemaal op. Hij bleef liever boven zitten. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De dragers hebben zichtbaar moeite met het gewicht van de kist. Een nieuwe uitvaartleidster stelt zich aan ons voor. Ze is in haar eigen auto achter de lijkwagen aan gereden. Chique vrouw, rijzige gestalte. Zorgvuldige dictie. Ze vraagt of Wim wil spreken, naast de dichteres, wier naam ze op haar formulier noteert, Neeltje, Maria, Min. En ja, dat Maria moet ertussen. Dus uw achternaam is Min. En niet Mariamin. Wim moet erover nadenken of hij wil spreken, zegt hij, want hij heeft niets ingestudeerd. Bij het overlijden van zijn vader had hij ook gesproken. Maar dat had hij van tevoren allemaal eerst opgeschreven. De uitvaartleidster zet zijn naam er toch bij, op haar lijstje. Wim. 'En wat is uw achternaam?' 'Die kan ik zelf niet eens uitspreken. Een Indonesische naam, en ik ben nooit in Indonesië geweest.' Hij doet het voor, hoe zijn naam ongeveer gaat. De uitvaartleidster laat het erbij. Wim dan maar.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De muziekkeuze is bepaald op drie keer licht-klassiek, we treden binnen op de klanken van de Peer Gynt Suite. Als die is uitgeklonken neemt de uitvaartleidster het woord, vertelt dat we in dit kleine gezelschap de heer Heinemann zullen gedenken met woorden en muziek. 'Nu zal eerst Neeltje Maria Min een gedicht voorlezen.' Neel komt naar voren, zet haar leesbril op en leest haar woorden voor.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;KOK VAN BEROEP&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Geboren in wat hier een rampjaar was.&lt;br /&gt;Met negenenvijftig jaren voor de boeg,&lt;br /&gt;waarin gebeuren moest wat iedereen gebeurt:&lt;br /&gt;ouderlijk huis, school, straat en kroeg,&lt;br /&gt;het kiezen voor een vrouw en een beroep.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Dat deed je, zij het wel wat vroeg.&lt;br /&gt;Je bent in Gustorf - plaats die als&lt;br /&gt;gestorven klinkt - getrouwd.&lt;br /&gt;Je was als vijftienjarig kind&lt;br /&gt;in één klap oud. Na drie jaar kwam je vrij.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;We zien u terug als kok in Amsterdam.&lt;br /&gt;We zeggen u en meneer Heinemann.&lt;br /&gt;U antwoordt niet. Bent u al ziek?&lt;br /&gt;U roert traag in de soep en staart&lt;br /&gt;alsof u daarin uw verleden ziet.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;U hebt uw koksmuts afgezet,&lt;br /&gt;uw messen ingeleverd. U hebt&lt;br /&gt;geen wapens meer. U ligt in bed.&lt;br /&gt;U denkt te genezen,&lt;br /&gt;de ziekte weet beter.&lt;br /&gt;U trekt de dood&lt;br /&gt;als een dekentje&lt;br /&gt;over u heen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;(C) Neeltje Maria Min, 5 april 2012&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Als Neeltje is uitgesproken, haar bril heeft afgezet, stil voor de kist heeft gestaan, klinkt De stervende zwaan op, van Saint-Saens, ook mooi. Dan kondigt de uitvaartleidster Wim aan. Hij gaat wijdbeens bij de katheder staan en richt zich tot Mits. Hij memoreert hen samen op dat kleine kamertje, boven die luidruchtige straat, de goede jaren en ook de tijden dat het minder ging, en dat hij Mits helaas niet meer in Sint Jacob heeft kunnen bezoeken, omdat er geen geld was voor de bus. Jammer. Hij spreidt zijn armen in een hulpeloos gebaar, knikt dan naar de kist, gaat ervoor staan en buigt nog eens. Dan zet hij zich terug in zijn bankje. En klinkt het laatste muziekstuk op. Even later wandelen we de kou in, naar zijn laatste rustplaats.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In de koffiekamer praten we lang na. Wim vertelt honderduit, over zijn familie, zijn jaren als trucker, en dat hij nu - als drieënzestigjarige - niet meer aan de bak komt, hoe saai het is, te moeten wonen in Hoofddorp, dat hij graag een toespraak had voorbereid, en dat hij dan natuurlijk niet in zijn dagelijkse kloffie was gekomen maar met een mooi pak aan, en met een echte hoed op, in plaats van het petje dat hij nu droeg, een zwart petje met  het opschrift: NY GIFT. Dat hij wel een half uur zou kunnen spreken. Wij geloven dat. Hij weet dat Mits ooit getrouwd was, hij heeft wel eens foto's van zijn vrouw gezien, een Italiaanse, maar hij gelooft niet dat Mits op vijftienjarige leeftijd al trouwde: dan had hij dat er heus wel bij verteld. 'Zo staat het in het Bevolkingsregister,' zegt Ali, 'dus voor ons zijn dat de feiten.' &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Tegen half elf neemt de oude heer Degenkamp, die de uitvaart heeft begeleid, nadrukkelijk afscheid: er staat een volgende uitvaart gepland. Onze tijd is om. Buitengekomen vraagt Wim wie van ons met de auto is gekomen, dan kan hij misschien stukje meerijden. Maar Neel is lopend, ik heb alleen een fiets. En meneer Mahmood is al vertrokken. 'Ik heb niet eens een rijbewijs,' beken ik. 'Ik ook niet,' vult Neel aan. Daar kan Wim wel om lachen. Dan maar weer de bus. Terug naar Hoofddorp, of nog even de stad in.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;(C) voor het verslag: F. Starik &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;+&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/1519731747028585709-6180904315306308102?l=uitvaart.eenzameuitvaart.nl' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</description><link>http://uitvaart.eenzameuitvaart.nl/2012_04_01_archive.html#6180904315306308102</link><author>noreply@blogger.com (uw Starik)</author></item><item><guid isPermaLink='false'>tag:blogger.com,1999:blog-1519731747028585709.post-8339570686963800902</guid><pubDate>Wed, 04 Apr 2012 09:02:00 +0000</pubDate><atom:updated>2012-04-04T11:02:26.601+02:00</atom:updated><title></title><description>EENZAME UITVAART NUMMER 142&lt;br /&gt;I.M. Helena Aaltje van Zandbergen&lt;br /&gt;dinsdag 3 april 2012, 14 uur, begraafplaats St. Barbara&lt;br /&gt;dichter van dienst: Jannah Loontjens&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ali Mahmood staat woensdagochtend vroeg, eind maart, op mijn antwoordapparaat, met de gegevens van mevrouw Van Zandbergen en hij vertelt erbij dat hij na de lunch weer telefonisch bereikbaar is. Na de lunch: dan ben ik in Arnhem om les te geven. Ik schrijf de gegevens die op band verstrekt zijn op een kladblok en steek dat in mijn tas. Ik zal dan onderweg wel gaan bellen. Mevrouw woonde in de Epicurusstraat, daar werd ze gevonden, op 16 maart. Ze heeft lang op de woning gelegen. Tenminste een paar weken. Daar werd ook een dode kat aangetroffen. Daar moet een dichter wat mee kunnen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Jannah Loontjens neemt op. Ja, daar zal ze wel wat mee kunnen. Ik vraag haar Ali Mahmood nog maar eens te bellen, misschien weet hij meer en dan weet hij in ieder geval dat de boodschap is doorgekomen. Van Bokhoven heeft vakantie, dus hij staat er alleen voor. Jannah belooft dat.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het wordt dinsdag. Ik fiets in een voorzichtig zonnetje door een levensbejahend Westerpark naar de begraafplaats. De magnolia's bloeien zo uitbundig als alleen magnolia's dat kunnen, de treurwilg is al uitgelopen, andere bomen tonen een voorzichtig waas van teder groen, het is allemaal prachtig. Bij de poort staan acht dragers opgesteld: mevrouw had geld. Ik ga binnen door hun erehaag. We lachen er allemaal om, traditiegetrouw. Hoed in de hand.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In de aula zie ik de jonge meneer Degenkamp toebereidselen treffen. Ik overhandig hem de cd die ik heb meegebracht: Case Mayfield. Nummer drie, wijs ik. 'I don't know I don't' &lt;br /&gt;In het uur voorafgaand aan de uitvaart wist ik, dat dit het lied zou moeten zijn dat op het gedicht van Jannah zou moeten volgen: ze had het me tevoren al opgestuurd. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Daar is de lijkwagen, gevolgd door de witte dienstauto van chef Kiewik, en daar komt ook Jannah Loontjens de begraafplaats op schrijden. Weinig mensen kunnen zo fraai lopen. We kijken hoe de kist wordt uitgeladen, het is een mooie, dure kist met koperbeslag, het bloemstuk is gevuld met orchideeën. 'We staan verkeerd op de wind,' merkt Kiewik op. 'Ook al ben ik verkouden.' We ruiken het. Wie eenmaal de geur van ontbinding opsnoof, vergeet dat nooit meer. Als de kist naar binnen is gedragen blijft de chauffeur nog een tijdje staan kletsen, de deuren van zijn auto wijd open. De uitvaartleider vertelt dat hij zijn leven lang niets heeft kunnen ruiken. Of dat een handicap is, weet hij niet. 'Als je nooit hebt kunnen ruiken, weet je ook niet wat je mist,' stelt hij gelaten vast. Voor dit moment beamen we dat.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;We staan in een iets te wijde kring om de chauffeur geschaard, tot deze zijn deuren sluit en zegt dat de boel zo wel voldoende is doorgelucht. Hij vertrekt. En wij gaan beginnen.&lt;br /&gt;Ik leg de uitvaartleider uit dat ik een lied heb meegebracht, dat na het gedicht moet klinken. Hij heeft zelf ook muziek meegenomen. 'Ik begin altijd met Morgenstimmung.'&lt;br /&gt;Maar het is goed. Dan besluiten we met het Air van Bach.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;We beluisteren de ochtendstemming, deze middag. Dan komt Jannah naar voren. Ze vertelt kort wie we wegbrengen. Dan steekt ze van wal.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Laatst in de Epicurusstraat&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;U woonde in een straat vernoemd naar een man&lt;br /&gt;die persoonlijk geluk als hoogste goed zag.&lt;br /&gt;Maar wat zegt dat? U stierf onopgemerkt&lt;br /&gt;alleen met uw kat. Misschien sliep zij &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;op uw schoot nadat u overleed, likte aan uw oor &lt;br /&gt;of oog in de hoop dat het zou kijken. Of zij begreep &lt;br /&gt;zoals geen mens in uw omgeving deed&lt;br /&gt;dat u verdwenen was. De kleinste hoop op genot&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;voor altijd achter u. Geen aai geen woord geen lach. &lt;br /&gt;Niemand weet wat uw kat zag in de dagen &lt;br /&gt;weken voordat ook zij bezweek in datzelfde huis&lt;br /&gt;dezelfde straat, waar u nog altijd lag.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;We weten niets. Niet van u niet van de kat&lt;br /&gt;niets van geluk of van de dood. Niets dat ons &lt;br /&gt;kan binden of juist scheiden. Het enige dat ik &lt;br /&gt;zeggen kan: ook ik ben vrouw en ook ik hou&lt;br /&gt;net als u van katten.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;(C) Jannah Loontjens&lt;br /&gt;Amsterdam, 3 april 2012&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In de aanloop naar de uitvaart spitste de discussie zich toe op de eindregels van het gedicht, waar zij opzichtig het voor de hand liggende halve eindrijm laat lopen, waar ik voor de verleiding zou zijn bezweken, in deze geruststellende wereld. Een vrouw die net als u van katten houdt. Jannah vond dat Sinterklazerig. En dan geeft Case Mayfield dus antwoord. 'Where did all the good things. Where did all nice things.' En de sweet, de great, de neat, de right things. En dat weet hij dan dus niet. Hij stelt dezelfde vraag nog diverse malen. 'Where did all the good folks.' En dat weet je dan dus niet.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Een van de dragers heeft er hoorbaar plezier aan, zit met vinger of voet de maat van de muziek mee te tikken. Ik moet obsessief slikken, in de hoop een hoest te vermijden, een hoest die ik hoop te onderdrukken terwijl de dienst loopt. De amateurdrummer moet ook hoesten, dat kan er nog wel bij. Iemand komt de aula binnen en verlaat deze ook weer.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;We kijken allemaal achterom en maken van de gelegenheid gebruik om eens flink uit te kuchen. Iemand kraakt met een folie waar wel hoestsnoepje achter verborgen zal zitten. Onder Het Air wordt het weer stil, tot de uitvaartleider aangeeft dat het tijd is om te vertrekken - de dragers stommelen uit hun bankje, buigen voor de kist, de jonge meneer Degenkamp komt achter het gordijn tevoorschijn, de uitvaartleider mompelt: 'Heren. Alstublieft.' De kist wordt uit de aula gedragen en buiten aangekomen geschouderd.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De dingen gaan zoals ze moeten gaan. Vlakbij de plek waar mevrouw Van Zandbergen haar laatste rustplaats vindt treffen we een eenvoudig houten bordje met in handgeverfde letters de naam Marco van Moock erop. 'Wie is dat ook alweer,' vraag ik mij hardop af. Pas thuis herinner ik het me weer: het is de man die we voor Helena Aaltje hebben weggebracht, eind februari, geloof ik. De kist zakt, er worden schepjes zand geworpen, we wandelen terug naar de koffiekamer, kletsen wat. Over de documentaire, die over ons in de maak is, wat we daarmee aanmoeten. Hoe we die ellende oplossen. We lossen de ellende op. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Kiewik vertelt wat er allemaal aan de woning van mevrouw Van Zandbergen was te zien. Enorm veel rotzooi. De kat was in de gang gevonden, die eerst, met een kam ernaast, waaruit je van alles zou kunnen concluderen. Het zou heel goed kunnen dat de kat eerder dood was dan mevrouw zelf, bijvoorbeeld, speculeert Kiewik. In de kamer een leeggehaalde boekenkast. In een andere kamer de boeken, hoog opgetast. Vuilnis. Lege pizzadozen, bakjes van de Chinees. Kiewik vertelt dat Mahmood, die mee was op huisbezoek, eenmaal buiten, aan zijn verbijstering over de totale eenzaamheid die de woning ademde lucht gaf. Jannah vertrekt om haar kinderen van school te halen. Bij het afscheid geeft de koffiejuffrouw ons allemaal een hand. 'We kennen elkaar nu toch ook alweer een paar jaar,' verklaart ze. De oude meneer Degenkamp komt ook nog een handje geven. Hij vraagt of alles goed gaat. Ik zeg dat alles goed gaat. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;We zien ondertussen toe hoe de koffiejuffrouw in een cabriolet plaatsneemt. Als ze is ingestapt, gaat de kofferbak open, stijgt het dak op en wordt ingevouwen, om tenslotte in de kofferbak te verdwijnen. Ook die sluit zich weer. Druk nu op start.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;(C) voor het verslag: F. Starik&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/1519731747028585709-8339570686963800902?l=uitvaart.eenzameuitvaart.nl' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</description><link>http://uitvaart.eenzameuitvaart.nl/2012_04_01_archive.html#8339570686963800902</link><author>noreply@blogger.com (uw Starik)</author></item><item><guid isPermaLink='false'>tag:blogger.com,1999:blog-1519731747028585709.post-6120520360307050317</guid><pubDate>Tue, 21 Feb 2012 13:36:00 +0000</pubDate><atom:updated>2012-02-22T11:27:28.347+01:00</atom:updated><title></title><description>EENZAME UITVAART NUMMER 141&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;I.M. Marco van Moock&lt;br /&gt;begraafplaats St. Barbara, dinsdag 21 februari 2012, 10 uur 's morgens&lt;br /&gt;dichter van dienst: F. Starik&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Marco van Moock werd geboren in Stuttgart op 16 juli 1964. Hij was ongehuwd, geen kinderen, geen familie, in Nederland niet en in Duitsland niet. Marco had de Nederlandse nationaliteit, maar hij staat hier nergens ingeschreven. Stuttgart, een industriestad in het zuiden van Duitsland, Mercedes Benz komt er vandaan, en Porsche, de filosoof Georg Hegel. In 1988 won PSV er de Europacup.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Hij werd in een benedenwoning aan de Rombout Hoogerbeeststraat, die hij deelde met vier anderen, net als hij 'gebruikers', drugsverslaafden dus, door de politie gevonden op 7 februari 2012, om tien over twaalf 's middags. 'Ongeveer,' vertelt Ali Mahmood die de melding doet, erbij: ongeveer om tien over twaalf dus. De politie kwam in actie naar aanleiding van een anonieme brief. 'Dat weet ik verder ook niet,' vult hij ongevraagd aan, omdat hij wel aanvoelt dat dit detail aanleiding tot vragen kan geven. Een anonieme brief. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Een medebewoner, denk je dan. Want een lijk, dat wil je niet in huis houden. En je kunt het ook niet zelf opruimen, daar komt zeker gelazer van. Maar waarom, als huisgenoot, niet gewoon een ziekenhuis gebeld, een ambulance, de politie desnoods: gisteren deed hij het nog, en vanmorgen was hij dood. Sorry. Een brief doet er toch zeker een dag over. Daar moet dan weer een postzegel op. En al die tijd zit je er maar mee. Mahmood meldt het lichaam niet is te zien: het lichaam is verkleurd. Misschien vanwege dat gebruik, want erg lang zal hij niet dood hebben gelegen daar, tussen die vier anderen in de kleine woning in.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik bel Neeltje Maria Min, die geeft niet thuis. Wel beschikt ze over de moderne zegening van een antwoordapparaat, maar ik spreek niet in. Ik besluit dan even naar het huis te lopen, al weet ik eigenlijk al precies wat ik zal krijgen te zien: een wat stille, onopvallende straat bij mij in de buurt. Ik kom er dikwijls langs gefietst. Tegenover het huis een armoedige snackbar, die, hoe toepasselijk, in junkfood doet. Maar op Googlemaps oogt de woning keurig, al zijn de witte gordijnen zorgvuldig toegeschoven. Zou ik ook doen, als ik in een benedenhuis woonde. Ik wil ook niet voordurend gezien worden terwijl ik lief zit te typen, in mijn kamerjas door mijn woning scharrel. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het  huis is er niet op vooruitgegaan sinds Google langskwam, al van enige afstand zie ik dat de nette gordijnen vervangen zijn door ooit kleurige lappen, die voor de ramen zijn geprikt. Voor een raam prijkt een gouden kikker, alsmede een deels uit zijn omlijsting gevallen aquarel van iets wat als een tempel zal zijn bedoeld, en een exemplaar van de Bhagavad Gita, het wereldverzakende heilige geschrift. De voordeur is met een hangslot vergrendeld, kennelijk zijn ook de overige bewoners vertrokken, vrijwillig of gedwongen. Ook de omliggende woningen tonen sporen van tijdelijke bewoning, kraak of anti-kraak; spaarzaam en voorlopig gemeubileerd, kozijnen in staat van ontbinding. Bij snackbar Michael hangt, erg optimistisch voor de tijd van het jaar, een grote rode OLA-vlag buiten, tot op de draad versleten. Binnen eet een man een donker uitgevallen bak patat. Die Michael weet hoe een man zijn patat lust.&lt;br /&gt;Dinsdagochtend, bewolkt, waterkoud. Tien over half tien kom ik gelijk met Ali de begraafplaats opfietsen, juist achter de lijkwagen aan, die vroeger dan gebruikelijk is. 'Druk, onderweg zeker,' veronderstelt Ali. Ik overhandig de cd die ik heb meegebracht aan de uitvaartleider: Leonard Cohen, Old Ideas. Nummer 5, nummer 3, nummer 7, in die volgorde, wijs ik. Om tien uur precies komt de uitvaartleider ons halen. 'Heren,' zegt hij. Mahmood gaat op rechts zitten, tweede rij. Ik schuif op links de eerste rij in. Evenwicht, al zitten we nu eigenlijk verkeerd om. De dragers staan achter in de zaal. Leonard zingt, plechtig. 'It's a shame and it's a pity. I know you can't forgive me but forgive me anyhow.' The ending got so ugly. Dan sta ik op, buig voor de kist, leid mijn gedicht in met wat ik van Marco weet en spreek, even traag als de oude meester, al even plechtig.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;GEEF NIET THUIS, NOOIT&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Een man moet zich niet thuis geven,&lt;br /&gt;nooit. Beter is het, verborgen te leven, &lt;br /&gt;zonder dat iemand het merkt. Schuil&lt;br /&gt;in de kerk van je belachelijke gedachten&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;in de kerk van het schamel verwachten&lt;br /&gt;de fix van het moment, de man op de brug.&lt;br /&gt;Kostverloren, je kunt niet verder, en ook&lt;br /&gt;niet meer terug. Huil! Als slaaf geboren&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;en als slaaf gestorven. Waar je vandaan &lt;br /&gt;kwam maken ze keiharde auto's en hier&lt;br /&gt;kom je naar toe om zinloos kapot te gaan&lt;br /&gt;in een huis zonder bel en zonder jouw &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;naam op de deur. Omdat het, met of &lt;br /&gt;zonder jou, allemaal toch wel gebeurt.&lt;br /&gt;Nacht. Kom en ga als een dief. Niemand &lt;br /&gt;schrijft een laatste brief. Zegt dag.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;© F. Starik&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;En die niemand, dat ben ik. Ik vouw mijn brief in vieren, leg even mijn hand op de kist en schuif het papier dan onder de bloemen. 'Show me the place /Where you want your slave to go / Show me the place / I've forgotten, I don't know' zingt Cohen, en nu ik die tekst zo noteer weet ik het weer, de cd heeft gedurig meegedraaid bij het schrijven van het gedicht. Geef niet thuis, nooit. En dan is er verzoening: Come Healing. 'And let the heavens hear it / The penitential hymn / Come healing of the spirit / The healing of the limb.' Body, mind, reason, heart, altar, name: come healing. Zo verlaten we de aula, de jonge meneer Degenkamp die zich nog niet heeft laten zien voorop met de uitvaartleider, dan de kist, Mahmood en ik daar achter. Bij het graf wordt niet gesproken. De uitvaartleider wijst simpelweg op het tolletje, Degenkamp zet zijn stok erop en dan zakt de kist. De uitvaartleider knikt, Degenkamp schept zand, we werpen een schepje, Mahmood een, ik een, we buigen opnieuw. Als ik de uitvaartleider aankijk, zegt hij: 'Zullen we dan maar een kopje koffie nemen?' Van een indrukwekkende eenzaamheid is het, van goden en mensen verlaten. Dat gaan we doen. We drinken koffie. Als we afscheid hebben genomen en terug naar de fietsen lopen zegt Mahmood plotseling: 'Meneer Starik, ik was een beetje boos op jou.' Ik trek mijn wenkbrauwen op. 'Dat staat in uw boek,' vervolgt hij, 'wacht, ik heb het op een papiertje geschreven. Ja, hier staat het.' Hij toont me een opgevouwen post-it velletje waarop in blokletters EEN STEEK DIEP geschreven staat en daaronder 'die weet nooit iets'. En daar gaat het om. Die. In combinatie met weet en nooit iets. Als de mensen dat lezen zullen ze denken dat het aan zijn afkomst ligt, dat hij niks weet, dat hij daar niet op zijn plaats is. 'Welnee,' zeg ik, dat is een grapje dat door het gehele boek heen speelt, dat als ik hem iets vraag er dikwijls het stellige antwoord 'dat weet ik niet' volgt, met de nadruk op dat en weet. Dat weet hij wel, en ook dat ik het niet zo bedoeld heb, maar toch, hij had al een tijd naar een gelegenheid gezocht om mij dit te vertellen. Hij zegt dat ik een goede vriend ben, een kennis, een collega, hij zoekt naar een juiste typering van onze relatie. Maar toch, vindt hij: 'Het staat er zo hard.' Hij vertelt erbij dat eerst Kembel, en later Kerstens, hem altijd de instructie hadden gegeven om maar niet teveel te vertellen, en dat daar nu onder Bert wat gemakkelijk over wordt gedacht. 'Vroeger had ik nooit verteld dat iemand verslaafd was.' En nu wel. Dat is waar. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik zeg dat dit de dichter helpt, om zich een beeld te vormen, net zoals het fijn is om een adres te weten, dat je ergens heen kunt gaan. Dan nemen we nogmaals afscheid. Mahmood fietst in hoog tempo weg, ik volg in het trage tempo dat je van Leonard Cohen zou verwachten: 'Going home / Without my sorrow / Goning home / Sometime tomorrow / Going home/ Without my burden / Going home / Behind the curtain / Going home / Without the costume / That I wore.' We laten Marco achter. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;© voor gedicht en verslag F. Starik, dinsdag 21 februari 2012&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;+&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/1519731747028585709-6120520360307050317?l=uitvaart.eenzameuitvaart.nl' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</description><link>http://uitvaart.eenzameuitvaart.nl/2012_02_01_archive.html#6120520360307050317</link><author>noreply@blogger.com (uw Starik)</author></item><item><guid isPermaLink='false'>tag:blogger.com,1999:blog-1519731747028585709.post-4805162013282337747</guid><pubDate>Thu, 16 Feb 2012 16:11:00 +0000</pubDate><atom:updated>2012-02-16T17:11:41.581+01:00</atom:updated><title></title><description>Eenzame Uitvaart nr. 21, Antwerpen, P.D.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;11-02-2012 | ANTWERPEN, BEGRAAFPLAATS SCHOONSELHOF, LIES VAN GASSE&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Mevrouw P.D. is op 15 november 1936 geboren te Antwerpen en in RVT St. Anna overleden op 28 januari 2012. Haar uitvaart vond plaats op begraafplaats Schoonselhof in de ochtend van maandag 6 februari 2012. Dichter van dienst was Lies Van Gasse.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De dag voor de uitvaart van mijn grootvader rolde de mail van het uitvaartbedrijf binnen die melding maakte van een nieuwe eenzame uitvaart. Wat al dagen het nieuws beheerst, houdt ook ons in de ban: de extreme koudegolf die het land bevriest. We stampen onze voeten warm op het kerkhof naast de Basiliek van Edegem en herhalen nogmaals dat hij niet van sneeuw of koude hield, dat het misschien goed is dat hij nu is gegaan; liefdevol ingeslapen voor de koude op zijn deur sloeg, de ijsplekken hem nog meer aan het wankelen brachten. Bij min vijftien graden moet het snel gaan voor de begrafenisondernemer, de grond bevriest. Er is nog tijd voor een kort woordje aan het graf, desgewenst kan men even het hout vasthouden van de eenvoudige kist die hij had verzocht – zelfs de handvatten zijn er afgeschroefd -, maar dan strompelen we langs het pad naar de koffietafel. In een in kilometers en omstreken bekende zaal waarin al een eeuw wordt gelachen en gehuild in het clichématige decor van verkleurd bloemenbehang en houten lambrisering aan de muren, grote potten sanseveria’s voor de ramen en anonieme schilderwerken. Er was veel volk, zeggen we tegen elkaar. ‘De mensen kwamen zeggen dat het een mooie dienst was.’ &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Dat was zo, het was een mooie dienst geworden waarin we persoonlijke dingen vertelden, onze zorgvuldig gekozen muziekstukken werden gedraaid waaronder een walsje van Brahms ergens tussen die en die tekst. Zodat de mensen bij het luisteren van ‘Walz in As groot, Opus 73′ even, niet erg lang, nog geen minuut en een half, konden stilstaan bij het leven of bij zijn dood of bij de verwarming in de kerk die niet goed leek te werken. De Dali-achtige figuur die in de authentieke Vlaamse zaal zwijgzaam de koffie schenkt en de manden met pistolets aanvult zal mevrouw P.D. niet krijgen na haar uitvaart. Ik sms’te Lies Van Gasse met de vraag of zij een gedicht kan schrijven voor de eerste eenzame uitvaart van dit slecht gestarte nieuwe jaar. Mijn hoofd staat er niet naar en ook op de volgende dag, wanneer de sneeuw met stevige vlagen de stad toedekt en de grootste monsterfile creëert, zit de eenzame uitvaart van mevrouw P.D. ver in het achterhoofd maar op zaterdag denk ik eraan te bellen naar het rusthuis waar ze is overleden. Van de uitvaartfirma kreeg ik enkel te horen dat ‘mevrouw totaal geen familie heeft en ook nooit bezoek kreeg’ en dat ze was gescheiden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Uit ervaring weet ik dat het verplegend personeel in een rusthuis vaak ook niet meer weet dan de haarkleur en of mevrouw of meneer al dan niet in een rolstoel zat. Maar deze keer heb ik meer geluk. Het diensthoofd van de afdeling waar mevrouw P.D. lag vraagt me om tien minuten later terug te bellen wanneer ze een lijstje heeft klaargemaakt en dat lijstje blijkt nog erg lang te zijn. Ze somt heel wat op en geeft me de tijd om het punt per punt netjes te noteren in mijn zakagenda. Mevrouw P.D. luisterde erg graag naar muziek en hield, zo lang als het kon, van dansen. Mevrouw was een verwoede poetsvrouw en stond er zelfs op de bureaus van de verpleegsters te kuisen. Mevrouw had een sterk karakter, wist wat ze wilde maar was altijd heel vriendelijk. Mevrouw droeg geen nachtjaponnen zonder bloemenprint op want daar hield ze van, van bloemen, en nog het liefst in de kleur lila. En mevrouw had geen enkel grijs haar, ze had al haar zwarte haren nog en niet eens gekleurd! Van haar verleden of beroepsactiviteiten heeft het diensthoofd geen weet en ik vergeet te vragen waarom ze nooit een bezoek kreeg, maar wanneer ik de telefoon neerleg besef ik dat dit een onzinnige vraag is; waarom iemand geen bezoek kreeg. Als ik alles naar Lies wil doorbellen krijg ik de voicemail dus spreek ik alles netjes in na de pieptoon maar binnen de minuut belt ze zelf terug en herhaal ik alle puntjes nog een keer terwijl Lies aan de andere kant noteert. Nu ik de checklist van mevrouw P.D. nog eens opdreun vormt er zich in mijn hoofd al een zwierig portret: een dansende dame in een bloemenjapon met ravenzwart haar.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Op maandag neem tram 24 naar Schoonselhof en arriveer om twintig voor tien aan terminus Schoonselhof waar ik in één van de bloemenzaken nog drie witte rozen koop voor mevrouw P.D. Lies staat al klaar aan de poort van de begraafplaats en merkt op dat ik misschien drie purperen rozen had kunnen kopen. Op de graven ligt nog een mooi sneeuwtapijt, in tegenstelling tot de binnenstad waar alleen nog maar grijze klonters herinneren aan wat was. Her en der zie je voetsporen van vogels en konijnen en ik zeg dat je mooi op de grachten zou kunnen schaatsen. De man met het keurig onderhouden witte baardje op de kin doet deze dienst maar ik heb zijn naam niet onthouden of hij heeft die nooit meegedeeld. Hij vertelt dat hij de laatste maanden geen fazanten of patrijzen meer ziet en vermoedens heeft dat er stropers actief zijn op de immense begraafplaats. ‘De poort is ‘s nachts gesloten voor voertuigen maar langs het zijpoortje kan je altijd binnen. Koppeltjes komen hier ‘s nachts ook vaak. In de zomer, nu is het te koud.’ Lies zegt dat ze zich die gezelligheid onder koppeltjes op kerkhoven toch niet kan inbeelden. De man met het baardje is de enige die uit zijn wagen is gestapt, de andere dragers blijven in de warmte van de corbillard zitten. ‘Ik verzorg nu bijna alleen maar OCMW-uitvaarten’ vertelt hij. ‘Die zijn veel aangenamer om te doen.’ ‘Aangenamer?’ ‘Veel grappiger ook. Uitvaarten met veel volk en trammelant doe ik ook wel eens graag, maar de uitvaarten die we voor het OCMW verzorgen zijn gemoedelijker. Laatst deed ik er één waarbij het nichtje van de overledene de hele weg naar het graf moppen heeft zitten tappen.’ Ik verwacht dat er nu één van die grappen de revue zal passeren maar dat gebeurt niet. De bestelwagen met twee extra dragers komt aan en we besluiten met drie achter de corbillard te volgen naar het nieuwe perk. Onderweg tracht ik tegen de felle witte achtergrond fazanten te spotten die de jacht hebben overleefd. ‘Perk U ligt vol dus zijn we met een nieuw moeten starten: W1,’ zegt hij. ‘En het gaat snel, op twee weken ligt er al bijna een lijn vol.’ Een nieuw jaar, een nieuwe rij. Aangekomen bij het perk en de kist op schragen gaan mijn bloemen op het deksel en doet de man met het baardje teken dat het aan ons is. Ik gebaar dat ik niets te vertellen heb maar dat Lies meteen kan overgaan op het voordragen van haar gedicht. Bij haar lezing die in volume erg gedempt lijkt door de sneeuw staar ik naar de eenvoudige kist met het deksel waarin bijna identiek dezelfde gouden bouten zijn gedraaid als bij de kist van mijn grootvader, maar bij deze kist zijn de handvatten bewaard gebleven.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De winter kwam als een hinde &lt;br /&gt;en het dal trok. &lt;br /&gt;We zongen voor het onbeschutte.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Uw man sliep als een boom &lt;br /&gt;in een ander huis. &lt;br /&gt;Toch verkleurden uw haren niet.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;U had een scheur in het hart. &lt;br /&gt;Niemand kwam ze lijmen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Dus nu, voor u, &lt;br /&gt;nu het zand bergt &lt;br /&gt;en de weg niet meer te snijden is,&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;spoel ik uw kist &lt;br /&gt;naar een ander leven.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;U vindt er bloemen op tapijten &lt;br /&gt;en dansende japonnen. &lt;br /&gt;U veegt het water uit de gang.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;U kiest uw vorm van regen, &lt;br /&gt;ziet de netten en de tijd &lt;br /&gt;om langzaam in te vallen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;U krijgt een eigen huis, dat zacht is, &lt;br /&gt;een warmte die om u past.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;U wacht niet meer, al jaren.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;‘Dat ging snel,’ zeg ik als we het perk verlaten. ‘Sneller dan anders lijkt het.’ Misschien is het de koude die ons ongemerkt aanspoort sneller te handelen. ‘Goed, dat was het,’ zegt de man met het baardje. ‘Misschien zie ik u hier nog eens terug.’ Hij lacht gebaart naar het poortje, de struiken en wat bomen. Ik lach en antwoord: ‘Dan hoop ik u niet tegen te komen.’ Bij aankomst aan de terminus is café De Leuvenaar nog gesloten dus besluiten Lies en ik een koffie te drinken in het stadscentrum.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;© Voor gedicht: Lies Van Gasse &lt;br /&gt;© Voor verslag: Maarten Inghels&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;+&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Eenzame Uitvaart nr. 22, Antwerpen, G.D.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;16-02-2012 | ANTWERPEN, BEGRAAFPLAATS SCHOONSELHOF, MAARTEN INGHELS&lt;br /&gt;Meneer G.D. is op 6 november 1950 geboren te Antwerpen en daar thuis overleden op 1 februari 2012. Zijn uitvaart vond plaats op woensdagmiddag 15 februari 2012 op begraafplaats Schoonselhof. Dichter van dienst was Maarten Inghels&lt;br /&gt;Ik ben het verslag van eenzame uitvaart nr. 21 nog aan het uittikken als het mailtje van Renée binnenkomt met de boodschap dat de Firma volgende de week een nieuwe eenzame uitvaart zal verzorgen, op dinsdagmiddag 14 februari. Ik antwoord haar meteen dat ik zelf een gedicht zal schrijven voor meneer G.D., het was al een hele tijd geleden dat ik nog eens een uitvaart begeleidde met een gedicht, maar wanneer mijn mail met een woesh-geluidje in het mapje ‘verzonden berichten’ beland realiseer ik me dat ik op 14 februari een optreden voor 400 leerlingen van een middelbare school zou verzorgen. Na een telefoontje en wat gekras in agenda’s komen we overeen de uitvaart te verlaten naar woensdag 15 februari, zelfde uur, zelfde plek.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Behalve dat meneer G.D. thuis was overleden zijn er verder geen gegevens bekend. Ik tik zijn straatnaam in op Google Street View en kan zijn huis in 3D bekijken, inzoomen op de brievenbus zonder de belettering te kunnen lezen. Voor de deur staat een fiets tegen een boompje en een lege kinderwagen. Er loopt niemand op straat. Het haalt eigenlijk niets uit; het adres opzoeken en de foto’s van de witte gevel bekijken want het huis ziet er in de realiteit toch altijd een tikkeltje anders uit – al was het maar omdat het een nieuw seizoen is en er een ander licht op schijnt.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het huisje ligt in de Antwerpse buurt Schijnpoort, mij bijna geheel onbekend. Die ene keer buiten beschouwing gelaten dat ik met de bus door de buurt ben gereden en aan de tankstations na de brug getuige was van een staaltje verkeersagressie waarbij een kwade autobestuurder de bus staande hield en de ruitenwissers vernielde. Ik weet niet zo goed waar Schijnpoort begint of eindigt, maar ik neem tram twaalf bij het Coninckplein in Antwerpen Noord waarbij deze in een slingerbeweging via het Stuivenbergplein en sociale woonblokken naar Park Spoor Noord rijdt, het bruggetje onder de spoorweg neemt waar ik moet afstappen aan de twee tankstations.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Voor het rode tunneltje zie ik de uitvergrote prent van Suske en Wiske hangen die over de Schijnpoort handelt en thuisgekomen zal ik ontdekken wanneer ik voor het eerst iets over de wijk Schijnpoort heb gehoord. In het stripalbum ‘De 7 schaken’ komt de Schijnpoort voor als de buurt waar Willy Vandersteen school liep en het Stuivenbergplein als de plek waar hij is geboren. Als ik verder Googel ontdek ik dat Station Antwerpen-Schijnpoort een goederenstation is en dat er een loods is met draaibanken en een wasstraat waarin passagierstreinen worden schoongemaakt om ze nadien om te vormen tot nieuwe treinen.&lt;br /&gt;De dooi heeft zich ingezet en de straten zijn goed nat. Je moet al heel erg goed kijken waar er nog een plek ijs zit. De straat waar meneer G.D. heeft gewoond zit gekneld tussen de spoorweg en de Slachthuislaan, een soort van ongelukkig eilandje omgeven door tramlijnen, drukke verbindingswegen, tankstations en lelijke winkels met nutteloze prularia. Ik ben al op veel troosteloze plekken in de stad geweest maar dit straatje is in combinatie met de regen misschien wel het droevigste wat ik al heb gezien. Zijn huis is onderverdeeld in een 9A waar hij woonde en een 9B, elk met een deur en drie verdiepingen, zes kleine appartementen onder één dak.&lt;br /&gt;Bij meneer G.D. moet ik niet aanbellen maar als ik voor zijn deur staat komt bij 9B een zwarte man buiten die ik aanspreek in de veronderstelling dat hij een buurman moet zijn. Het is moeilijk praten vanwege zijn gebrekkige kennis van het Nederlands maar als ik met gebaren uitleg dat meneer D. is overleden en ik een woordje zal uitleggen op zijn begrafenis knikt hij heftig en wijst naar het raam op de gelijkvloers van 9A. ‘Ja, dood, dead,’ zegt hij luid maar meer dan dat de buurman is overleden weet hij ook niet. Als ik met de combinatie ‘begrafenis, funeral, uitvaart’ mijn reden van bezoek tracht te verklaren, dat ik wil weten of iemand meneer D. goed gekend heeft, antwoordt hij enkel met ‘Dead, dood’. Pas als ik met enkele oneerbiedige armbewegingen het wat volgens mij universele beeld van aarde en een kuil is uitbeeldt, begrijpt hij me en verwijst hij me door naar 9B waar de huisbaas schijnt te wonen. Hij belt drie maal voor me aan maar niemand doet open. De behulpzame buurman beaamt wat ik al begrepen had, de huisbaas is niet thuis of heeft geen zin in een praatje met één van zijn huurders, en zegt dan dat ik moet terugkomen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik besluit in plaats van de tram te nemen naar huis te wandelen, altans een groot stuk daarvan. Langs Park Spoor Noord zie ik een eenzame jogger in de regen en de eindeloze treinen met containers. Meer dan de helft van de containers draagt het opschrift China Shipping, de andere met illustere afkortingen. Het geluid van de voorbijdenderende goederentreinen moet haast de hele dag door klinken. Thuisgekomen zoek ik het telefoonnummer van de huisbaas op in de Witte Gids maar ik vind het nergens.&lt;br /&gt;Op de dag van de uitvaart van meneer G.D. regent het een hele dag en staat er een strakke wind. Met tram 24 aangekomen op Schoonselhof koop ik drie witte rozen bij één van de drie bloemenwinkels. Ik probeer elke keer af te wisselen van bloemist om het eerlijk te houden maar nu merk ik dat de drie rozen de helft goedkoper zijn dan bij de concurrent er naast. Ik vraag of er een cellofaantje rond kan maar de bloemiste vraagt of het bloemen zijn ‘om te leggen’. ‘Dan is het niet verstandig om voor cellofaan te kiezen aangezien ze dan door verstikking sneller stikken.’ Ik antwoord haar dat ze voor een ander papiertje mag kiezen waarna ze de bloemen haast vakkundig de nek omwringt door het papier tot een soort van waaier te vouwen en te nieten.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;‘En dit is nog beter voor het milieu ook,’ zeg ik. ‘Zo zonder het plastic.’ Ik denk aan mijn tante die niet graag heeft dat je bloemen met aluminiumsnippers of cellofaantjes mee de kuil inwerpt, slecht voor de natuur, het vergaat niet, of moeilijk.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Op begraafplaats Schoonselhof is er al één corbillard, een gloednieuw model dat een beetje op de kruising tussen de pausmobiel en een uit de hand gelopen gezinswagen lijkt. Ze staan ter hoogte van het nieuwe perk W1 waar meneer D. zal worden begraven maar ze komen even aangereden om me in te lichten dat ze wachten op een tweede corbillard. ‘Deze heeft namelijk geen kist mee,’ zegt Dennis met het lange zwarte haar. Hij vraagt of ik een paraplu moet hebben maar die sla ik af. Ik wacht wel in het schuilhuisje op de tweede wagen.&lt;br /&gt;De tweede corbillard blijkt ceremoniemeester Bert mee te vervoeren, wie ik een hartelijke hand schud, het is immers lang geleden dat hij er nog eens bij was, en de drager met het keurige witte baardje wiens naam ik niet meer wist vorige week. ‘Etienne,’ zegt hij. Etienne, prent ik me in, Etienne, niet meer vergeten. We delen paraplus met het logo van de Firma op aangezien het harder is gaan regenen, maar het is een heel gevecht ze recht te houden in de stevige wind. Bert wilt geen paraplu want hij heeft een hoed: ‘Een hoed uit Rome, gekregen van de paus.’ Later zal hij me het binnenwerk tonen waar in het Latijn het bewijs staat gedrukt.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;‘Heel vreemd,’ zegt Etienne. ‘Als ik buiten moet zijn stopt het normaal gezien altijd met regenen. Ik heb twee hondjes en als ik die moet uitlaten stopt het meteen met regenen.’ Etienne is ondanks de regen die niet wil stoppen nu hij buiten staat in een vrolijke bui totdat we de corbillard die nog even een formulier bij de administratie moet gaan afgeven een vreemde route zien nemen. Etienne fulmineert vanop afstand tegen de chauffeur die ‘een nieuwe is en altijd zijn eigen goesting wil doen’, ook onder dragers bestaat er klaarblijkelijk een hierarchie. Wanneer de corbillard met de kist eindelijk aan komt rijden bij perk W1 slaat Etienne met het handvat tegen het koetswerk van de wagen. ‘Stoppen,’ roept Etienne. ‘Draaien!’&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;‘Meneer is een buitengewoon formaat,’ zegt hij tegen mij. ‘Boven de honderdvijftig kilogram.’ De nieuweling zal de corbillard achteruit het perk oprijden, zo dicht mogelijk bij de lijn graven. ‘Zover krijgen we hem niet getild.’ Zijn overgewicht is misschien een verklaring voor de jonge leeftijd waarop meneer D. stierf. Het gaat steeds harder regenen en na ingewikkelde manoeuvres op de drassige ondergrond krijgen ze de corbillard tot bij de graven. Dan is het nog even onderhands tillen met vijf dragers en een graver, zelfs Bert tilt mee, ondanks zijn versleten schouder. De kist is aanzienlijk breder en ook de gouden bouten en handvaten zijn massiever. Voor de kist op schragen met iedereen er wat verspreid rond, lees ik mijn gedicht voor meneer G.D. voor:&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;TOT ZOVER &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Voor G.D. (1950 – 2012)&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Tot zover zijn er niet meer gegevens &lt;br /&gt;bekend dan uw naam, geen familie &lt;br /&gt;waartegen u kon vertellen over de&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;eindeloze treinen van China Shipping, &lt;br /&gt;het schaatsnieuws in uw laatste dagen. &lt;br /&gt;Niemand om in s- of achtbanen omwegen&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;mee te maken tot de koude in uw botten &lt;br /&gt;tocht, om foto’s te tonen van een snoepreisje &lt;br /&gt;dat u ooit ondernam – ik gok aldoor.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wat moet ik dan vertellen over wie &lt;br /&gt;ik niet eerder heb ontmoet, een adres &lt;br /&gt;dat ik nooit eerder bezocht. Stamelend,&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;zonder idee over wat uw ogen vochtig &lt;br /&gt;hield, wie u troostend vast nam bij &lt;br /&gt;wat de dooi nog boven water bracht.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Dus moet het maar met mijn schamele &lt;br /&gt;smalltalk: de straat is weer ijsvrij, men &lt;br /&gt;houdt uw gordijnen dicht, tot zover.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Mijn in vier gevouwen vel papier gaat mee het graf in en wordt onder een bout vast gezet. Dan is met een extra lint weer tillen geblazen om de kist uitgebalanceerd de kuil in te laten zakken. Ik bedenk dat ik laatste tijd te veel kisten heb zien zakken in een kuil natte aarde. De laatste twee maanden kan ik ze niet meer op één hand tellen en vanochtend kreeg ik opnieuw een sms’je dat berichtte over iemands dierbare die stierf. Dit tempo is moeilijk wennen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik geef mijn paraplu terug aan Etienne en groet hem. Ik wijs hem op twee eenden die opvliegen, maar neen, het zijn niet de fazanten of patrijzen die hij hier mistte. Hij vloekt en slaat met zijn paraplu weer op de wagen die de nieuweling stuurt. ‘Ze moeten het nog leren,’ zegt hij.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;‘Ja,’ zeg ik. ‘We moeten het nog leren.’&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;© Voor gedicht en verslag: Maarten Inghels&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;+&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/1519731747028585709-4805162013282337747?l=uitvaart.eenzameuitvaart.nl' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</description><link>http://uitvaart.eenzameuitvaart.nl/2012_02_01_archive.html#4805162013282337747</link><author>noreply@blogger.com (uw Starik)</author></item><item><guid isPermaLink='false'>tag:blogger.com,1999:blog-1519731747028585709.post-3600824094681248763</guid><pubDate>Wed, 08 Feb 2012 15:43:00 +0000</pubDate><atom:updated>2012-02-08T16:44:25.645+01:00</atom:updated><title></title><description>&lt;span style="font-weight:bold;"&gt;Eenzame uitvaart nummer 140&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;I.M. Stepan Kirillov&lt;br /&gt;maandag 6 februari 2012, 09.30 uur, begraafplaats St. Barbara &lt;br /&gt;dichter van dienst: Eva Gerlach&lt;br /&gt;verslag: Eva Gerlach.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Woensdag 2 februari. Starik is op vakantie, ik neem voor hem waar, mocht zich gedurende zijn afwezigheid een eenzame uitvaart voordoen. En ja, telefoon van mevrouw Conrad, Team Rampen/Uitvaarten/Pension van de Gemeente Amsterdam:  &lt;br /&gt;Stepan Kirillov,  geboren in Sebastopol op 9 augustus 1961, is op 27 januari gevonden in het Flevopark, waar hij zich aan een boom had opgehangen. De begrafenis is maandag aanstaande, 6 februari, om halftien op St. Barbara. &lt;br /&gt;Ik zeg dat ik er zal zijn en denk aan mijn broer P., ook van 9 augustus, die een kwart eeuw geleden voor dezelfde methode koos. Eenzame Uitvaarten kennen geheime wegen naar je privé.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Vrijdag 3 februari. Ik realiseer me dat ik niet weet of de Rus hier legaal of klandestien was en bel het Team nog maar even. De heer Van Bokhoven zegt dat de verblijfsvergunning recent was verlopen. Geen impulsieve laatste daad, vermoeden we. Ik maak de eerste versie van het gedicht. Niks weten, proberen het gat te vullen. Maandag gaat de poging mee het gat in.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Zaterdag 4 februari. Tweede versie. Paar regels veranderd en S.K. ‘u’ genoemd om hem voor mezelf te onderscheiden van onherroepelijk ook binnenlopende P. Kan het hem of hem of iemand anders iets schelen dat ik dit doe? Nee. Juist daarom naar eer &amp; geweten enzovoorts.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Maandag 6 februari. Ik ben om vijf voor half tien bij de ingang van de kapel, waar drie koude heren ongerust op mij staan te wachten, mogelijk is mijn reputatie me vooruit gegaan. De uitvaartleider vraagt of ik de muziek bij me heb. Dat was niet de afspraak, meld ik, waarna hij zich kalm naar boven begeeft en twee minuten later glimlachend terugkeert. ‘In orde. Mag ik u verzoeken?’&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;We gaan naar binnen, de dragers voegen zich bij ons ‘omdat het anders zo weinig is.’ Na Griegs Morgenstimmung vertel ik het weinige dat over S.K. bekend is en lees het gedicht. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;GEDICHT OVER DE PLEKKEN&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style="font-style:italic;"&gt;voor S.K. (1961-2012) en voor mijn broer P., die vergelijkbaar uitstapte.&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik weet de plek waar u nog bent, hier naast me. &lt;br /&gt;De rest is alle plekken waar u, net &lt;br /&gt;als ik, een gat sloeg (achter elke laatste&lt;br /&gt;stap zijn we lucht) – maar ik kan terug, u niet.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Misschien bent u uit al die holtes één&lt;br /&gt;mansgrote, vol met hoe ik me vergis&lt;br /&gt;als ik u denk te zien maar niks zie dan&lt;br /&gt;uw laatste beeld, dat ondoorzichtig is.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik vul u in met kleur die er niet was&lt;br /&gt;ik spreid een laken voor een vreemde gast&lt;br /&gt;prop woorden in uw dove dode oor&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;een mens stelt zich wat voor, ik haal u af&lt;br /&gt;maak u los leg u neer doe uw gezicht &lt;br /&gt;dicht, ik dek u toe, broertje slaap door.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Saint Saens Zwaan, Dvoraks Nieuwe Wereld-Largo. ‘Heren,’ zegt de uitvaartleider, de dragers stellen zich op aan weerszijden van de baar. Waarom knijpt dit moment altijd mijn keel dicht en waarom vergeet ik vervolgens altijd te wachten met mijn jas tot de kist voorbij de levenden is gevoerd. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;S. ligt mooi, bijna aan de rand, met uitzicht over een besneeuwde vlakte. We scheppen zand en nemen stilte in acht. Ik wilde dat ik zo’n chinees begrafenisenvelopje had meegenomen, voorzien van beschermende karakters en te vullen met speciaal begrafenisgeld, uitsluitend verkrijgbaar in miljoenen-coupures, die ervoor voor zorgen dat je vriend het goed heeft na de dood.&lt;br /&gt;Dat kan hij wel gebruiken.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Koffie met een speculaasje. De uitvaartleider vertelt over het concurrentievoordeel van de combinatie menselijkheid/scherpe prijzen. Bert Kiewik van het T.R./U./P. vertelt over de verschrikkingen die elke dag op zijn weg komen. Als we naar buiten gaan, zie ik kraaien zitten in onze voetsporen van daareven. Toch iets van beschutting. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;© voor gedicht en verslag: Eva Gerlach&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;+&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/1519731747028585709-3600824094681248763?l=uitvaart.eenzameuitvaart.nl' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</description><link>http://uitvaart.eenzameuitvaart.nl/2012_02_01_archive.html#3600824094681248763</link><author>noreply@blogger.com (uw Starik)</author></item><item><guid isPermaLink='false'>tag:blogger.com,1999:blog-1519731747028585709.post-517397391221198023</guid><pubDate>Fri, 20 Jan 2012 14:43:00 +0000</pubDate><atom:updated>2012-01-20T15:43:47.307+01:00</atom:updated><title></title><description>EENZAME UITVAART NUMMER 139&lt;br /&gt;N.N.&lt;br /&gt;donderdag 19 januari 2012, 10 uur, St Barbara&lt;br /&gt;dichter van dienst: Judith Herzberg&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Als Van Bokhoven belt, en ik traditiegetrouw opmerk: 'Moment. Even een pen en een papier pakken,' zegt hij dat er maar weinig op te schrijven valt. Een onbekende man, door de politie uit het water van het Amsterdam-Rijnkanaal gehaald. Ter hoogte van de Zuider IJdijk nummer 139. Het lijk verkeerde in verregaande staat van ontbinding. Europees uiterlijk, het haar grijzend aan de slapen, vermoedelijk een jaar of veertig, vijftig. Dat is het. De doodsoorzaak wordt 'niet natuurlijk' genoemd. Dat kan van alles betekenen. Gevallen, gesprongen, geduwd. Ik vind Judith Herzberg bereid een gedicht voor deze onbekende meneer te schrijven.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Donderdagochtend. Het regent vies. Op de begraafplaats tref ik de oude heer Degenkamp. Richard, de jonge meneer, is bezig bomen om te zagen. 'We hebben een versnipperaar gehuurd. Dat is duur. Dus Richard moet zagen.' Er komt een nieuw hek, van gietijzer, met een haag ervoor, is de bedoeling. De begraafplaats wordt al jaren afgeschermd door zo'n liefdeloos Heras-hekwerk. Dat wordt nu vervangen door zo'n tijdloos, fraai nostalgie-hek. En daarvoor moeten dus eerst die bomen om. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Tommy Hilfiger is er weer. Ik had eigenlijk verwacht mevrouw Herzberg ook al aan te treffen, maar haar zie ik nog niet. Wel komt kort na mij Van Bokhoven in de witte dienstauto de begraafplaats opgereden. Ik maak me lichte zorgen. Had ik haar gisterenmiddag niet nog eens moeten bellen om haar aan onze afspraak te herinneren? Dan zegt Degenkamp dat zij al lang in de wachtruimte naast de aula zit. Ze had naar me gevraagd, maar was mijn naam vergeten. 'U bedoelt meneer Starik,' wist Degenkamp, en ja, die bedoelde ze. Ze heeft een kopje koffie gekregen van de mevrouw die voor de koffie zorgt, al had de mevrouw erbij gezegd dat zoiets eigenlijk niet kon, reeds voor aanvang van de dienst een kopje koffie schenken, 'want we moeten toch op de kosten letten'. Judith haalt het gedicht uit haar tas, of ik er nog even naar wil kijken. Het gedicht is met de hand geschreven. In potlood is er nog een kleine verbetering aangebracht. 'Het ligt zo voor de hand, wat ik geschreven heb. Ik ben bang dat iedereen hetzelfde gedicht zou hebben geschreven. Lijken die gedichten niet allemaal op elkaar?' Ik stel haar gerust.&lt;br /&gt;Nee, die gedichten lijken helemaal niet allemaal op elkaar. Iedere dichter denkt toch weer langs andere lijnen, altijd. Dan komt Degenkamp ons halen. 'Zal ik mijn tas hier laten?' vraagt ze. 'En mijn jas?' Ze draagt een tamelijk omvangrijke, donkergroene regenjas, die vervaarlijk kraakt en ritselt, bij iedere beweging. Degenkamp adviseert de jas maar aan te houden. We moeten straks de kist nog wegbrengen. 'O, ik dacht dat we gewoon binnen bleven. Of moet ik mijn gedicht voordragen aan het graf?' Ze heeft eerder een uitvaart gedaan, lang geleden, van het verloop ervan is haar kennelijk niet veel bijgebleven. We herinnert ze zich de mevrouw die de uitvaart van de toenmalige overledene bezocht en verklaarde dat ze elkander kenden van de tennisbaan, van vroeger, voor ze zich in haar huis verschanste, 'met de meubels tegen de deur geschoven enzo'. Dat was mij dan weer ontschoten.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;We gaan de aula binnen. Morgenstimmung van Grieg klinkt op, heel vredig. Dan komt Tommy naar voren om Judith het woord te geven. Ze zit wat onhandig schuin in het voorste bankje op rechts gepropt, met die grote jas aan, komt moeizaam overeind, vraagt of er misschien iemand aanwezig is die het overschot uit het water heeft gehaald. Dat is niet het geval. Dan leest ze haar gedicht voor, naar de kist gekeerd.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Toegift&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Natuurlijk haal je liever iemand uit het water&lt;br /&gt;die nog te redden is. Maar stel dat hij nog leefde&lt;br /&gt;wat hadden we dan voor hem kunnen doen. Hem vragen&lt;br /&gt;waar zijn wanhoop op berustte, hem zijn geliefde &lt;br /&gt;weer terugbezorgen, of zijn werk, of zelfvertrouwen?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Nu kunnen we een heel klein beetje rouwen&lt;br /&gt;niet eens om hem, omdat we hem niet kennen,&lt;br /&gt;maar uit een vaag gevoel van menselijk fatsoen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De bijna-liefde, bijna aandacht die hij straks nog&lt;br /&gt;meekrijgt in zijn kist, was misschien nèt dat&lt;br /&gt;kleine beetje dat hem gered had, had kunnen redden,&lt;br /&gt;dat hij, bij leven, heeft gemist.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Judith Herzberg&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Als ze is uitgesproken, komt ze naast me staan, op rechts, ik, op de tweede rij gezeten. Ze kijkt me aan, ik knik. Dan vraagt ze iets, terwijl de muziek weer inzet. Saint-Saëns, De zwaan, uit het Carnaval der dieren, waarover Degenkamp later trots zal opmerken dat hij het zelf mooi gekozen vond, de stervende zwaan, het water, maar ik betwijfel of die zwaan wel stervende is, of dat Degenkamp dat er zelf bij verzonnen heeft. Ondertussen vraagt Herzberg nog iets, iets algemeens, over de eenzame uitvaart, ik geef een kort, gemompeld antwoord. Het laatste muziekstuk, het Largo van Dvorák. Op de r hoort eigenlijk nog een omgekeerde circumflex, maar die kan ik niet vinden, en Degenkamp spreekt de naam van de componist geheel fonetisch uit, hetgeen ons allemaal tot klankexperimenten met de uitspraak van zijn naam zal verleiden, bij de koffie, straks. Devoorrak. Judith komt met Dvwozjak. Ik houd het op Dvordzjak. Tommy pleit voor Dvoratsj. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;We horen de dragers naar voren komen, nu gaan we allemaal staan. Dat is beter. Even later wandelen we de regen in, achter de kist aan. Judith Herzberg moppert dat ze het allemaal maar erg luxe vindt. Bloemen, kist, muziek, aula en alles. Nog net de regen niet. En of het feit dat de uitvaart op een van oorsprong katholieke begraafplaats plaatsvindt, ook betekent dat dit een katholieke uitvaart is. En vraagt zich hardop af of het geld dat aan de uitvaart wordt besteed, niet beter aan de levenden ten goede was gekomen, een vraag die in haar gedicht al impliciet wordt gesteld. Ik antwoord dat ik het belangrijk vind dat alle mensen met dezelfde aandacht en eer worden weggebracht, onverschillig wat er, misschien, aan de uitvaart vooraf is gegaan. Ze oppert dat ze haar vergoeding wellicht aan een goed doel kan schenken, vraagt hoe andere dichters dat doen. Het komt voor dat een dichter afziet van zijn vergoeding, vertel ik, dan blijft het geld gewoon in de stichting, en wordt er op den duur een andere dichter van betaald, dus dat helpt niet, niet echt, concluderen we. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Bij de laatste rustplaats van onze nog even onbekende man aangekomen, houden we halt, om op gepaste afstand het plaatsen van de kist gade te slaan. 'Ik ben eigenlijk wel nieuwsgierig,' verklaart Judith dan, en stapt met de dragers mee naar voren om de toebereidselen van nabij te bekijken. Als de kist gezakt is, we een kletsnat schepje zand geworpen hebben, slenteren we terug voor de onvermijdelijke koffie. Judith zegt dat ze het nog een keer wil doen, een eenzame uitvaart, 'en dan maak ik een boos gedicht'. Over het gebrek aan aandacht voor de levenden. Ik moet dan altijd denken aan kunstcritica Anna Tilroe, die me eens vertelde dat aandacht een van de zeer weinige schaarse goederen is in onze overvloedige wereld. Aandacht. Raar spul. Iedereen wil het hebben, maar niemand wil het geven. Tommy vertelt over de uitvaart van de dag tevoren, een ouwe junk, maar met een hoop vrienden, waarbij hij van de meesten dacht: die hebben ook niet lang meer te gaan. Degenkamp vult aan dat er na afloop een kettingzaag zoek was. Het zou een manier kunnen zijn om aandacht te trekken. Een ouwe junk met een kettingzaag. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Hij wil weten of het waar is, dat ik binnenkort afzwaai als stadsdichter. Dat kan ik beamen. Van Bokhoven informeert naar de precieze tijd en de lokatie. Die geef ik hem.&lt;br /&gt;Voorzichtigheidshalve spreken we af dat ik hem een nummer van een vervanger voor de eenzame uitvaart zal verstrekken, als ik na mijn terugtreden mijn traditionele week naar de zonne vlieg, om daar een week lang heel stil in te liggen. Een week. Niet langer.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik bel een taxi voor Judith. Wacht samen met haar op de komst van de auto. Als ze is weggereden, staat de oude heer Degenkamp me op te wachten voor zijn kantoor.  'Vreemde vrouw,' merkt hij op. Ik lach. 'Onze lieve heer,' begin ik, maar maak mijn zin niet af.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;© voor het verslag: F. Starik&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;+&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/1519731747028585709-517397391221198023?l=uitvaart.eenzameuitvaart.nl' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</description><link>http://uitvaart.eenzameuitvaart.nl/2012_01_01_archive.html#517397391221198023</link><author>noreply@blogger.com (uw Starik)</author></item><item><guid isPermaLink='false'>tag:blogger.com,1999:blog-1519731747028585709.post-4725406393003783728</guid><pubDate>Mon, 09 Jan 2012 10:41:00 +0000</pubDate><atom:updated>2012-01-09T11:42:36.039+01:00</atom:updated><title></title><description>Rotterdam - Eenzame uitvaart Nummer 11&lt;br /&gt; &lt;br /&gt;Juris J.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;23 augustus 1981 Riga, Letland – 4 december 2011 Rotterdam &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Vrijdag 6 januari 2012, Begraafplaats Crooswijk, 9.30 uur&lt;br /&gt;dichter van dienst: Ester Naomi Perquin, verslag: Rien Vroegindeweij&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Daags na Nieuwjaar meldt Peter Boertjes de dood van Juris J., een jongeman uit Riga. Amper dertig jaar, een maand geleden dood gevonden op een adres dat ons niet bekend wordt gemaakt. Het is dus geen lijkvinding, een woord dat ik niet ken (staat ook niet in het woordenboek), maar is kennelijk een technische term van de mensen die beroepshalve worden ingeschakeld. Het betekent dat een lijk binnen 24 uur wordt gevonden. Er is een uitgebreid onderzoek van de politie verricht en via Interpol is gezocht naar nabestaanden, maar zonder resultaat. Juris J. stond niet ingeschreven in Rotterdam of elders in Nederland. Echt een heel erg geval van eenzame dode. “Wat triest. Hij is jonger dan ik,” zegt Ester Naomi Perquin, als ik haar vraag een gedicht te schrijven en aanstaande vrijdag – het kan ook maandag worden – aan het graf voor te lezen. Een dag later schrijft ze al dat ze iets over Juris op internet heeft gevonden: “Met een naam, een stad en een geboortedatum moest ik, dacht ik, toch wel iets boven krijgen. Dat was ook zo, eigenlijk. Al bracht het me niet dichter bij een antwoord. Juris J. stond ingeschreven op iets dat het midden houdt tussen een etalage en een sociaal netwerk. Zijn pagina was leeg, op de basisgegevens na. Die waren mij al bekend, natuurlijk. Er stond wel een knopje in beeld met daarop veelbelovend 'Ontdek meer over Juris J.' Maar toen ik daarop klikte las ik alleen, vrij vertaald: 'Juris J. heeft nog niets ingevuld.’&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het wordt vrijdag, vrijdagochtend, half tien. Ik ben aan de late kant bij de begraafplaats. De lijkwagen is er al, Ester staat te wachten met Peter Boertjes en Jan Meeling van de Dienst Stedelijke Zorg. De vorige uitvaart waren ze er ook bij. Peter zegt dat er voor meneer Sissoko, die toen werd begraven, zich toch nog een familielid uit Mali heeft gemeld. Ik vind het prettig dat zij er bij zijn, dat er belangstelling wordt getoond; bij vorige eenzame uitvaarten was er zelden iemand van de DSZ aanwezig. De mevrouw van de begrafenisonderneming zegt dat de overledene een eigen graf krijgt. In de regel gaan er drie doden op elkaar in één graf. Buitenlanders zo mogelijk bovenop, met het oog op een eventuele opgraving. Zo krijgt Juris J. onbedoeld een status die hij in zijn korte leven wellicht nooit heeft verworven. We weten het niet, we gissen, denken er ieder voor zich een leven en een einde bij. Het is mooi winterweer, een dreigende regenbui, dan nog een zwak zonnetje. We moeten een heel eind lopen, tot aan de rand van de begraafplaats, aan de kant van de Rotte. De dragers vallen deze keer in de categorie oudere mannen. Ester vraagt mij haar tas vast te houden, zodat ze haar handen vrij heeft en haar gedicht voor Juris J. kan voorlezen. Het valt me op hoe zwaar haar tas is. Al eerder had ze me gevraagd, geschreven, in een P.S. “ Ik hoop dat ik me waardig zal gedragen bij de teraardebestelling - ik huil namelijk nogal snel, de laatste maanden. Het was een smerig jaar, wat de dood betreft. Daar komt het van. Ik zal natuurlijk mijn best doen om mijn taak naar behoren uit te voeren (niemand zit te wachten op een lekkende dichter) maar voel je vrij me zonodig zacht doch vermanend toe te spreken. 'Wij zijn geen watjes, wij van Perquin,' zei mijn moeder vroeger. En een welgemeend godverdomme van jou zal vast ook wonderen doen.” Maar het gaat goed, heel goed:&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In Memoriam Juris J. * 1981 te Riga – † 2011 te Rotterdam&lt;br /&gt; &lt;br /&gt;Ze hebben je gevonden op een zondag toen het waaide, &lt;br /&gt;hoewel je stil lag en onvindbaar was. Ver weg. &lt;br /&gt; &lt;br /&gt;Ook op een beeldscherm glip je door de mazen van het net. &lt;br /&gt;Je hebt jezelf sociaal online geplaatst: je naam, &lt;br /&gt;je leeftijd en je stad. Dus is het helder &lt;br /&gt;dat je zocht. Maar wat? &lt;br /&gt; &lt;br /&gt;Een vriend. Contact. Een hand om vast te houden voor &lt;br /&gt;een leven of een nacht. Je liet de velden leeg.&lt;br /&gt;Geen studie, geen beroep, geen films &lt;br /&gt;of lievelingseten, mooiste muziek. &lt;br /&gt;Karakter: niets. Zelfs je foto ontbreekt. &lt;br /&gt; &lt;br /&gt;Er kwam geen liefde op je af. Hooguit een reis alleen, &lt;br /&gt;een plan, een deur in deze stad. Waar had je &lt;br /&gt;op gehoopt? Je trof een vreemde die &lt;br /&gt;een vreemde zag. Iets deed&lt;br /&gt;wellicht. Je ogen sloot. &lt;br /&gt; &lt;br /&gt;Tenslotte werd je vrijgegeven. Een man van &lt;br /&gt;summiere gegevens, verder niks. Begraven&lt;br /&gt;in andermans aarde. In andermans taal. &lt;br /&gt; &lt;br /&gt;Maar je profiel is niet gewist. Wie weet &lt;br /&gt;zal er een meisje zijn dat na vandaag &lt;br /&gt;je naam aanklikt. Hier ben ik. &lt;br /&gt;Vertel me je verhaal. &lt;br /&gt; &lt;br /&gt; &lt;br /&gt;Thuis is er een e-mail van Starik over de Eenzame Uitvaart in Amsterdam van een jongeman, dertig jaar, uit Riga, Letland. Verdronken in een gracht. Op dezelfde dag begraven als Juris J. Wie weet, misschien hebben ze elkaar gekend. De ouders hebben geen geld om de begrafenis van hun zoon bij te wonen. In de landen van de Europese Unie kunnen plaatsen van geboorte en kerkhoven ver uit elkaar liggen.  &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;+&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/1519731747028585709-4725406393003783728?l=uitvaart.eenzameuitvaart.nl' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</description><link>http://uitvaart.eenzameuitvaart.nl/2012_01_01_archive.html#4725406393003783728</link><author>noreply@blogger.com (uw Starik)</author></item><item><guid isPermaLink='false'>tag:blogger.com,1999:blog-1519731747028585709.post-7610059976373764004</guid><pubDate>Fri, 06 Jan 2012 09:50:00 +0000</pubDate><atom:updated>2012-01-06T11:33:46.186+01:00</atom:updated><title></title><description>EENZAME UITVAART NUMMER 138&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Van Bokhoven meldt: Marcis Bisofs, geboren 6 april 1981, Riga, Letland.&lt;br /&gt;Door de politie gevonden in een bootje aan de Jacob van Lennepkade ter hoogte van nummer 159 op 14 december 2011 om 14.40 uur. Hij lag met zijn hoofd half in het water. Marcis leed aan epilepsie. Sectie wees uit dat de doodsoorzaak verdrinking is. Er is familie getraceerd in Letland, de ambassade sprak met zijn vader. Niemand kan vanwege geldgebrek naar de uitvaart komen. Marcis Bisofs wordt donderdag 5 januari 2012 om 12 uur één steek diep op St. Barbara begraven. Terwijl Van Bokhoven spreekt, valt hij uit naar Ali Mahmood, zijn collega: 'Nu even niets doen! Anders kan ik het straks nog steeds niet!' &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;'Hebben jullie het daar nog een beetje gezellig?' informeer ik. 'Een nieuw computersysteem,' moppert Van Bokhoven.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;'Graag kwartier van tevoren aanwezig, enkele kopieën van het gedicht meenemen.' Zo mail ik de gegevens door aan Jannah Loontjens, dichter van dienst. Er zijn maar twee dagen voor het schrijven van het gedicht. 's Avonds belt ze met aanvullende vragen. 'Probeer Van Bokhoven morgen nog maar eens,' adviseer ik haar. 'Misschien zijn de opstartproblemen met het computersysteem dan wel voorbij.' Iets zegt me, dat ze niet voorbij zullen zijn. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Donderdagochtend. Van Bokhoven belt en barst meteen los over het nieuwe computersysteem dat men in gebruik probeert te nemen, en dat 'geeft nog zo wel een paar probleempjes'. Hij komt niet naar de uitvaart. We staan er dus alleen voor. Op verzoek van Jannah, die ook zo haar computerprobleempjes kent, print ik haar gedicht uit. Ruim op tijd vertrek ik naar de begraafplaats. Het stormt nogal, dan zal het wel wind tegen wezen. En wind tegen het is. Als ik de begraafplaats op kom ploeteren en de frêle gestalte van Jannah ontwaar, besef ik dat ik de prints in het laatje van de pinter heb laten liggen. 'Ben over een kwartiertje terug,' roep ik in het voorbijgaan, maak rechtsomkeert en word bijna gratis naar huis geblazen. En weer terug. Er is nog net tijd over om naar de muziek te informeren, drie keer licht klassiek. Een sigaret te roken. Dan is het precies twaalf uur.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;We gaan zitten. Ik schuif in op links, vooraan, daar waar Van Bokhoven zou zitten als hij niet zoveel computerprobleempjes zou hebben. Ik geloof dat hij al zijn woede in dat verkleinwoord probeert te stoppen. Later vanmiddag zal ik hem bellen om te vertellen dat de uitvaart heel goed verlopen is, mooi gedicht, heel stil. 'Hoe staat het met de computerprobleempjes?' zal ik hem vragen. 'Een hele warme douche voor u!' antwoordt hij, ik denk dat hij dat uit een consumentenprogramma op de televisie heeft. Of het veel goeds betekent betwijfel ik. De Lente van Vivaldi klinkt, tergend opgewekt, dan komt Jannah naar voren en leest haar gedicht voor.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Amsterdam, 5 januari 2012&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Aan Marcis Bisofs&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Je woonde hier een jaar of twee, leerde enkele woorden. &lt;br /&gt;Hallo. Alsjeblieft. Misschien ik houd van jou. Misschien&lt;br /&gt;geleerd van een vrouw die je amper kende. Of van een ander &lt;br /&gt;die Letland googlede, om te begrijpen waarover je sprak.&lt;br /&gt;Zij weten niet dat je hier nog bent. En toch ook zo ver weg. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Je was dertig. Je zou vertrekken. Je had plannen zo hoog &lt;br /&gt;als de lucht, stel ik me voor. Zodra er geld zou zijn. &lt;br /&gt;Misschien verder. Amerika, Japan, Nieuw Zeeland. Wie zal &lt;br /&gt;het zeggen. Of terug naar je geboortegrond. Daar waar &lt;br /&gt;de mensen je kenden. Ook zonder dat ze je kenden. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Struikelen we niet allemaal? Dag in dag uit. Over plinten. &lt;br /&gt;Over zorgen en over niets. Over zenuwen en rommel. Zomaar.&lt;br /&gt;Of door epilepsie, die jou soms overviel. Je duikelde misschien &lt;br /&gt;de kade af. Verloor je evenwicht op de boot. Het water &lt;br /&gt;verkende moeiteloos je luchtwegen. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Jouw dromen droomden misschien nog een halfuur. Nadat&lt;br /&gt;jouw toekomst uit zicht verdween. Een half uur meer &lt;br /&gt;of minder. Ik weet er niets van. Ik probeer aan je te denken &lt;br /&gt;onbekende jongeman. Al is het nu te laat. En is het in een taal &lt;br /&gt;die jij zo slecht verstaat. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;van Jannah Loontjens&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;heeft ze, heel lief, onder het gedicht geschreven. Aan Marco. Van Jannah. Drie keer licht klassiek. Twee te gaan. Ik voel mijn wangen blaken van levenslust, van de stormwind die mijn haastige dubbele tocht naar de begraafplaats begeleidde, zoals je je kunt voelen na een lange strandwandeling, bijkomend in een uitspanning aan zee. Ik schaam me voor mijn wangen. Bij het derde stuk komen de dragers naar voren, we gaan staan. Volgen even later de uitvaartleider mee naar buiten. Hij heet Tommy Hilfiger, tenminste, zo staat het op de zijkant van zijn bril geschreven. De jonge heer Degenkamp heeft zijn mooie lange zwarte jas helemaal tot boven dichtgeknoopt. Harde haartjes wetgel. Daar krijgt de wind geen vat op. Bij het graf spreekt Tommy ten afscheid: 'Mag ik u voor een kopje koffie uitnodigen? Hij gaat nu aan zijn langste reis beginnen.' We hebben allemaal een schepje zand geworpen. We merken op, dat er rond het graf een bijna perfecte windstilte heerste, waarna we in de stormwind nog lang niet aan onze laatste reis beginnen. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;© voor het verslag: F. Starik&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;+&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/1519731747028585709-7610059976373764004?l=uitvaart.eenzameuitvaart.nl' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</description><link>http://uitvaart.eenzameuitvaart.nl/2012_01_01_archive.html#7610059976373764004</link><author>noreply@blogger.com (uw Starik)</author></item><item><guid isPermaLink='false'>tag:blogger.com,1999:blog-1519731747028585709.post-909714360776171271</guid><pubDate>Wed, 04 Jan 2012 09:39:00 +0000</pubDate><atom:updated>2012-01-04T10:39:54.547+01:00</atom:updated><title></title><description>EENZAME UITVAART NUMMER 137&lt;br /&gt;I.M. Salojzija Vis-Kandus, 12 maart 1920 – 17 december 2011&lt;br /&gt;De Nieuwe Ooster, donderdag 29 december 2011&lt;br /&gt;Dichter van dienst: Menno Wigman&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het komt zelden voor dat er in de laatste dagen van het jaar géén eenzame uitvaart wordt aangemeld. Er wordt deze keer gelukkig ruim de tijd gegeven, de uitvaart wordt al op 23 december aangekondigd – er is nog gelegenheid om iemand te bellen voor men aan het kerstdiner is aangeschoven. Iemand. Astrid Bussink komt met haar ploegje voor 'Het uur van de wolf' de uitvaart filmen, haar laatste, zo is beloofd. Dat betekent, onder andere: geen Neel, geen Anneke, geen Eva. Ik denk Maria, maar die gaat op vakantie. Aha. En ze is al eens gefilmd. Menno Wigman. In de voorbereidingen voor de documentaire heeft Bussink Wigman al gesproken. En hij was toen enthousiast over haar idee om oude fotoalbums te filmen, fictieve, vergeten levens. In plaats van de uitvaart zelve, was het toen nog. Hoe dan ook: Menno is beschikbaar. Hij schrijft:&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;"Al op kerstnacht begon ik aan een gedicht voor Salojzija Vis-Kandus, een Tsjechische vrouw die in de zomer van 1945 naar Amsterdam kwam en daar op dinsdag 21 december overleed. Salojzija, die in het dagelijks leven Slawa werd genoemd, werd 91 jaar. Haar Marokkaanse buurvrouw heeft zeventien jaar lang ‘met heel veel liefde’ voor haar gezorgd. En haar dochter, vertelde de buurvrouw, ‘had zich geen betere oma kunnen wensen’.&lt;br /&gt; &lt;br /&gt;Omdat Marokkaanse vrouwen geen uitvaart mogen bijwonen en omdat de enige twee familieleden van Slawa niet uit Slowakijke wilden overkomen, waren er geen aanwezigen bij haar uitvaart.&lt;br /&gt; &lt;br /&gt;Anders dan gebruikelijk bij eenzame, soms anonieme doden was de woning van mevrouw Vis-Kandus ‘pijnlijk netjes’. In Extreme overlast. Portretten van op drift geraakte levens schrijft Paul Teunissen van het Leger des Heils: ‘Aan iemands slaapplaats is de mate van verval te zien. Slapen ze eenmaal op de bank, dan is het goed mis. Uitkleden doen ze zich dan ook vaak niet meer. De kleren die ze aanhebben, dragen ze al maanden.’&lt;br /&gt; &lt;br /&gt;Niets van dat alles bij Slawa. Ze zag er tot op hoge leeftijd buitengewoon verzorgd uit en stond er op dat haar woning een toonbeeld van netheid was – hoe weinig bezoek ze verder ook ontving.&lt;br /&gt; &lt;br /&gt;Tijdens het doorzoeken van haar woning ontdekte een gemeenteambtenaar dat Slawa steevast het saldo van haar bankafschriften had weggeknipt. Toen ik dit hoorde moest ik onmiddellijk aan de grote Arthur Schopenhauer denken, die zo achterdochtig was dat hij zijn zakelijke notities onveranderlijk in het Latijn en Grieks schreef. Uit angst voor dieven verborg hij zijn waardepapieren en rentecoupons altijd in oude brieven en muziekboeken.&lt;br /&gt; &lt;br /&gt;Toen ik met Slawa’s buurvrouw over het angstvallig wegknippen van haar banksaldo sprak, moest ze hartelijk lachen en zei ze dat ze niet eens wist dat er nog papieren bankafschriften bestonden. Ik dorst haar niet te vertellen dat ik ook nog altijd graag bankafschriften ontvang, al moet ik daar van de immer vriendelijke ING voor bijbetalen.&lt;br /&gt; &lt;br /&gt;Ik schrijf dit op 30 december 2011. Over een week zal de ING mij een eindafschrift over het voorbije jaar sturen. Ook bij Slawa zal nog één keer een jaarrekening op de deurmat vallen. Nog even en er zal een nieuwe huurder in haar woning trekken. Nog even en er zullen geen papieren bankafschriften meer bestaan.&lt;br /&gt; &lt;br /&gt;‘De dood maait maar door, onvermoeibaar als hij is,’ schrijft Schopenhauer. De toekomst ook.&lt;br /&gt; &lt;br /&gt;Dat Slawa zacht en zonder herinnering moge slapen."&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Schrijft Menno Wigman, dus, op mijn verzoek om de contouren van deze uitvaart vast te schetsen, opdat ik er de komende dagen zelf minder werk aan zou hebben, nadat de uitvaart daadwerkelijk plaatsvond. Vergelijkbare woorden had hij al gesproken in de kleine aula, voorafgaand aan zijn gedicht voor Slawa. De uitvaartleider had daarvoor ook al gesproken. 'Met muziek, woorden en onze aanwezigheid gedenken wij Salojzija Vis-Kandus,' had hij gezegd. 'En dan geef ik nu het woord aan Menno Wigman.' Dat staat mooi op de film. Menno had de muziek uitgezocht. Kachatoor Avedissian: 'Berceuse' uit 'Oratorium In Memory Of The Armenian Genocide Of 1915', gevolgd door Maurice Ravel: 'Le jardin féêrique' om te eindigen met Eric Satie, 'Gnossiene' nr. 5.  Van Bokhoven was er, in gezelschap van chef Kiewik. En Bianca Sistermans, de fotograaf die mij als stadsdichter anderhalf jaar lang volgde. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;'Als je ooit een eenzame uitvaart wilt fotograferen, moet je het nu doen: deze uitvaart is toch al bedorven, omdat hij gefilmd wordt.' Nu is ons gezelschap compleet. Van Bokhoven heeft zelfs een koffer voor de cameraploeg gedragen. We zwijgen hartstochtelijk. We doen precies dat wat we moeten doen. Stilzitten, luisteren en zwijgen. Nergens speciaal naar kijken. Niet uit een ooghoek controleren of je in beeld bent, of je onopgemerkt een stukje kunt gaan verzitten, je hebt ineens een verschrikkelijke jeuk boven op de je hoofd gekregen. Je zou wel willen hoesten. Je slikt. Je kunt jezelf horen slikken. Het eerste muziekstuk wuift voorbij. De uitvaartleider zegt dat Menno Wigman zal spreken. Menno leidt zijn gedicht in.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Eindafschrift                                         &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ze zeggen dat u pijnlijk netjes was.&lt;br /&gt;Nu rust u keurig in een houten jas,                 &lt;br /&gt;ontglipt aan  meer dan negentig jaar zonlicht.  &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ze zeggen ook dat u jaar in jaar uit&lt;br /&gt;het saldo van uw bankafschriften heeft&lt;br /&gt;geknipt. Voor wie? Voor wat? Ik ruik een angst,                 &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;een scheve angst en ook veel achterdocht.                                   &lt;br /&gt;Het zijn mijn zaken niet, dat spreekt. Ik hoop &lt;br /&gt;alleen maar dat u dankbaar heeft geleefd                                &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;en onbevangen tot het duister treedt.     &lt;br /&gt;Straks stuurt de ING een eindafschrift.                    &lt;br /&gt;Uw diepste angsten zijn allang gewist.   &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;  &lt;br /&gt;© Menno Wigman&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Menno vouwt zijn gedicht in drieën, steekt het in een envelope, likt die dicht, legt de brief dan op de kist, samen met de bos witte rozen die hij voor mevrouw Vis heeft meegebracht. Gaat weer zitten. De cameraploeg neemt een andere positie in. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Bij het laatste nummer vraagt de uitvaartleider ons om te gaan staan. We luisteren Satie, staande, het hoofd licht gebogen, wachtend op het einde van de muziek, wachtend tot de deuren van de aula opengaan en de jonge, studentachtige dragers in ganzenpas binnenkomen, keurig reageren op de gemompelde, gedetailleerde, beknopte bevelen van de chef: kwartslag links. Hoed. Buiging. Kwartslag rechts. Kist. Heren alstublieft. Daar verdwijnen ze. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wij blijven achter. Mevrouw zal worden gecremeerd. Zo luidde haar verzoek. De cameraploeg volgt de kist. Wij stappen naar buiten om te roken. Later die middag zal men die prachtig onderhouden woning bezoeken om te laten zien hoe mevrouw Vis-Kanduz daar woonde, in de Cornelis Outshoornstraat in Geuzenveld, een aanleunwoning bij een verzorgingshuis. Keurig. Tot die laatste maand in het ziekenhuis. Het was volbracht, haar leven was voltooid, het was af.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;voor het verslag: F. Starik.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;+&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/1519731747028585709-909714360776171271?l=uitvaart.eenzameuitvaart.nl' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</description><link>http://uitvaart.eenzameuitvaart.nl/2012_01_01_archive.html#909714360776171271</link><author>noreply@blogger.com (uw Starik)</author></item><item><guid isPermaLink='false'>tag:blogger.com,1999:blog-1519731747028585709.post-149432292234543199</guid><pubDate>Tue, 27 Dec 2011 08:34:00 +0000</pubDate><atom:updated>2011-12-27T09:35:08.190+01:00</atom:updated><title></title><description>Rotterdam - Eenzame uitvaart Nummer 10&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Cheick Amadou Tidiane Sissoko&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;13 augustus 1949 Bamako (Frans West Afrika/Mali) - 17 december 2011 Rotterdam &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;vrijdag 23 december 2011, Begraafplaats Crooswijk, 9.30 uur&lt;br /&gt;dichter van dienst: Jana Beranová, verslag Rien Vroegindeweij&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Tinker, taylor, soldier, spy – in Pathé De Kuip op Zuid. De hoofdfilm is nog niet begonnen en in het lawaai van trailers voor komende films en onzinnige reclames voor artikelen die ik nooit gebruik, gaat de telefoon ergens in een van mijn zakken. Zoals wel vaker ben ik net te laat met opnemen. Een onbekend nummer, ik kan dus niet gelijk terugbellen. Maar het is een teken om mijn mobiel uit te zetten voor het spel van spionnen en dubbelspionnen gaat begonnen. Mooie film met veel onnodige onduidelijkheid. Thuis gekomen blijkt Peter Boertjes, mijn contactman bij de SoZaWe, te hebben gebeld. Anderhalve maand geleden had zijn chef te kennen gegeven dat de Eenzame Uitvaart Rotterdam niet meer bestond. Formeel omdat het contract met de Stichting Eenzame Uitvaart reeds in december 2010 was afgelopen. Het zou niet worden verlengd, men zou voortaan zelf wel een gedicht uit een bloemlezing van de begrafenisondernemer voorlezen. Een raadslid dat dit ter ore kwam, stelde vragen aan de wethouder, Jan Oudenaarden kaartte het aan in zijn wekelijkse rubriek ‘De Stem van Zuid’ op Radio Rijnmond. Waarna het Rotterdams Dagblad zich meldde voor een interview en TV Rijnmond voor een reportage op de begraafplaats Crooswijk, waarin de wethouder verklaarde dat hij opdracht zou geven ‘het beschavende gebaar van de Eenzame Uitvaart’ voort te zetten. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het is de week voor kerstmis, bij de begrafenisondernemer blijkt het druk te zijn. Het is niet duidelijk of de dode nog deze week of na de kerst begraven zal worden. Het gaat om een man van 62 die door een buurman op de galerij van zijn flat in Schiebroek is gevonden. Er liep bloed uit zijn mond en hij was niet meer aanspreekbaar. De GGD constateerde dat de man al eerder aan een longbloeding was overleden. Onderzoek van de politie en de Vreemdelingendienst naar nabestaanden bleef zonder resultaat. Er meldde zich niemand voor de uitvaart. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Cheick Amadou Tidiane Sissoko werd geboren in Bamako, de hoofdstad van Mali, dat toen nog Frans West Afrika heette en in 1960 onafhankelijk werd. Cheick Amadou Tidiane Sissoko leefde en stierf eenzaam en alleen in Rotterdam-Schiebroek. &lt;br /&gt;Ik vraag Jana Beranová of zij een gedicht wil schrijven en het bij de teraardebestelling voor wil lezen. Maar zij staat op het punt om naar Praag te gaan, voor de crematie van haar landgenoot Václav Havel, die een dag na C.A.T. Sissoko was overleden. In de dood zijn we allemaal gelijk, zegt men, maar is er een groter verschil denkbaar tussen de een zijn publieke en de ander zijn anonieme afscheid van de levenden? Jana zal voor haar vertrek het gedicht schrijven en vraagt of ik het aan het graf wil voorlezen. Aldus geschiedde. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Sissoko&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Vogels maken zich klaar voor  vertrek,&lt;br /&gt;ze hoeven de winter niet door te komen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wij halen warmte binnen voor de winter.&lt;br /&gt;U bleef buiten.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Was u maar een vogel die verwaaide met de wind.&lt;br /&gt;Ontsnapte uit uw mond de roep om uw verre grond?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ze zeggen dat als je schrikt of valt, &lt;br /&gt;je altijd roept in de taal die je als kind sprak. &lt;br /&gt;Had u iemand lief? &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Of was uw ziel leeg op de lege galerij,&lt;br /&gt;in uw mondhoek een beetje bloed.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik schrijf uw naam met mijn hand in de lucht. &lt;br /&gt;S i – sso - ko. Kijk, u vliegt.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wij kunnen alleen hopen. &lt;br /&gt;(Niet op een afloop, goed of slecht.) &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wij kunnen alleen hopen &lt;br /&gt;dat een wolk van wieken u meeneemt &lt;br /&gt;naar waar u hoort.&lt;br /&gt; &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Jana Beranová&lt;br /&gt;21 december 2011&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;*&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/1519731747028585709-149432292234543199?l=uitvaart.eenzameuitvaart.nl' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</description><link>http://uitvaart.eenzameuitvaart.nl/2011_12_01_archive.html#149432292234543199</link><author>noreply@blogger.com (uw Starik)</author></item><item><guid isPermaLink='false'>tag:blogger.com,1999:blog-1519731747028585709.post-2180879448560000103</guid><pubDate>Fri, 28 Oct 2011 12:36:00 +0000</pubDate><atom:updated>2011-10-28T14:37:03.480+02:00</atom:updated><title></title><description>&lt;span style="font-weight:bold;"&gt;EENZAME UITVAART NUMMER 136&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ali Mahmood meldt: 'We hebben een gezamenlijke overledene.' Meneer Biezen. Hendricus Johannes Adrianus. Geboren 23 december 1945, in Breda. Op 13 oktober 2011 om 16 uur overleden in het Boven IJ ziekenhuis, in Amsterdam Noord. Bij leven woonachtig in de Bremstraat, ook in Noord. Hoe lang meneer in het ziekenhuis gelegen heeft, weet meneer Mahmood niet, en ook niet waaraan hij is overleden. Ongehuwd, geen kinderen, dat weet Ali wel, en ook dat hij nog een broer en twee zusters heeft: 'Niks mee te maken hebben, lang geen contact meer, veertig jaar, zoiets.' Ik vraag hem of hij de woning heeft bezocht. Dat heeft hij. 'Niet echt, gewoon, een bende, niet prettig, weinig meubels ook. Maar dat hoeft niet in het gedicht,' vat Mahmood zijn bevindingen samen. Meneer Biezen genoot een AOW-uitkering. Net 65 geworden. Of en wat voor werk hij had, kan Mahmood niet vertellen. 'Dat weet ik niet.'&lt;br /&gt;Er is geen testament, de melding kwam binnen via PC-uitvaartzorg. Meer krijg ik er niet uit. Als ik Hendricus Johannes Biezen googel, levert dat geen resultaten op. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Hij wordt op woensdag 26 oktober begraven, om 10 uur 's morgens op St Barbara. Dichter van dienst: Sasja Janssen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Woensdagochtend. Het regent niet, maar daar is dan ook alles mee gezegd. Bij de poort van de begraafplaats staan de dragers in het gelid, de uitvaartleider in het midden. Grijs, overal op zijn gezicht even kortgeknipt haar, hetzelfde haar, ik bedoel: er is geen verschil tussen hoofd- en baardhaar. Glimlachend rijd ik de erehaag door, de dragers buigen, lichten hun hoed. Op de begraafplaats tref ik de oude heer Degenkamp, lichtgebruind van zijn vakantie. Nog een ruime week voor zijn officiële afscheid. Sasja Janssen zit op een bankje. Ik wil me bij haar voegen, maar Degenkamp weerhoudt me, er is veel bij te kletsen. Dat doen we. Als ik merk dat ik mijn zakdoeken vergeten ben, volgt hij me naar de koffiekamer, waar ik de koffiedame tref, die De Telegraaf aan het lezen is. Weer buiten snuit ik mijn neus. 'Loopneuzenweer,' zal Sasja Janssen even later opmerken. En dat er een filmploeg rondloopt, ergens, op de begraafplaats. Maar die kan ook alweer verdwenen zijn. 'Beau van Erven Dorens,' merkt zij op, volgens mij was die erbij. 'Achter de schermen,' helpt Degenkamp, 'het is voor een programma dat achter de schermen heet. Ze komen bij ons achter de schermen kijken.' &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Van Bokhoven arriveert, met een stagiaire. Ze vertelt dat ze mijn boek aan het lezen is. Dat heeft ze van Van Bokhoven geleend, die zorgvuldig in het midden laat wat hij zelf met het boek gedaan heeft, behalve het uitlenen. Van Bokhoven vindt dat het lekker weer is, het gaat niet regenen vandaag, zegt hij. Prompt begint het heel zacht te regenen. Sasja overhandigt de muziek die ze heeft meegenomen aan de borstelige uitvaartleider, die zijn voorkeur voor drie keer licht-klassiek niet verhullen wil. Dit is drie keer kort-klassiek, maar net iets zwaarder. We kunnen naar binnen. Elly Ameling zingt een lied van amper een minuut, dan komt Sasja naar voren, met kleine, afgepaste stapjes, het is bijna trippelen. Ze leest, beheerst, haar gedicht voor.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Liever bloemen&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wij moeten dringend met elkaar spreken, ik ben daarvoor ingehuurd&lt;br /&gt;of u het nu aanstaat of niet, wij huurlingen denken in vertakkingen&lt;br /&gt;U dwaalde vaker onder de lucht van inkt die de bloemen bevlekte&lt;br /&gt;Dat hebben wij in ieder geval gemeen, wij lachen opgelucht in deze doodskamer&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De nachten worden niet meer in zwart gedrukt, uw doopnamen letters&lt;br /&gt;die u niet meer bij elkaar houden, tijd en ruimte kwellen nu anderen &lt;br /&gt;maar nog één keer lopen wij langs papaver, ranonkel, sleutelbloem &lt;br /&gt;naar de wangen van het havenwater&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wij zijn uitgesproken, of heeft u nog wat? Het is u te zoetig? U bent&lt;br /&gt;zo anders? Wacht maar tot de grond u neemt, net als uw nacht&lt;br /&gt;Ik geloof dat we elkaar begrijpen, laat die bloemen toch slapen&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;© Sasja Janssen&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het gedicht schuift ze opengeslagen op de kist, waar men doorgaans geneigd is het gedicht toe te vouwen, in drieën, in vieren, afhankelijk van hoe het gedicht oorspronkelijk gevouwen was. Misschien dat haar gedicht nooit gevouwen is geweest, afkomstig uit een ruim formaat tas, van een naar oranje neigend bruin, die tas, de dichter zelf is in het zwart gekomen, netjes. Bach dan, sonate in F. Adagio. Voor wie van nummers en getallen houdt: BWV 1022. Het laatste muziekstuk werd geschreven door de componist Buxtehude, nooit van gehoord. 'O Herzlich lieb hab ich dich o Herr.' We kunnen naar buiten. De uitvaartleider schuift het gedicht onder een van de knoppen van de kist, draait die extra aan, zo, die zit. Aan het eind van de pad zien we de filmploeg staan. Mooi beeld. Achter de schermen. Men houdt afstand. Als de kist gedaald is, het schepje zand geworpen, we teruggelopen zijn naar de aula, zien we Beau gearmd met de jonge mevrouw Degenkamp, Jacqueline, terug naar het kantoortje lopen. Ze zwaait trots naar ons. Meneer Degenkamp vertelt dat toen zijn vader stierf, hij een bordje bij de ingang van de begraafplaats heeft gehangen: 'Wegens sterfgeval gesloten'. Hij bedoelt maar te zeggen dat een begrafenisondernemer nooit vrij heeft, achter de schermen. Dat moet in dat programma dan ook tot uitdrukking worden gebracht. Zaterdag komt er een groot stuk over zijn afscheid in Het Parool, daar heeft hij dat van dat sterfgeval ook aan verteld. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;© voor het verslag: F. Starik&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;+&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/1519731747028585709-2180879448560000103?l=uitvaart.eenzameuitvaart.nl' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</description><link>http://uitvaart.eenzameuitvaart.nl/2011_10_01_archive.html#2180879448560000103</link><author>noreply@blogger.com (uw Starik)</author></item><item><guid isPermaLink='false'>tag:blogger.com,1999:blog-1519731747028585709.post-4045690830918383357</guid><pubDate>Sat, 08 Oct 2011 09:24:00 +0000</pubDate><atom:updated>2011-10-08T11:25:02.655+02:00</atom:updated><title></title><description>EENZAME UITVAART NUMMER 135&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Zul je altijd zien. Twee dagen voor de presentatie van Een steek diep belt Ali Mahmood met een melding voor de ochtend na de boekvoorstelling, zoals ze dat in België noemen.&lt;br /&gt;'Een onbekende man, op zaterdag 10 september aangetroffen door de politie. Hij heeft zich verhangen aan een boom in een bosschage in de kruising Basis- Seine-, Rhôneweg.'&lt;br /&gt;Mahmood somt wat uiterlijke kenmerken op: 'Honderdtachtig centimeter, zwartgrijs haar, oogkleur onbekend. Geboortededatum onbekend. Hij wordt begraven op St Barbara, op vrijdag 7 oktober om negen uur dertig.' Negen uur dertig, dat betekent om negen uur mijn huis verlaten. Dat betekent: niet tot diep in de nacht in de kroeg blijven hangen om de verschijning van dat boek te vieren. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik vraag om meer informatie. Er is een halfcirkelvormig litteken op zijn buik gevonden, waarschijnlijk als gevolg van een zware operatie. Hij droeg een zilveren ketting met een zilveren kruis eraan. Hij had een rugzak om, in de kleurstelling rood, wit, grijs, van het type 'outdoor', alsof er mensen zijn die in hun woning met een rugzak rondlopen. In die rugzak onder andere een rood jack, met capuchon, een jack van Goretex, dat is, volgens mij, een soort stof, waterdicht, maar toch ademend. Maat: XL. Ook de beschrijving van zijn kleding is vrij nauwkeurig.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik bel Anneke Brassinga en lees haar mijn vers verworven kennis voor. Terwijl we aan de lijn zijn, google ik wat er naar buiten is gebracht, vind een foto van een paspop die zijn kleren draagt, en ook zijn schoenen. Ik omschrijf wat ik zie, wat ik lees. Het politiebericht bevat vrijwel dezelfde informatie als het ambtsbericht. Anneke betoont zich aangeslagen. 'O God,' zegt ze, 'ocharme'. Ze zegt dat ze erheen zal fietsen, dat ze de plek wil zien. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Vrijdagochtend. Het is gelukt de nazit in de kroeg te vermijden. Het houdt bovendien precies op tijd op met regenen. Ik kan mooi droog naar St Barbara fietsen. Daar tref ik bij de aula Bert Kiewik, in gezelschap van een andere meneer van de Dienst, een die de aanbesteding van de uitvaarten doet, elke 48 maanden mogen uitvaartbedrijven zich inschrijven op de ruim driehonderd uitvaarten per jaar die de Dienst voor haar rekening neemt. Er staat nog een jongeman, die ik niet eerder heb gezien, in eerste instantie houd ik hem voor de uitvaartleider, dat is hij niet, hij is bij Degenkamp in dienst genomen. Meneer Degenkamp is in afwachting van zijn pensioen gisteren maar alvast op vakantie gegaan, hetgeen meteen zijn afwezigheid bij de presentatie verklaart. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Dan voegt ook Anneke Brassinga zich bij ons. Ze heeft nieuw haar, veel korter dan ik mij herinner. Staat haar goed. Fris, zou je kunnen zeggen. Ze vertelt dat ze onder haar knipbeurt samen met de kapper naar 'Ascenseur pour l'échafaud' heeft gekeken. De lift naar het schavot, je moet er niet iets anders naast willen doen. Dan komt ook de uitvaartleidster met haar trainee aanwandelen. Een kleine, gezette dame, naast een Schoevers-achtige schoonheid. Ze vraagt of ik muziek heb meegenomen. Dat heb ik niet. In de hectiek van de afgelopen dagen heb ik daar gewoon geen tijd voor genomen. Nauwelijks nog aan het treurige einde van meneer Niemand gedacht, alleen dat vage beeld van die rottige plek, een plek waar je nog niet dood wilt worden gevonden. Dat onland, de onverschilligste plek die we maar kunnen vinden. Kijk. Dan bouw je een weg. En nog een. Dwars eroverheen. Even later ben je alweer aan een ongelijkvloerse kruising toe. En daartussen hou je dan een stukje schaamgroen over: je moet links, rechts, rechtdoor, sowieso, ergens heen. En wie nergens heen moet kan zich daar prima verhangen. Niemand ziet je, terwijl je door duizenden had kunnen worden gezien. Als ze maar keken. Precies. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Om half tien gaan we naar binnen. De overledende werd pas kort tevoren gebracht, we gaan rechtstreeks achter de moeizaam manoeuvrerende nieuwe baar aan de aula in. Er hapert iets aan het mechaniek der zwenkwieltjes, vermoed ik. De kist komt net niet helemaal recht te staan. Ook Kiewik ziet het, terwijl we achter in de aula het gehannes gadeslaan. We nemen plaats. 'Herfst' van Vivaldi, het adagio daaruit, eindelijk eens het juiste gedeelte. Die trage bas. De zwevende violen, de tegenmelodie, heel modern klinkt het, eeuwenoude popmuziek. Dan komt Anneke naar voren en leest haar gedicht voor.  Ze is mooi aangekleed, geheel in glanzend zwart, dat haar tengere verschijning iets elegants verleent, alsof ze eigenlijk van adel is. Eerder was de fraaie snit van haar lange zwarte mantel al opgevallen. Duidelijk. Van een edeler soort. Ook haar stem zou je  aristocratisch kunnen noemen: de zorgvuldige dictie, het uitgesproken geluid, hoe zeg je dat netjes.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;ONLAND&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik ben de plek gaan zien waar ze je vonden.&lt;br /&gt;Een flard politielint hangt er nog aan een tak.&lt;br /&gt;Het is een kleine wildernis, bosschages en&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;schraal gras, tussen asfaltrivieren vol donderend&lt;br /&gt;geraas. De havens zijn vlakbij – wat is &lt;br /&gt;een haven, voor wie geen kant op kan?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De Rhône loopt er dood, de Seine stokt.&lt;br /&gt;Een stralende zaterdag, die tiende september,&lt;br /&gt;ik weet het nog. Maar jij, in je onland, was&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;de eenzaamste weg al opgegaan, je droeg een rugzak&lt;br /&gt;en ook het kruisje hing nog om je nek.&lt;br /&gt;Ik heb de boom gezien. En in de struiken&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;verderop een nest van plastic en karton. Er stonden&lt;br /&gt;schoenen – van jou of van de volgende N.N.&lt;br /&gt;Je kleding is bekend, maar niet de kleur&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;van je ogen: alsof de vogels&lt;br /&gt;ermee zijn weggevlogen. Ons land jouw onland -&lt;br /&gt;niemand heeft je vermist gemeld.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;En wij hier kunnen alleen maar vol schaamte&lt;br /&gt;wensen dat jij, wie je ook bent, zacht&lt;br /&gt;zult rusten in de armen van ons aller aarde.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;© Anneke Brassinga.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Mevrouw Brassinga buigt voor de kist, neemt weer plaats. We luisteren naar het tweede en derde muziekstuk uit de categorie licht-klassiek. 'Liebestraum' van Liszt, denk ik, en nog iets. Het glijdt van je af als stond je in een lift. We wandelen naar het graf. Een bleke zon verlicht ons pad. 'Jij hebt ook alle kracht verloren,' denk ik bijna hardop, aan die schrale schijnwerper gericht. In de verte zie ik vuilgrijze onweerswolken hangen. Treinen denderen voort langs de begraafplaats. Daar staan we, door duizenden reizigers in een flits waargenomen, kijk, daar is een uitvaart gaande of tenminste, daar staan een paar mensen verzameld rond een graf. Daar staan we en we nemen een moment van stilte in acht. Dan zakt de kist en wordt het schepje zand geworpen, het schepje dat nu definitief het omslag van mijn boek siert, precies dat schepje, mooi schepje, lief schepje.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Op de terugweg kan ik het niet laten opnieuw over het nieuwe kapsel van Anneke Brassinga te beginnen. Ik vind het mooi, haar haar, onder welke omstandigheden het maar geknipt zal wezen, ik kan het niet helpen. Het is bijzonder goed gedaan. Ik verontschuldig me voor de overdreven belangstelling, vraag: 'Moet je nu ook een nieuwe auteursfoto?' Ze zegt dat je eerst een nieuwe bundel nodig hebt, voor een nieuwe foto. Ik vertel niet van de auteursfoto die mijn nieuwe bundel begeleidt, ik sta er best lief op, kijk je niet aan, toon een kaal bovenhoofd met sliertjes haar erop. Op de vorige foto heb ik mijn vorige bril nog op. Maar daar heb ik bijna al mijn haren nog. Niet zoveel 'nog' zeggen, of 'ook' en wel, nu. Beter gewoon een helemaal kaal hoofd dragen, in plaats van die schamele vertoning van begroeiing. Het hoofd voor wat het is. En of daar een trema op moet, op die begroeiing, of dat een trauma is, een tram, een trein, iemand die toevallig uit een raam kijkt naar een even toevallig voorbijschuivend landschap, ik weet het niet. Ergens, weg van hier, abstract.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In de koffiekamer praten we lang na. Brassinga vertelt over de plek waar meneer Niemand stierf, wat ze daar zag. Ze denkt dat hij daar woonde, in zijn nest. Dat onderkomen van karton en plastic. Nest. Daar zou je je veilig moeten voelen. Ook meneer Kiewik heeft zijn praatjas aangetrokken. Het ene na het andere verhaal verlaat hem. Weet je nog, die uitvaart dat de flessen en de bloemen in de rondte vlogen? Dat er gewoon in de aula werd gerookt? Dat de dominee zich schielings terugtrok, nadat hij luidkeels was beschimpt? Hoe er twee kampen ontstonden en er alom 'Schande!' werd geroepen? En dat uiteindelijk die man in de kuil sprong en de kist probeerde open te wrikken? Hoe die andere kerel, bezopen, stijf op een ander graf lag, Kiewik hem vergeefs omhoog probeerde te trekken, en hoe die vent 'Zo zijn we niet getrouwd vriend' uiteindelijk bezweek voor de charmes van de mollige uitvaartleidster en triomfantelijk overeind kwam, uitroepende 'Ik hou van jou!' daarbij de uitvaartleidster in de kont knijpend, Kiewik doet het nog net niet voor. Hij brengt zijn hand daar waar het delict plaatsvond, maar bewaart een centimeter of tien afstand van het begeerde. Verleidt ons niet in bezoeking. En ik ben niet eens zeker of achter die verleiding niet eigenlijk geen t hoort te staan. U. En in plaats van verzoeking bekoring, daar komt die bezoeking dus vandaan. En is het wel verleiding? Moet het niet gewoon 'leid ons niet in bekoring' wezen?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Dat waren nog eens tijden. Dat vinden wij ook. Een volgende uitvaart wacht. De eerste  bejaarde komt alvast de koffiekamer ingelopen, best lekker, kopje koffie, voorafgaand aan de uitvaart. Kiewik neemt afscheid met de bemerking dat we binnenkort nog eens moeten bellen met elkaar, om het mediabeleid te bespreken dat er nauwelijks gevoerd wordt, aangaande de eenzame uitvaart. We mogen best eens op kantoor komen, krijgen we weer een kopje koffie. En ook die mevrouw van de Stichting is dan welkom. De mevrouw die eerder aan de telefoon werd afgesnauwd, dat ze daar niks mee te maken heeft, ja die.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Dat moet een verbetering betekenen. Alleen niet voor meneer Niemand, die een warme zonnige dag inruilde voor een kil graf, een steek diep, een boom, een stukje niemandsland tussen struiken, slechts in gebruik om dingen uit je voorbijrijdende auto in te werpen. Nooit gedacht dat daar ook mensen wonen. Daar, nergens. En ik mag niet zulke abstracte verslagen schrijven, vind ik zelf. Ik hoef echt niet meteen aan een nieuw boek te beginnen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Dat gaat vanzelf.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;© F. Starik, 7 oktober 2011, Amsterdam&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;+&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/1519731747028585709-4045690830918383357?l=uitvaart.eenzameuitvaart.nl' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</description><link>http://uitvaart.eenzameuitvaart.nl/2011_10_01_archive.html#4045690830918383357</link><author>noreply@blogger.com (uw Starik)</author></item><item><guid isPermaLink='false'>tag:blogger.com,1999:blog-1519731747028585709.post-3025814902633870574</guid><pubDate>Fri, 02 Sep 2011 10:28:00 +0000</pubDate><atom:updated>2011-09-02T12:29:18.518+02:00</atom:updated><title></title><description>&lt;span style="font-weight:bold;"&gt;EENZAME UITVAART NUMMER 134&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;'Jij bent toch getrouwd met een Duitser?' val ik plompverloren met de deur in huis als ik Maria Barnas bel om als dichter van dienst op te treden bij het volgende, aangrijpende sterfgeval. Getrouwd is ze niet, maar wel hebben ze samen twee kinderen en delen ze een huishouden. 'Dat is ook een soort getrouwd.' Terzake dan. Een Duitse toerist, gevonden in zijn hotelkamer in de Damstraat, nummer 3, op kamer 203. Jürgen Fritz Glass, geboren 9 mei 1940, gevonden op zaterdag 20 augustus, nadat hij niet had uitgecheckt, terwijl hij zou vertrekken. Er hing een bordje 'niet storen' aan de deur. Hij leed aan diabetes, de vermoedelijke doodsoorzaak is een overdosis van het spul dat je tegen je suikerziekte in moet spuiten. Insuline, heet dat, geloof ik. Op zijn hotelkamer vond men een afscheidsbrief, waarin hij aangeeft gecremeerd te willen worden, een bedrag van tweehonderdvijftig euro erbij, om de kosten mee te dekken. Kort voor zijn zelfgekozen dood heeft hij contact gehad met zijn partner, waarbij hij aangaf terminaal te wezen. Zijn partner en zoon, beiden in Duitsland verblijvend, hebben de Dienst meegedeeld: 'Zoek het maar uit.' Ton van Bokhoven, die de melding doet, geeft aan zelf ook niet naar de uitvaart te komen vanwege drukte op kantoor: Mahmood is op vakantie. Hoe het hotel heet weet hij niet, 'en de politie ook niet,' beweert hij, maar dat moet nochtans zeer eenvoudig te googlen zijn. Hotel Doria. De uitvaart is op maandag 29 augustus om 15.45 uur op begraafplaats De Nieuwe Ooster. 'Kwartier van tevoren aanwezig graag, Maria, en mocht uw partner, zoals Van Bokhoven dat graag noemt, goede Duitse rouwmuziek weten, neem dat vooral mee. Voor je het weet wordt er op de Nieuwe Ooster georgeld.' En dat vinden wij niks. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Maria vraagt raad aan de componist Peter Lunow, die heeft verstand van rouwmuziek, en ook van vrolijke muziek, die heeft gewoon verstand van muziek, en hij beveelt Mahler aan: 'Ich bin der Welt abhanden gekommen', alsmede 'Die Nagtegal' van Alban Berg. Maria vraagt naar de afscheidsbrief. Wat er nog meer in staat. 'Dat weet ik niet, maar je kunt het Van Bokhoven vragen.' &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Maandagmiddag. Ik ben veel te vroeg. Mijn horloge is kapot, ik moet een nieuwe slaaf der tijd aanschaffen, zoals het nu gaat raad ik maar wat, hoe laat het eigenlijk is. Het is druk op de begraafplaats. Ik besluit een ommetje te gaan doen, kom langs het graf waarin een citaat van Bloem gebeiteld is: 'Het laatste boek is op de grond gegleden'. Voor wie het gehele gedicht kent, is dat een nette manier van zeggen dat daar een ongelooflijke zuipschuit begraven ligt. Verderop stuit ik op een dubbel graf. 'ik ben Thuis', vermeldt de steen op links. 'ook Thuis / en ik lig weer / naast je' geeft de naastgelegen steen antwoord. Als het tijd geworden is, slenter ik terug naar de ingang. Daar tref ik de uitvaartleider, die met het vriendelijk glimlachende gezicht, Willem Baars. Ik zie ook Barnas al telefonerend aan komen fietsen, ik telefoneer zelf eerlijk gezegd ook, om de tijd te doden, om iets te doen te hebben, 'tot aan het eind van de lege tijd'. Ik zie de lijkwagen arriveren, alsmede een groepje opvallend jonge, studentachtige dragers, allen getooid met van dat dikke, achterovergekamde, halflange makelaarshaar, er is nog net geen zonnebril ingestoken. Ze paraderen in ganzenpas op de kist af, verdwijnen met de kist aan de achterzijde in de nieuwe kleine aula, om even later door de voordeur weer naar buiten te komen stappen. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;We bespreken kort wie we weg gaan brengen, hoe ons dienstje zal verlopen. Maria vertelt dat ze brief niet nodig heeft gehad, ze wist eigenlijk wel genoeg. Ze overhandigt haar cd's aan de uitvaartleider. Dan kan de dienst beginnen. We nemen plaats in de nieuwe aula. Willem Baars voorop, we gaan allemaal op de eerste rij zitten, allemaal alleen, met een stuk of drie, vier stoelen tussen ons in. Achter ons wordt de deur gesloten door de beheerder van de begraafplaats, een man met een rode bril op en een mosgroen uniform aan, alsofti eigenlijk boswachter is. Hij sluit de gedeeltelijk geperforeerde, zwartglimmende gordijnen. Blijft, voor ons onzichtbaar, achter in de aula staan. Mahler klinkt op. Waxinelichtjes flakkeren eendrachtig in glazen houdertjes. Het lied van Mahler duurt zeven minuten, tijd genoeg om je af te vragen of het misschien van die moderne waxinelichtjes zijn, die je niet hoeft aan te steken maar eenvoudig via een batterijtje de illusie van een vlammetje verspreiden, maar je slaagt er niet in een patroon in het geflakker te ontwaren. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Metalen cirkels met heel veel ledlampjes erin hangen schuin boven ons misschien iets te betekenen, de kist staat op twee plexiglazen, kruisvormige standaards, bijna alsof hij zweeft. Als wij van de wereld verlost zijn geraakt, komt Maria naar voren en spreekt, naast het eenvoudige spreekgestoelte, heel zacht, haar gedicht uit.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;BESTEMMING&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Doodgaan kan op veel manieren&lt;br /&gt;dacht ik toen ik nog niet bang was &lt;br /&gt;voor de dood. Ik zag overal mogelijkheden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik heb nu nog wel eens een vermoeden.&lt;br /&gt;Zoals: een man die een kamer boekt&lt;br /&gt;om te sterven ziet de dood als plek&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;waar je je koffer voor kunt pakken.&lt;br /&gt;Heb je alles bij je? Paspoort ticket geld &lt;br /&gt;voor de crematie pen en papier.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Je ziet mogelijkheden in een hotel &lt;br /&gt;met drie sterren in Amsterdam. &lt;br /&gt;Er is telefoon televisie en internet &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;om de wereld te ontvangen al is er niemand &lt;br /&gt;die je bereikt. Ik zie een zeker verlangen &lt;br /&gt;in de woorden aan je deur: niet storen. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Bij het inchecken was je al op weg&lt;br /&gt;naar waar niemand je verwachtte. &lt;br /&gt;Waar niemand je missen zal.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In kamer 203 overnacht iemand &lt;br /&gt;die Jürgen Fritz Glass zou kunnen zijn &lt;br /&gt;en er is de dood. Als tijdelijke bestemming.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;© Maria Barnas&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Bijna stram, zo spreekt de dichter, zo staat ze, stijf rechtop, omringd door een zekere stilte terwijl ze spreekt, onaangedaan, zou je het kunnen noemen, wanneer je niet zag hoe er kleine, bijna elektrische schokjes haar gelaatsuitdrukking toch iets smartelijks, iets meelevends, ingeleefds verschaffen. Noem het wat. Ze is niet groot, deze dichter van dienst, toch kom je in de verleiding haar gestalte als 'rijzig' te benoemen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Er is nog dat korte stukje muziek van Alban Berg te gaan, twee minuten duurt het. Eigenlijk is onze dienst hier afgelopen. We weten niet goed hoe nu verder. Dan staat Willem Baars op en vraagt of hij de dragers zal halen om de kist weg te brengen. We knikken, goed idee. De boswachter verlaat de ruimte om de dragers op te roepen, schuift in het voorbijgaan de gordijnen weer open, laat de deur naar buiten achter zich eveneens openstaan, in de spiegeling van het glas zie ik hem verdwijnen. Heb ik laatst van een tv-serie geleerd, dat je mensen in de stad onopvallend kunt gadeslaan, door gebruik te maken van de overal in de stad aanwezige spiegelende oppervlakten, dat klopt dus helemaal. Handig. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Even twijfel ik aan het welslagen van de onderneming. Deze dragers zullen wel op hun scooters terug het echte leven in verdwenen zijn. Maar al gauw zijn ze gevonden, marcheren de krappe aula binnen, nemen de kist van hun doorzichtige standaards en sjouwen die eendrachtig naar buiten, waar hij op de baar geschoven wordt. Daar gaat meneer Glass. Willem nodigt ons uit voor een kopje koffie. We drinken een kopje koffie. Even later fietsen we de Kruislaan uit, de Middenweg over, bij het Oosterpark naar links, dwars door het park heen, dat wil Maria graag. Bij het Vondelpark aangekomen wil ze opnieuw het park infietsen, daar nemen we afscheid. Eén park is mij genoeg. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;© voor het verslag: F. Starik&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;+&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/1519731747028585709-3025814902633870574?l=uitvaart.eenzameuitvaart.nl' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</description><link>http://uitvaart.eenzameuitvaart.nl/2011_09_01_archive.html#3025814902633870574</link><author>noreply@blogger.com (uw Starik)</author></item><item><guid isPermaLink='false'>tag:blogger.com,1999:blog-1519731747028585709.post-6052578133249984789</guid><pubDate>Thu, 11 Aug 2011 13:00:00 +0000</pubDate><atom:updated>2011-08-11T15:02:01.141+02:00</atom:updated><title></title><description>Eenzame uitvaart nummer 133&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Maandagmiddag belt Van Bokhoven. Hij vraagt of ik een pen bij de hand heb. En papier. Het hoeft maar een klein papiertje te wezen, zegt hij erbij. Er is maar weinig te vertellen. Het gaat om een naamloze man, gevonden op 29 juli 2011, in een rioolput aan de Cruquiusweg, ter hoogte van nummer 90. Het lichaam verkeert in verregaande staat van ontbinding. De begrafenis is geregeld op donderdag 11 augustus, om 11 uur op Sint Barbara. Van Bokhoven heeft die dag de directeur van de Dienst op bezoek. Die zal hem vergezellen, vermoedt hij. 'Baas boven baas,' verzucht hij. Mahmood heeft vakantie. Nu moet hij alles alleen opknappen. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik had erover gelezen, over de man die in een rioolput was gevonden. Als ik hem google, kom ik steeds hetzelfde filmpje tegen waarin een graafmachine grote happen prut uit de put schept, waarop politiewoordvoerder Ellie Lust vertelt dat medewerkers van een rioolbedrijf iets verdachts hebben gevonden, iets dat op een menselijk stoffelijk overschot leek, waarna die graafmachines de prut eromheen voorzichtig hebben weggenomen, waarop moest worden vastgesteld dat het inderdaad om menselijke resten gaat. 'Dat men er twee dagen voor nodig had om vast te stellen of het hier om een man of een vrouw gaat, vertelt wel iets over de staat waarin het overschot verkeerde,' voegt ze eraan toe, en natuurlijk dat ze verder, in het belang van het onderzoek, niets kan meedelen. Het filmpje duurt amper vijfenveertig seconden. De meeste kranten plaatsten er een klein berichtje over waarbij de kop vrij nauwkeurig met de inhoud van het gehele bericht overeenstemt. Lijk gevonden in rioolput. En dat men niet weet hoe het lijk daar is terechtgekomen. Dat men hoopt dat forensisch onderzoek een identiteit zal opleveren. Dat doet het forensisch onderzoek dus niet.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik bel een paar dichters. Men geeft niet thuis. Een hunner suggereert: probeer Komrij. Ik bel Gerrit Komrij, ik heb hem zondag nog op een terras in Deventer zien zitten, bij de boekenmarkt. Ik liet hem de ouderwetse wandkaart zien die ik zojuist had aangeschaft: Het verheerlijkt leven van Jezus: 'Hij is verrezen van de doden, en ziet, hij gaat u voor naar Galilea, daar zult ge Hem zien.' In ruil daarvoor haalde hij een boekje uit zijn tas getiteld: 'Hebben dieren verstand?' Het zou zomaar kunnen dat Komrij nog een paar dagen hier blijft. Nu hij toch hier is. Maar hij neemt zijn telefoon niet op. Ik spreek in, vertel van de dode, geef hem tot zes uur om terug te bellen. Hij belt niet terug. Waarschijnlijk zit hij al in een vliegtuig terug naar Portugal. Komrij publiceerde een paar jaar geleden de omvangrijke Encyclopedie van de stront, Kakafonie. Een man met verstand van zaken. Mijn ideale kandidaat. Ik pak het boek uit de kast en verdiep me in het onderwerp. Later die avond probeer ik nog een paar dichters. Een zit er midden in een scheiding, huis kwijt – de hele verdrietige toestand. Ik voel me schuldig, dat ik juist nu met mijn vraag kom en laat het erbij. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Dinsdag belt Van Bokhoven nog een keer. Hij zal toch niet naar de uitvaart komen. Te druk, nu Ali er niet is, hij haalt het niet. Ik zal er dus helemaal alleen voor staan. Donderdagochtend. Ik drink mijn koffie en doe mijn dagelijks gevoeg. Print mijn gedicht twee keer uit, een keer voor meneer Degenkamp, een keer voor de eenzaamste aller doden. Zodra ik mijn woning verlaat begint het te regenen. Aangekomen op Sint Barbara staan de dragers bij de poort, Degenkamp beent juist in de richting van de aula, en terwijl het regent breekt ook de zon door. 'Nou, wat is het?' vraag ik hem. 'Kermis in de hel,' antwoordt hij. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In de koffiekamer tref ik drie rechercheurs van de politie, twee hippe dertigers, een man en een vrouw, een wat oudere man, die me zwijgend opneemt, alsof ik eigenlijk in overtreding ben. We schudden handen. Even later treden er nog twee rechercheurs binnen, opnieuw jonge mensen, man en vrouw, in de bloei van hun leven zou je zeggen, had de man niet zo bleek gezien, getooid met een nadrukkelijke bril, de vrouw van het onopvallend aantrekkelijke soort. Ze vertellen dat het toch een bijzondere zaak is. En dat ze nog steeds geen idee hebben wie het zou kunnen zijn. Wel is er het vermoeden dat de man wellicht van Aziatische afkomst is. Maar een leeftijdsindicatie kunnen ze niet geven. Misschien dat het eerder verrichte forensisch onderzoek nog informatie gaat opleveren. Dat zullen ze niet uitsluiten. Veel meer valt er niet te zeggen. Ik ga naar buiten om te roken. Daar tref ik de uitvaartleidster in gezelschap van Degenkamp, die zegt dat hij door AT5 is gebeld, dat ze uitvaart willen filmen. Hij heeft ze doorwezen naar Uitvaartcentrum Zuid, naar de Dienst, die moeten daar toestemming voor geven. Hij vindt dat er veel gefilmd wordt, de laatste tijd, ik stem daarmee in, er wordt veel te veel gefilmd. We wachten af. Dan zal er waarschijnlijk toch wel iemand van de Dienst komen, verwacht ik. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Even voor elven arriveren de jongen en het meisje van AT5. De jongen stelt zich voor met de naam van de zender. 'Grappig dat u toevallig precies zo heet,' zeg ik, maar daar hoeft hij niet om te lachen. Degenkamp vraagt nog maar eens of de Dienst hier werkelijk toestemming voor heeft gegeven. 'Nee, de politie,' zegt het meisje, 'we hebben het aan Ellie Lust gevraagd. Die vond het goed.' Dat is meneer Degenkamp niet genoeg. Hij schetst de driehoek die volgens hem verantwoordelijk is. Mobieltjes komen tevoorschijn. Een belronde volgt. Maar niemand heeft bezwaar. Inmiddels is het ruim elf uur geworden. 'Zet u de camera maar vlug binnen,' zegt meneer Degenkamp, 'dan kunnen we beginnen.' De uitvaartleidster zal ons na het eerste muziekstuk welkom heten en vertellen waarom we hier bijeen zijn. Dan zal ze na het tweede muziekstuk de dichter het woord geven. Dat is wel zo duidelijk voor de televisie, vindt meneer Degenkamp. Ik heb geen muziek meegenomen, ik zou niet weten wat hier toepasselijk is. De uitvaartleidster houdt het op het veilige drie keer licht klassiek. Zo treden we binnen. Alle politie kiest voor het derde bankje op rechts; ik neem moederziel alleen in het voorste bankje links plaats. De uitvaartleidster blijft terzijde van het gangpad staan. Spreekt kort na het eerste muziekstuk, nodigt me uit na het tweede. Zonder verdere omhaal lees ik mijn gedicht.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;PUT&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Over hoe we onze maaltijd toebereiden&lt;br /&gt;zijn bibliotheken volgeschreven, hoe &lt;br /&gt;al dat verukkelijks ons weer verlaat&lt;br /&gt;we willen het niet weten. Niets weten &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;dan dat je bent gevonden en waar en niets &lt;br /&gt;liever dan niet daar waar wij ons allemaal &lt;br /&gt;ons leven lang gedachteloos op dagelijkse &lt;br /&gt;basis achterlaten: altijd achterom ziend &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;of dit nu alles is of juist heel veel. Al wat ons &lt;br /&gt;verlaat. En hoe we ons verbonden weten in &lt;br /&gt;die ondergrondse darmen van de wereld. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Aangesloten op ons lichaam, hoe dan ook,&lt;br /&gt;die zak vol stront en botten. We produceren niets&lt;br /&gt;dan afval, slijk. We zijn ons liever kwijt dan rijk.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik vouw mijn gedicht in vieren, buig voor de dode, schuif het gedicht onder het bloemstuk en buig ten tweede male. Nu ik bij de kist sta, kan ik hem ruiken. De geur vergezelt me mee mijn bankje in als ik weer ga zitten. Na het derde muziekstuk komen de dragers naar voren. Alles zoals te verwachten en te voorzien. Achter de kist aan, zwijgend. Opnieuw begint het te regenen. Plaatsen kist. Moment van stilte. Kist daalt. Schepje zand. We wandelen terug. Bij de aula nemen de rechercheurs afscheid. Ze hoeven geen koffie, het heeft allemaal wel lang genoeg geduurd. Een van de dames merkt nog op dat ze het keurig vindt, dat het zo wordt gedaan, met een gedicht erbij. Of dat al lang zo is, wil ze ook nog weten. Dan weet ze genoeg. Bij de koffie klets ik wat na met Degenkamp en de uitvaartleidster. Ik geef Degenkamp het andere exemplaar van mijn gedicht, voor de uitvaartleidster is er geen kopie voorhanden. Ik beloof het haar te mailen. 'Apart,' recenseert Degenkamp het vers, nadat hij het heeft nagelezen en beveelt me vervolgens aan, het afgescheurde stukje papier waarop de uitvaartleidster haar e-mailadres heeft geschreven en dat ik in het borstzakje van mijn colbert heb geschoven, iets hoger uit het zakje te laten steken. Dan heb je een soort van rafelig pochet. Braaf draag ik dat huiswaarts. Nu geen regen meer. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;© voor gedicht en verslag: F. Starik&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;+&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/1519731747028585709-6052578133249984789?l=uitvaart.eenzameuitvaart.nl' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</description><link>http://uitvaart.eenzameuitvaart.nl/2011_08_01_archive.html#6052578133249984789</link><author>noreply@blogger.com (uw Starik)</author></item><item><guid isPermaLink='false'>tag:blogger.com,1999:blog-1519731747028585709.post-4261426540976670590</guid><pubDate>Mon, 01 Aug 2011 15:07:00 +0000</pubDate><atom:updated>2011-08-01T17:08:54.111+02:00</atom:updated><title></title><description>Eenzame uitvaart nummer 132&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Bij terugkeer van mijn korte vakantie, ze doen het erom, vind ik in mijn mailbox het gedicht en verslag van eenzame uitvaart nummer 131 van de heer Westerhout, die door Wim Brands in mijn afwezigheid werd voltrokken, alsmede een doorgestuurde mail van Ali Mahmood, betreffende de volgende eenzame dode. Hij schrijft ongeveer dit: 'Dhr. Hans Donker is geboren op 09/09/1933 te Amsterdam. Wonend op het adres Burgemeester Hogguestaat x. Dood aangetroffen in zijn woning door de politie op 18/07/2011 (hij heeft daar waarschijnlijk sedert 15 juni 2011 dood gelegen). Gescheiden en geen kinderen. Heeft een broer (Kees). Is benaderd door de politie. Hij gaf aan al tientallen jaren geen contact meer met hem te hebben. Hij wil er verder niets mee. De overledene was een soort kluizenaar. Begrafenis is geregeld op maandag 01/08/2011 om 9:00 uur op Sint Barbara.'&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Vrienden van mij hebben daar gewoond, in de Burgemeester Hogguerstraat. Toendertijd tot hunner vriendenkrings' verbijstering. Een zelfmoordflat, oordeelde men eensluidend, gelegen in een zelfmoordbuurt, weliswaar gesitueerd aan de Sloterplas, maar zelfs dat water werd wantrouwend bekeken: het zou wel ijskoud wezen, en vol van beesten. Het water was eenvoudigweg te groot. Het omringende groen neigde naar zwart. Schaambosjes. Boodschappen deed je er bij het benzinestation, zo'n buurt. Brede wegen. Hoge flats met heel veel leegte ertussen. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In precies die flat waar mijn vrienden hun voormalige distributiewoning kochten huisde meneer Donker. Honderden identieke woningen, met een opmerkelijk groot aantal binnendeuren, de keuken met uitzicht op de galerij en een parkeerterrein, en in de verte, vanuit woon- en slaapkamer dus, die natte plas. Ik heb meteen een aanknopingspunt voor het gedicht, dat ik, die vrijdagmiddag bij terugkeer uit Macedonië, begin te schrijven, nog voor ik al mijn mail gelezen en beantwoord heb. Eenzame uitvaarten hebben een voorkeur voor de twee weken per jaar, dat ik weg ben van mijn post. Vrijdagmiddag, maandagochtend. De tijd dringt. Maar zodra ik aan wegrijdende auto's in de regen denk, valt het kwartje. Ik mail wat heen en weer met Wim, over zijn uitvaart, over de mijne, in aantocht. 'Het gedicht van een man die blij is dat hij weer thuis is,' vindt Wim. Feels like home. Nu de muziek nog. Ook die keuze komt daarop voorspoedig tot stand.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Maandagochtend, mooie zomerdag, eindelijk eentje, schijnt het. Op St Barbara staan acht dragers klaar, een groot bloemstuk prijkt op de kist, er is dus geld nagelaten. De oude heer Degenkamp heeft een nog modernere bril op dan de vorige keer dat ik hem sprak. Zijn afscheid stelt hij voorlopig nog even uit: zou dat in augustus wezen, zeg maar nu, dan werd de datum vooralsnog bijgesteld tot 'het einde van het jaar'. Dat zullen we dan ook nog wel halen, grinnik ik. Als ook Ali is gearriveerd, gaan we naar binnen, maar niet voordat de uitvaartleider gemopperd heeft dat de mensen tegenwoordig allemaal te laat komen, op begrafenissen, het is gewoon verschrikkelijk. Wij zijn allemaal op tijd.&lt;br /&gt;Ali komt naast me zitten, op rechts, in het voorste bankje, met een handgebaar noodt hij me naast hem plaats te nemen, de dragers hebben aangegeven dat ze 'hier' wel even wachten, buiten de aula, alleen de uitvaartleider is mee naar binnen gekomen, zit helemaal achterin de zaal.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Randy Newman zingt 'Feels like home'. If you knew how lonely my life has been…&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;PARKEERPLAATS&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik keer mij af van het keukenraam. Dit uitzicht,&lt;br /&gt;mijn uitzicht. Een galerij, de aandrang tot parkeren.&lt;br /&gt;Als ik in mijn gang ga staan, kan ik zo tien deuren &lt;br /&gt;opendoen en ook weer dicht, en telkens binnen blijven &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;mijn vrienden, ik noem de deur naar het toilet, de hoge&lt;br /&gt;nood, het verlangen schoon te worden, de voederstek, &lt;br /&gt;daar kom ik net vandaan, de meterkast, die mijn bestaan &lt;br /&gt;in cijfers vat, de slaapkamer waarin ik waak, des nachts &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;wanneer de slaap niet komen wil, het uitzicht op de Sloterplas, &lt;br /&gt;dat zwarte, koude gat, tegen de ochtend tot grauw verkleurend &lt;br /&gt;door bomen omzoomd, ik haat het, stil. Ik keer mij af van uitzicht &lt;br /&gt;naar inzicht: ik ben, het zij me verschoond, zoals ik eerder zag &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;vanuit mijn keukenraam, de droge plek &lt;br /&gt;die even achterblijft wanneer een auto wegrijdt &lt;br /&gt;van zijn plaats, wanneer het regent, de minimaalste &lt;br /&gt;variant van een herinnering, ik ben die vlek.  &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik zie alleen Mahmood maar zitten, in de zaal, lees mijn gedicht met mijn gezicht op het papier gericht, doe mijn best de erin gelegde klank zo duidelijk mogelijk over te brengen, twijfel halverwege aan de hele onderneming, ik vind dat het gedicht erg lang duurt, alsof het te veel woorden zijn, maar sla me er dapper doorheen, werk naar het vertragende einde toe. Dat bereikt hebbende, buig ik voor de dode, die ik al die tijd licht geroken heb, ten teken dat hij werkelijk aanwezig is, schuif mijn gedicht onder het boeket, aai even over de kist, ga weer zitten. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Bettye Lavette zingt 'Salt of the earth'. Brengt haar toost uit op de hardwerkende mensen, op de van geboorte eenzamen, ze heft haar glas op de goeden en de slechten, ze drinkt op het zout der aarde, terwijl de dragers binnenkomen, bij de kist gaan staan, schouderen, en terwijl het klokje van St Barbara gaat klingelen, stappen we het zonlicht in, op weg naar het einde. Degenkamp, voorop, naast de uitvaartleider. Er wordt niet gesproken. Mahmood en ik sluiten de rij. Als de kist geplaatst is, op een nieuwe graflift zie ik, er zit nog een sticker op de metalen legger, waarmee men de kist eenvoudig naar voren zou kunnen rollen, had meneer Degenkamp dat hulpstuk niet voorafgaand verwijderd. Er moet getild worden. Als de dragers met baar en hoed verdwenen zijn, knikt de uitvaartleider ten teken dat de kist mag zakken. De kist zakt. Degenkamp geeft het schepje aan, dat eind oktober op het omslag van Een steek diep zal prijken, de tweede bundeling eenzame uitvaart-verslagen, die tegen de tijd dat er afsheid genomen dient te worden van de oude heer Degenkamp, zal verschijnen. Op de terugweg kletsen we over het schepje, dat het handvat een beetje los zit, en hij vertelt hoe men dat kan herstellen: door het schepje een nacht in een emmer water te zetten. Dan zuigt de steel zich vol en past het weer precies. Hij tikt er een grapje over het tegenvallende zomerweer achteraan. In de koffiekamer gaat het gesprek verder over zijn pensioengat, over het ene bestuur, dat nooit premies heeft afgedragen, het volgende bestuur dat het woord 'nooit' bij een voorstel om te komen tot een aanvaardbare pensioenregeling schreef en het laatste bestuur, dat tenslotte met hem overeenkwam dat hij voor een redelijk bedrag zijn huidige dienstwoning kan blijven huren, tot de dood erop volgt, en hij genoegen zal moeten nemen met een aanzienlijk krappere, laatste, windstille woning elders ter plaatse. Daarna fiets ik terug mijn eigen, andere leven in, maak vroeg in de middag een fles champagne open, omdat ik nog moet drinken op de hardwerkende mensen, op diegenen die al eenzaam worden geboren, op de mensen die verloren zijn en zich toch geborgen weten, of niet.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;© voor gedicht en verslag: F. Starik&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;+&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/1519731747028585709-4261426540976670590?l=uitvaart.eenzameuitvaart.nl' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</description><link>http://uitvaart.eenzameuitvaart.nl/2011_08_01_archive.html#4261426540976670590</link><author>noreply@blogger.com (uw Starik)</author></item><item><guid isPermaLink='false'>tag:blogger.com,1999:blog-1519731747028585709.post-6665444002849456577</guid><pubDate>Sun, 31 Jul 2011 13:45:00 +0000</pubDate><atom:updated>2011-07-31T15:45:40.449+02:00</atom:updated><title></title><description>Eenzame uitvaart nummer 131, Amsterdam&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Carlos Westerhout, geboren 25 november 1945, geen vaste woon- of verblijfplaats, vermoedelijk doorgaans in Den Haag verblijvend, beschikkend over een postadres in Zaamdam, 'post apart' wordt dat genoemd, op 17 juli 2011 overleden in het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis op de afdeling spoedeisende hulp. Geen familie te vinden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Hij wordt begraven op St Barbara, woensdag 27 juli 2011 om 9 uur 's morgens, dichter van dienst: Wim Brands. Ali Mahmood zal namens de dienst aanwezig zijn. Starik zal niet aanwezig zijn, die vliegt in de nacht na de melding van deze uitvaart naar Macedonië en is op vrijdag 29 juli in de loop van de dag pas weer terug, en zal bij terugkeer een nieuwe melding vinden, voor de maandag erop, maar daarover later meer. Twee keer per jaar neem ik een week vakantie, en bijna altijd gaat dat gepaard met het missen van een uitvaart. 'De dood kun je nu eenmaal niet controleren,' zegt Mahmood berustend aan de telefoon.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wim Brands zegt toe niet alleen het gedicht te schrijven, maar ook van de uitvaart verslag te doen: 'Woensdagochtend 27 juli 2011. Voor het eerst sinds dagen laat de zon zich weer eens zien in deze regenachtige juli-maand. De stem van Johnny van Doorn klinkt in m'n hoofd. Ik hoor zijn bulderend gebrachte  magistrale zon. Dat komt door een van de dragers, die me vertelt dat hij vroeger altijd de radio-uitzendingen bijwoonde waaraan Van Doorn wekelijks meedeed.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wachtend op de lijkwagen herlees ik m'n gedicht nog maar eens en vraag me af of wat ik beweer over Carlos Westerhout wel hout snijdt. Niets weet ik over hem. Ja, dat hij meestal in Den Haag verbleef, dood is gegaan in een Amsterdams ziekenhuis en een postadres&lt;br /&gt;had in Zaandam: Post Apart. Het is een goede titel voor een dichtbundel, denk ik. Maar zeker weten doe ik dat niet. Misschien is het ook wel een te sentimentele titel. Ik zie in elk geval een postbus waar hooguit twee keer per maand een schrijven in neerdaalt. Hoeveel brieven kreeg Carlos Westerhout en van wie? Brieven die waarschijnlijk nooit werden beantwoord. Zoals de brieven aan God die in december worden verstuurd ook altijd&lt;br /&gt;onbeantwoord blijven, al komen ze wel degelijk ergens aan, ze worden ergens afgeleverd waar ernstige dienaren des Woords die post verzamelen, als een soort van Godsbewijs. Antwoord geven, namens die veronderstelde God, dat kan natuurlijk niet, dat zou hovaardig zijn. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik raak even later in gesprek met de uitvaartleider. Hij vertelt me dat de dode een Surinaamse man was, geboren in Paramaribo. Waarschijnlijk een zwerver. En aan de drank. Of aan de drugs. En z'n leven moet goed in de knoop hebben gezeten, want, zegt hij, dat maak je niet vaak mee: een Surinamer die wordt begraven zonder dat er familie bij aanwezig is. Verstoten door z'n familie, denkt hij.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ali Mahmood vertelt na de dienst overigens dat hij de moed nog niet heeft opgegeven: dit mag dan een eenzame uitvaart zijn, hij gaat toch nog proberen om familie te vinden. Hoe&lt;br /&gt;druk hij het ook heeft, er staat nota bene een eenzame in de wacht, en het had een haar gescheeld of een Oostenrijkse man die onlangs dood werd aangetroffen had ook een eenzame uitvaart gekregen. Gelukkig wilde daar een buurman komen. Waardoor het officieel geen eenzame uitvaart meer is, hoe eenzaam het ook lijkt....dat je onder de ogen van je buurman die bij nader inzien dan toch wel wil komen wordt begraven.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Verstoten door z'n familie. Opeens moet ik aan een tafereel denken dat ik ooit tijdens een bootreis in China zag. Op de kade stond een vrouw, een zwerfster. De Chinezen die&lt;br /&gt;aan de reling stonden begonnen haar te bekogelen met fruit. Zoiets had ik nog nooit gezien, maar, legde een sinoloog me later uit, ongebruikelijk is het niet, in China, om iemand die door de familie is verstoten en daarom moet zwerven te behandelen als rot fruit. Hij wilde het niet goed praten, maar je moet het wel erg bont hebben gemaakt om de straat te worden opgejaagd. Maakte Carlos het ook zo bont?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De dienst begint met licht klassiek. Daarna lees ik m'n gedicht. M'n stem galmt, en dat is goed, zo galmt een stem ook in die prachtige Haagse Passage. Geen idee wie Carlos Westerhout was maar in mijn gedicht wandelt hij door de Passage en zingt. Niet ver van de plek waar Carlos wordt begraven zijn twee kleine graafmachines bezig verse graven te delven.'&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;IN MEMORIAM CARLOS WESTERHOUT&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik kende in Den Haag een man die elke avond in de stationsres¬tauratie zat;&lt;br /&gt;ik heb nooit gezien dat hij daar at, meestal keek hij voor zich uit;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;ik heb ook nooit gezien dat hij een krant las, of iets opschreef,&lt;br /&gt;wat sommige andere vaste bezoekers wel deden. Grote, boze zinnen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Hij keek voor zich uit, en rookte. Dat mocht toen nog binnen.&lt;br /&gt;Soms bleef hij een tijd weg, niemand die vroeg waar hij was.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Altijd kwam ik hem weer tegen in de Passage maar wie zag je daar niet?&lt;br /&gt;Als ik denk aan jou in deze stad zie ik je daar ook lopen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Je bent moederziel alleen, niet perse ongelukkig,&lt;br /&gt;en je laat de ruimte galmen omdat je wilt&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;dat Den Haag ook voor jou zingt. Was je wel eens zo onbekom¬merd,&lt;br /&gt;ook al stonken je kleren? Vrolijk op weg naar het station&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;om weer eens een paar weken verderop te gaan.&lt;br /&gt;Maar in de restauratie niets prijsgeven van dat verlan¬gen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ook niet als je boos was. Want hoe je je ook voelde, waar je ook was,&lt;br /&gt;met of zonder dak, altijd gesloten dat hart.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wie was je?  Dit spookt door mijn hoofd: dat je post naar Zaandam ging.&lt;br /&gt;Dat heet post apart.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;© voor gedicht en verslag: Wim Brands&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;+&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/1519731747028585709-6665444002849456577?l=uitvaart.eenzameuitvaart.nl' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</description><link>http://uitvaart.eenzameuitvaart.nl/2011_07_01_archive.html#6665444002849456577</link><author>noreply@blogger.com (uw Starik)</author></item><item><guid isPermaLink='false'>tag:blogger.com,1999:blog-1519731747028585709.post-8019583896379486602</guid><pubDate>Sat, 30 Jul 2011 08:14:00 +0000</pubDate><atom:updated>2011-07-30T10:14:47.805+02:00</atom:updated><title></title><description>Verslag van de eenzame uitvaart van Vladimir Menclová, geboren op 19 april 1985 in Mošovce, Slowakije, overleden op 15 juli 2011 in Den Haag&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Maandag 25 juli 2011, 9.45 uur, Nieuw Eykenduynen, Den Haag&lt;br /&gt;Dichter van dienst: Henk van Zuiden&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Onderweg naar de aula van Nieuw Eykenduynen moet ik weer aan hem denken.&lt;br /&gt;Vladimir Menclová. Zo jong, wanhopig, teleurgesteld, meer dan kapot van liefdesverdriet, of misschien een hele trits tegenslagen achter elkaar meegemaakt. Zijn daad was geen schreeuw om aandacht, althans, niet zoals vaak voorkomt bij tieners die een op voorhand te mislukken manier bedenken bij een zelfmoordpoging. Vladimir koos voor een radicale klassieke methode: ophanging. &lt;br /&gt;De vriend van hem die bij de politie een verklaring aflegde, was de volgende dag verdwenen.&lt;br /&gt;Ondergedoken of gevlucht. Misschien zwaar aangeslagen door het gebeurde. Misschien was hij de jongen die met de vriendin van Vladimir aan de haal ging. Ik ben er niet achter gekomen.&lt;br /&gt;Andere vrienden of bekenden zijn niet gevonden. Wel de naam van de huurbaas die tevens werkgever van Vladimir was. Hij viert vakantie in Turkije, komt over twee weken terug.&lt;br /&gt;De moeder van Vladimir kan, zeer waarschijnlijk door geldgebrek, niet naar de crematie in Den Haag komen. &lt;br /&gt;Met gedicht en teer boeketje lathyrussen in mijn fietstas rijd ik het terrein van de begraafplaats op. &lt;br /&gt;Het is half tien. &lt;br /&gt;Word ik verrast wanneer ik de wachtkamer in loop? Zit er misschien toch een vriend of vriendin, of een groepje vrienden? Er is niemand.&lt;br /&gt;Ik doe mijn jasje uit, ontdoe de bloemen van het knisperpapier en ga zitten. Na vijf minuten komt de uitvaartleidster naar me toe. “U bent de dichter?” Ik beaam dat en geef haar de cd’s waarop ik een post-it heb geplakt. In leesbaar handschrift heb ik er op gezet welk muziekstuk eerst en welk muziekstuk er na het voorlezen van gedicht gekozen is. Ze knikt, en loopt met beide cd’s weg. &lt;br /&gt;Ik ga weer zitten. Op een salontafel zie ik een stapeltje tijdschriften liggen. Het blijkt een nieuw tijdschrift te zijn ‘dat met je meeleeft’: to Be. Ik blader het door, op zoek naar interview met cabaretière Nilgün Yerli. Aan lezen kom ik niet toe. De uitvaartdame komt me ophalen.&lt;br /&gt;“Verder niemand gekomen, hé? We zijn dus alleen.” Ze opent de auladeur, ik loop naar de eerste rij stoelen. Zij blijft achterin de aula staan. Nadat ik heb plaats genomen begint de muziek. Muziekstuk nummer twee: fragment nummer 10 uit de cyclus On an overgrown path I  van Leoš Janáček, gespeeld door András Schiff. Beetje slordig dat de volgorde is omgedraaid… Vladimir merkt het denk ik niet. Tijdens de muziek gaat tweemaal een deur ergens open en dicht (de aula heeft meerdere toegangsdeuren). Toch nog iemand voor hem? Ik kijk niet om. Dat doe ik pas nadat het stil is geworden. Meteen komt de uitvaartdame naar me toegelopen, zegt dat ik nu mijn gedicht kan voordragen. &lt;br /&gt;Na het lezen leg ik het gedicht onder de ranke bijeengebonden steeltjes van de vlinderachtige lathyrussen en ga terug naar mijn plaats. Zie dan in een oogopslag dat er twee heren bij de dame zijn gaan staan. Eén van hen zorgt ervoor dat nu Joj, joj, joj, van Jarmila Sulakova door de aula zingt. Zodra het lied uit is loopt de uitvaartdame weer naar voren. Ze knikt naar mij, zet een paar stappen terug, maakt een zeer lichte buiging richting kist. Ik sta op, blijf even bij de kist staan, zeg zacht iets tegen Vladimir, wandel dan ook naar de uitgang. Eén heer is ondertussen verdwenen, de dame en andere heer geef ik een hand. “Sterkte,” zegt de dame, “Goede dag verder.” Ik bedank haar, vraag de cd’s terug en wandel naar buiten.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;VRAGENBOOG &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Hoeveel vrienden heb je die van je houden?&lt;br /&gt;Is er altijd een jongen een meisje een man of&lt;br /&gt;vrouw rond je die je breekt in je val?&lt;br /&gt;Vind je telkens een schouder naast je, een&lt;br /&gt;hart dat je pijn deelt, beleef je dan ‘gedeelde&lt;br /&gt;smart is halve smart?’ &lt;br /&gt;Ken je Vondels spreuk over het leven? Wie&lt;br /&gt;zorgt er dan voor dat jij in een dorpshuis staat,&lt;br /&gt;op stadsplanken of grote opera? En wie o wie&lt;br /&gt;bepaalt wat of jouw deel is? &lt;br /&gt;Worden er nog bergen verzet, wordt een &lt;br /&gt;lichaam opnieuw geschommeld totdat het &lt;br /&gt;zich weer thuis voelt, verdwijnt er niemand &lt;br /&gt;voordat de kaarsen zijn opgebrand?&lt;br /&gt;En is er een deez of geen die ademloze gifdingen&lt;br /&gt;bij je vandaan houdt? Waar is hij, waar is zij?&lt;br /&gt;Wordt er misschien een zon voor je gehaald &lt;br /&gt;die je laat schijnen in een rivier? Is er iemand &lt;br /&gt;die je vraagt een sneeuwengel te maken, waarna &lt;br /&gt;je in slaap valt? Omhelsd door al het lichtwit &lt;br /&gt;om je heen weet je niet of je droomt of wakker&lt;br /&gt;geworden bent. Passanten vinden een pas &lt;br /&gt;geboren kind dat om liefde schreeuwt.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Henk van Zuiden&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;+&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/1519731747028585709-8019583896379486602?l=uitvaart.eenzameuitvaart.nl' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</description><link>http://uitvaart.eenzameuitvaart.nl/2011_07_01_archive.html#8019583896379486602</link><author>noreply@blogger.com (uw Starik)</author></item><item><guid isPermaLink='false'>tag:blogger.com,1999:blog-1519731747028585709.post-8867192874696603734</guid><pubDate>Sun, 17 Jul 2011 17:10:00 +0000</pubDate><atom:updated>2011-07-17T19:12:09.641+02:00</atom:updated><title></title><description>Verslag van de eenzame uitvaart van Marius Wisnia, geboren op 18 mei 1969 in Polen, overleden op 6 juli 2011 in Den Haag. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Woensdag 13 juli 2011, 9.00 uur, Nieuw Eykenduynen, Den Haag&lt;br /&gt;Dichter van dienst: Ruth van Rossum&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Zaterdag 9 juli.&lt;br /&gt;Henk mailt de gegevens voor de eenzame uitvaart van komende woensdag. Het gaat om Marius Wisnia, geboren op 18 mei 1969 in Polen. Hij stierf op 6 juli in een hospice in Den Haag, ernstig ziek. Waarschijnlijk heeft hij Polen al een tijd geleden verlaten. Vóór hij naar Nederland kwam woonde hij jaren in Duitsland. Hij werkte hier via een uitzendbureau in de tuinbouw. Er is contact geweest met zijn familie in Polen. Zij komen niet naar de uitvaart. Daarom hebben ze hun afscheidswoorden gemaild, ik zal die woensdag namens hen uitspreken. De ceremonie wordt opgenomen en later naar hen toegestuurd. Ik bel met het hospice. Zondag mag ik langskomen om te kijken waar de heer Wisnia zijn laatste weken leefde.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Zondag 10 juli.&lt;br /&gt;In het hospice maak ik kennis met de betrokken en sterke Corinne. Zij laat me de afdeling en de kamer van Marius zien en vertelt over hem. Ook zij weet niet heel veel. Vóór hij hier kwam woonde hij een paar maanden bij een stichting die opvang en begeleiding biedt aan dak- en thuislozen. Hier in het hospice is hij zes weken verzorgd. Ik sta in de kamer waar hij lag en kijk door de ramen naar de frisse bomen langs de weg. “Toen hij binnenkwam woog hij 37 kilo en het is niet meer geworden.” Hij had niets dan de kleren die hij droeg. De heer Wisnia was een laten we zeggen eigenzinnige man, “hij wist wat goed voor hem was ook als het niet goed voor hem was”. Hij wilde niet eten en voelde zich hier erg in de gaten gehouden. Ik vraag hoe hij zijn naderende overlijden tegemoet zag. Er was niet zoiets als berusting, zegt Corinne, hij accepteerde niet dat het erg slecht met hem ging. Kort geleden belde hij met zijn zus in Polen om te vertellen wat er aan de hand was. Naar verluidt deed hij dat nogal omfloerst, zodat zij bij het bericht van zijn overlijden totaal verrast was en buiten zichzelf. Ze heeft foto’s gemaild, foto’s van een stevige blonde man met zijn familie. “Aan hoe ze naar elkaar kijken kun je zien dat er warmte was in het gezin”. Wat is er daarna, onderweg, gebeurd, dat het op deze manier en hier eindigde? Het is vreemd, zegt Corinne, als je geboren wordt is iedereen blij, en dan kan het dus zo gaan. Als ik wegga ben ik onder de indruk. Van het verhaal over Marius, van Corinne, en van de plezierige sfeer en de zorg in het hospice.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Dinsdag 12 juli.&lt;br /&gt;’s Avonds zoek ik de muziek uit: Wild Is The Wind, gezongen door David Bowie, en Further On Up The Road, in een zeer sobere uitvoering van Johnny Cash.&lt;br /&gt;  &lt;br /&gt;Woensdag 13 juli.&lt;br /&gt;Een grauwe dag. Het regent even niet als ik naar Nieuw Eykenduynen fiets. Henk is er al. Omdat er geen andere mensen zullen komen heeft de heer Ravestein van het uitvaartcentrum een aantal collega’s gevraagd om zo dadelijk op de eerste rij te gaan zitten, “anders ziet het er voor de familie zo leeg uit”.&lt;br /&gt;Met Wild Is The Wind lopen we de grote aula in. Henk en ik gaan links zitten, de mensen van Nieuw Eykenduynen rechts. Rond de kist vier grote brandende kaarsen. Op de kist een eenvoudig maar lieflijk wit bloemstuk. Van het hospice. Zij doen dat altijd, vertelt Ravestein.&lt;br /&gt;Na de muziek heet hij ons welkom en geeft mij het woord. Ik begin met de toespraak van de familie:&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;We kunnen het nog niet verwerken dat je niet meer bij ons bent. &lt;br /&gt;Je was altijd ver weg van ons, zoekend naar een eigen plek in de wereld.&lt;br /&gt;Toch hebben we altijd contact met elkaar gehouden.&lt;br /&gt;Vooral de laatste periode belde je veel. Je vertelde ons over je ziekte.&lt;br /&gt;Je was rustig. We hoorden geen verdriet of spijt.&lt;br /&gt;Je was je toen waarschijnlijk al bewust van de eindigheid van je leven.&lt;br /&gt;Wij beseften toen niet dat het allemaal zo snel zou gaan.&lt;br /&gt;We danken je voor dat je was wie je was en dat je er was.&lt;br /&gt;Je was altijd behulpzaam en je stond klaar voor ons allemaal.&lt;br /&gt;Uit jouw naam willen we alle mensen bedanken die voor jou zorgden en die je tijdens je ziekte geholpen hebben. Het was een moeilijke periode.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Dan draag ik het gedicht voor. Voor deze man, veel te jong, veel te licht, een veertje in die grote kist naast mij.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Als je geboren wordt is iedereen blij&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Amoeben in onzichtbare ketens. Miljarden partikels van overal. &lt;br /&gt;Je land en je volk. Wat daaraan vooraf ging. De tijd, het gebied. &lt;br /&gt;Het inwendige theater van meereizende verstekelingen. Oude &lt;br /&gt;gebeurtenissen in de familie. De hele chemische santenkraam.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;En zo was dit uw kamer op het eind. U kwam hier binnen met &lt;br /&gt;niets dan uzelf, een broek, een trui - geen goederen of geld. &lt;br /&gt;We pakten uw handen vast om u niet alleen het laatste pad te &lt;br /&gt;laten gaan. U liep toch alleen, zoals u het al jaren had gedaan.    &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Als je naar je demonen kijkt word jij kleiner en zij groeien. Ze&lt;br /&gt;eten je op. Denk maar liever aan bomen. Bomen zijn wolken.&lt;br /&gt;Bomen zijn cirkels glinsterende vissen en regengeluid. Bomen&lt;br /&gt;zijn kamers koel en groen waarin je veilig bent voor de wereld.  &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Toen u werd geboren was iedereen blij. Wij eren de mens. Het &lt;br /&gt;kind dat u was. De zoon en de broer. De reizen die u maakte en &lt;br /&gt;uw nieuwe landen. De wegen die u ging. De lachende man. Uw &lt;br /&gt;lichaam, uw huis. Fragmenten van ketens. De handen van God.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De uitvaartbegeleider vraagt ons te gaan staan en stil te zijn. &lt;br /&gt;En tenslotte luisteren we naar Johnny Cash:&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;One sunny mornin’ we’ll rise I know&lt;br /&gt;And I’ll meet you further on up the road.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Na afloop is er koffie. Van de heer Ravestein leren we veel over zijn werk. Ik mag zelfs mee om de kist te begeleiden de oven in. Hij verzekert ons dat ook de gemeente-uitvaarten veel aandacht krijgen, zodat er een waardig afscheid is. Zoals dit afscheid van Marius Wisnia.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt; gedicht en verslag Ruth van Rossum, 2011&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;+&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/1519731747028585709-8867192874696603734?l=uitvaart.eenzameuitvaart.nl' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</description><link>http://uitvaart.eenzameuitvaart.nl/2011_07_01_archive.html#8867192874696603734</link><author>noreply@blogger.com (uw Starik)</author></item><item><guid isPermaLink='false'>tag:blogger.com,1999:blog-1519731747028585709.post-849564253504836121</guid><pubDate>Thu, 07 Jul 2011 17:24:00 +0000</pubDate><atom:updated>2011-07-07T19:25:58.846+02:00</atom:updated><title></title><description>EENZAME UITVAART ROTTERDAM&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Milan Stepanovic 21 januari 1941, Joegoslavië – 30 mei 2011, Rotterdam.&lt;br /&gt;Uitvaart : maandag, 4 juli 2011, Begraafplaats Crooswijk, 9.30 uur - dichter van dienst: Rien Vroegindeweij&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik sta in de Spar in Haamstede, Zeeland,  als Peter Boertjes van de Dienst Stedelijke Zorg mij belt voor de aanzegging van het overlijden van een man en het verzoek voor een Gedicht bij de Eenzame Uitvaart. Ik moet mijn gedachten even bepalen, want het is al weer een tijd geleden dat Peter mij belde en ik was op zoek naar bouillonblokjes. Nu is er plotseling een dode man. Er is weinig over hem bekend, zegt Peter, ik zal het op de mail zetten. Dat is OK maar ik heb hier geen internet. Mijn caravanbuurman op de minicamping heeft een iPad, maar ik ben het wachtwoord van mijn e-mail vergeten. &lt;br /&gt;Thuis lees ik de summiere gegevens die over de dode bekend zijn: een man van Joegoslavische afkomst, geboren in 1941, in de jaren zeventig naar Nederland gekomen, als gastarbeider, heeft in de metaal gewerkt, ontving aow en een pensioen. Bij zijn Joegoslavische nationaliteit staat  ‘vervallen’ en bij zijn huidige staat ‘onbekend’. Vrienden en nabestaanden hebben zich niet gemeld. Kennelijk kwam hij ook niet in het café waarboven hij woonde en waar hij om wat voor reden dan ook besloot dat het genoeg was. Zijn stoffelijk overschot werd door de politie gevonden en door de begrafenisondernemer opgehaald en tenslotte naar de Algemene Begraafplaats Crooswijk gebracht en ter aarde besteld. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Man van de Balkan&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Milan Stepanovic, ik heb je niet gekend,&lt;br /&gt;we waren buurtgenoten.&lt;br /&gt;De meldkamerpost vermeldde &lt;br /&gt;dat je bent geboren in 1941&lt;br /&gt;ergens in het koninkrijk Joegoslavië&lt;br /&gt;dat in  jouw kindertijd een republiek werd &lt;br /&gt;die met geweld verdeeld uiteenviel&lt;br /&gt;waar  nu ‘voormalig’ aan wordt toegevoegd. &lt;br /&gt; &lt;br /&gt;Milan Stepanovic, ik heb je niet gekend,&lt;br /&gt;we waren buurtgenoten.&lt;br /&gt;Man van de Balkan, op zoek naar werk &lt;br /&gt;bracht de geschiedenis&lt;br /&gt;jou naar de fabrieken van het westen, &lt;br /&gt;naar een stad, een plein, een huis &lt;br /&gt;dat wordt opgemerkt nu het leeg is.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Milan Stepanovic,  ik liep over het plein &lt;br /&gt;waar je woonde, dacht te zien wat jij zag &lt;br /&gt;het kruispunt, het sportveld aan de overkant,&lt;br /&gt;de mensen die voorbijgaan, oversteken. &lt;br /&gt;Er stond een matras in het portiek&lt;br /&gt;gereed om het op te nemen&lt;br /&gt;voor wie van het leven wil genezen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Gedicht en verslag: Rien Vroegindeweij&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/1519731747028585709-849564253504836121?l=uitvaart.eenzameuitvaart.nl' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</description><link>http://uitvaart.eenzameuitvaart.nl/2011_07_01_archive.html#849564253504836121</link><author>noreply@blogger.com (uw Starik)</author></item><item><guid isPermaLink='false'>tag:blogger.com,1999:blog-1519731747028585709.post-1784456945167172596</guid><pubDate>Tue, 07 Jun 2011 08:32:00 +0000</pubDate><atom:updated>2011-06-07T10:33:12.736+02:00</atom:updated><title></title><description>EENZAME UITVAART NUMMER 33 DEN HAAG&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Verslag over het overlijden van Louis Evert Berminter (1937- 2009)&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Op woensdag 1 juni belde Gerard van Poelgeest van de gemeente Den Haag over het overlijden van de Heer Berminter. Hij was dood gevonden in zijn appartement. Hij was al in maart 2009 overleden en zijn lichaam was een paar dagen daarvoor ontdekt. Er was weinig over hem bekend. Hij was geboren op het toenmalige Celebes, hij was gescheiden, zijn toenmalige vrouw was al jaren geleden naar Indonesië terug gereisd. Haar zoon, een kind uit een eerder huwelijk, woonde nog hier. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;  Een verklaring voor de late ontdekking van zijn lichaam was moeilijk te geven, waarschijnlijk lag een aantal misverstanden hieraan ten grondslag. In ieder geval hadden de bewoners niets gemerkt, vertelde Gerard. Meneer Berminter had begin 2009 in een briefje aan de huisarts geschreven: ‘ik ben vertrokken.’ Men had gedacht dat hij naar Indonesië was gereisd. Hij was op 30 juli 2010 uitgeschreven, toch was ook de maanden daarop de huur betaald. De huismeester van de verzorgingsflat had de deur niet kunnen openen omdat er blijkbaar een tijdje geleden een nieuw slot op was gezet. Pas toen de politie de deur had geopend had men het lichaam op de grond ontdekt. Veel was er niet meer over. Later mailde Gerard me het politieverslag. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt; Ik heb een bezoek gebracht aan twee buren. De lijkengeur in de hal van de verdieping van verzorgingsflat waar Meneer Berminter woonde was zeer sterk. Volgens de buurvrouw was de stank pas doorgedrongen nadat de deur van het huis was geopend, daarvoor had ze niets gemerkt. Ze bedekte haar mond tijdens ons gesprek met een zakdoek. Meneer Berminter was een stille bescheiden man, ze wist niets van hem, ze had hem hoogstens gegroet. Hij bezat een fiets. De andere buren, een ouder echtpaar, hadden ook niets gemerkt. Ze verweten de huismeester van de verzorgingsflat dat hij niet eerder iets had opgemerkt. Ze wisten niet veel van meneer Berminter af. Hij was rustig en bescheiden, ze hadden wel een paar keer met hem gesproken en hem ook een keer binnen genodigd toen er een probleem met de sleutel was. Hij sprak moeilijk verstaanbaar Nederlands. Hij was vroeger bakker geweest. Hij had af en toe contact met een paar mensen uit Den Haag, een ouder echtpaar. Ik heb geprobeerd hun adres te achterhalen, dat is me niet gelukt omdat er in de gids teveel mensen onder de opgegeven naam te vinden waren.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;  Bijna twee jaar onopgemerkt dood in een appartement van een verzorgingsflat. Het is bizar en nauwelijks voorstelbaar. Op de ochtend van de crematie, maandag 6 juni in Nieuw Eykenduynen in Den Haag, bespraken we het met de begrafenisondernemer en met Henk van Zuiden, de coördinator van het Eenzame Uitvaart project in Den Haag. De ondernemer wist te melden dat zelfs de vliegen dood waren gevonden. Ik vertelde dat ik me had verbaasd over de verwijten die de buren maakten in de richting van de huismeester. Misschien hadden ze een punt, maar hadden ze dan zelf niets gemerkt? Was het toch allemaal een optelsom van misverstanden? Ik kon er niets aan doen, je moet als schrijver niet de hele dag aan literatuur denken, zeker niet bij een zaak als deze, maar toch leek me dit wel een uitgangspunt voor een pakkend verhaal. Al zal dat ongetwijfeld geheel in het niet vallen bij de werkelijkheid, zoals zo vaak. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Kees ‘t Hart&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Gedicht voor de Heer Louis Evert Berminter, 1937- 2009&lt;br /&gt;Voorgelezen op 6 juni 2011 in begraafplaats Nieuw Eykenduynen te Den Haag&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Indische man in Den Haag gestorven&lt;br /&gt;Weg geschreven uit alle boeken&lt;br /&gt;En bestanden daarna vergeten&lt;br /&gt;Totdat het ondragelijk werd&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Was er iemand die je miste&lt;br /&gt;Toen je onherroepelijk verdween&lt;br /&gt;Je was zo rustig en bescheiden&lt;br /&gt;Dat zelfs je dood geen opzien baarde &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Indische man in Den Haag gestorven&lt;br /&gt;Ik ben vertrokken schreef hij nog&lt;br /&gt;Dat was het laatste wat we wisten&lt;br /&gt;Ik ben vertrokken laat mij maar gaan&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik ben vandaag je dichter &lt;br /&gt;Ik spreek woorden voor je uit&lt;br /&gt;Je ziel is hier niet meer gevonden&lt;br /&gt;Ze is vertrokken met het ochtendlicht&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Indische man in Den Haag gestorven&lt;br /&gt;Zijn lichaam moederziel alleen in huis&lt;br /&gt;De stadsgeluiden op dinsdagochtend&lt;br /&gt;De trage voetstappen op de gang &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik zing hier niet al ben ik dichter&lt;br /&gt;Ik zie op straat de mensen gaan&lt;br /&gt;Hun lijven als haastige machines&lt;br /&gt;Die bonzend gaan en gaan en gaan&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Kees ‘t Hart&lt;br /&gt;&lt;br /&gt; &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;+&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/1519731747028585709-1784456945167172596?l=uitvaart.eenzameuitvaart.nl' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</description><link>http://uitvaart.eenzameuitvaart.nl/2011_06_01_archive.html#1784456945167172596</link><author>noreply@blogger.com (uw Starik)</author></item><item><guid isPermaLink='false'>tag:blogger.com,1999:blog-1519731747028585709.post-7250660804128231567</guid><pubDate>Wed, 11 May 2011 13:17:00 +0000</pubDate><atom:updated>2011-05-11T15:18:26.010+02:00</atom:updated><title></title><description>Eenzame uitvaart nummer 129&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ali Mahmood meldt, woensdagochtend: 'Goeie, ehm, morgen.' Hij weet niet zeker of het al middag is, Ali begint graag vroeg, rond zes uur 's ochtends zit hij op zijn post. Tegen tienen, als hij mij belt, is het voor hem al bijna middag geworden. 'Onbekende vrouw,' barst hij dan los, 'gevonden in het water van de Kostverlorenvaart ter hoogte van de Geuzenkade, op 25 april.' Hij noemt het lichaam 'niet geïdentificeerd'. Ze is tussen de twintig en vijftig jaar oud, meent de politie, hoogstwaarschijnlijk uit Oost-Europa afkomstig, dit maakt men op uit de wenkbrauwen, die getatoueerd zijn. Dat doen vrouwen uit Oost-Europa. Eerst epileren, dan trekken ze een streep. Op de plek waar het haar zat. Netjes. 'Geen lichamelijke kenmerken,' somt Ali op, hij heeft het politierapportje erbij gepakt. '160 centimeter, 60 kilo.'  Een kleine, dunne vrouw. Meer twintig dan vijftig, schat ik. Ze wordt begraven op St. Barbara, dinsdag 10 mei, om 9 uur 's morgens. Dichter van dienst Maria Barnas neemt geen van haar kinderen mee.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De volgende ochtend belt Mahmood nogmaals: er zal een filmploeg meereizen. Het uur van de wolf. De vrouw is meermalen op televisie getoond: op zoek naar een aanknopingspunt. Opsporing verzocht, AT5, dat werk. Het uur van de wolf belooft een lange documentaire te maken over drie eenzame uitvaarten, geanonimiseerd, het hele circus, van melding tot huisbezoek, van uitvaartcentrum tot graf. Dit is al een jaar lang aangekondigd, de documentairemaker, Astrid Bussink, heb ik leren kennen als een serieuze, zelfbewuste vrouw. 'Kom vroeg,' heb ik haar gevraagd, 'dat alles er in één keer goed opstaat, dat we niet telkens hetzelfde hoeven overdoen, in ons toneelstuk.' Dat belooft ze. Ze kent de reserves aangaande de aanwezigheid van camera's bij eenzame uitvaarten. Daarop bel ik Maria Barnas, om te vragen of het goed is: 'Je kunt er nu nog uit.'&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;'Ach, ik vind het toch al een ongemakkelijke toestand, dus dat kan er ook nog wel bij,' oordeelt ze. Het is haar tweede uitvaart pas, ik dacht dat ze er veel vaker een had gedaan. Dinsdagochtend, bewolkt. Kwart voor negen kom ik aan, en inderdaad, de filmploeg staat er al, de dragers aan de poort. Verder niemand. Even later komt Maria aanfietsen, helemaal tot aan de aula, waar ik mij heb geposteerd in afwachting van. Ik zeg dat ze haar fiets in het rek moet zetten. Het is toch een raar gezicht, als er een fiets tegen de aula staat geleund, waneer je iemand gaat begraven. Ze rijdt bijna de poort weer uit, ik wijs waar het rek wel staat, daar, dan stuurt ze bij en vindt de juiste plek.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Daar is ook de oude meneer Degenkamp. 'Is het nou nog geen augustus?' vraag ik. 'Wil je me weghebben soms?' grijnst Degenkamp. 'Onder de zoden? Ik wil niet onder de zoden, maar onder een deksel. In de kelder, waar de aardappels liggen,' grapt hij. Dan wijst hij naar de filmploeg. 'Je zou toch denken dat de mensen het zo langzaam aan wel eens gezien hebben.' De uitvaartleidster komt uit de koffiekamer. Degenkamp wordt gekust, wij schudden handen. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De witte dienstauto bevat het gezelschap van de Dienst, chef Kiewik is natuurlijk meegekomen, Van Bokhoven is er bij, en een stagiaire die zich voorstelt als Maria. Nu hebben we al twee Maria's. 'Ze komt uit Spanje,' vertelt Kiewik. Maar ze spreekt perfect Nederlands en studeert culturele antropologie. Aha. Een onderzoeksgebied. Fascinerende wereld, vindt ze. Ze is De eenzame uitvaart aan het lezen. Prachtig vindt ze het. Vol van liefde. En ze moet ook heel vaak lachen. Lachen en huilen tegelijk, eigenlijk. Het wordt bijna ongemakkelijk. Andere Maria maakt het erger, met de opmerking over dat ze op het moment dat ze de melding kreeg even in paniek dacht van o dan moet ik een oppas voor de kinderen regelen zal ik ze niet…en dat ze vervolgens dus de regel terugkreeg: 'Dichter van dienst Maria Barnas brengt geen van haar kinderen mee.' Ik zeg niets. De uitvaartleidster vraagt naar de muziek. Ik heb drie nummers meegebracht. Wijs ze aan op de cd. Ze heeft zelf ook wat uitgezocht, zegt ze dan. 'One day I'll fly away,' van Randy Crawford. Dat nummer heb ik lang niet gehoord. 'Dat gaat over weggaan,' legt ze uit. Oké. Die zullen we dan als laatste draaien. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het begint heel zachtjes te regenen, als de lijkwagen arriveert, het dankbare camerashot.&lt;br /&gt;Dan rijdt er nog een auto de begraafplaats op, er komen twee dames uit, die met gezwinde pas doelgericht op de aula aflopen. Flinke, pittige vrouwen. De feminisering van het politievak, stel ik traditiegetrouw vast. Kiewik begroet ze als eerste, legt uit wat er allemaal staat te gebeuren, vraagt of ze er bezwaar tegen hebben in beeld te worden gebracht, dat hebben ze, ze willen niet herkenbaar in beeld, maar van achteren mag wel, vinden ze. Niemand kent zijn eigen achterkant immers. Zelf zie je toch ook alleen de voorkant, als je in de spiegel kijkt? Er moet gefilmd worden, verklaart Kiewik: 'Stel dat er familie gevonden wordt. Dan kunnen ze toch zien hoe het allemaal gegaan is.'&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Even later gaan we allemaal langs de camera naar binnen. De dragers zitten al, halverwege de aula, alle vier op rechts. Van Bokhoven schuift met Kiewik en nieuwe Maria op links de bankjes in, dat betekent dat andere Maria en ik op rechts moeten zitten, dat is goed. Het evenwicht, dat is belangrijk. Nu stil blijven zitten. Laat de mensen maar denken dat ze naar een foto staren met muziek erbij. Een dodelijk saaie videoclip. Ave Verum Corpus, Mozart. Een rijtje mensen, op de rug gezien. Als de clip eindelijk is afgelopen kijkt Maria naar mij, ja, knik ik, het eerste muziekstuk is nu echt afgelopen, ze neemt plaats achter het katheder, een woord waar ik altijd heel erg bij moet nadenken, dat het geen katheter wordt. Ze spreekt, zacht, berustend, maar scherp gearticuleerd. Het is maar goed dat ze een bomgordel om heeft met een microfoon erin verborgen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;OEFENING&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ze was aan de overkant heel duidelijk &lt;br /&gt;te zien daar bij dat eiland. Een harde stroming &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;trok haar mee naar hier waar drie vaarten&lt;br /&gt;samenkomen weet een vrouw met een witte hond&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;die haar als aarzelend naschrift volgt. Ja hier. &lt;br /&gt;Hier was het knikt een lange jongen met een vuilniszak. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik heb het gezien. Agenten leunden tegen dat hek &lt;br /&gt;en er lagen duikers in het water. Het was zo kalm &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;ik dacht het is een oefening. Een eend schalt&lt;br /&gt;onophoudelijk alsof hij iets wil betekenen&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;in deze voorstelling. Er is koelte onder een treurwilg &lt;br /&gt;die op andere wilgen langs de kade lijkt.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ik zoek een naam voor een vrouw die aanstroomt &lt;br /&gt;in het grijze water van de dood. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;© Maria Barnas&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ze legt haar gedicht in vieren gevouwen voorzichtig op de kist. Als tweede muziekstuk koos ik Mark Hollis, met The colour of spring, lente immers. Meer op sfeer dan op betekenis, de tekst wordt tamelijk onverstaanbaar gezongen. Forget our fate, dat gaat nog wel. En ergens middenin haal je die lentekleur er ook wel uit. Maar ook als je de tekst opzoekt valt er weinig chocola van te maken: ''Forget our fate,' the pedlar sings. Set up to sell my soul, I've lived a life for… And yet I'll gaze at The colour of spring, Immerse in that one moment, Left in love with everything. Soar the bridges that I burnt, One song among us...' Mark Hollis, formerly of Talk Talk, een jaren tachtig synthetisch popbandje, dat ooit een album met dezelfde titel uitbracht als dat veel latere lied meekreeg. Enfin, zou Martin Bril dan opgemerkt hebben. Het werkt.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De kleur van de lente verschiet tot grijs water, het grijze water van de dood. 'Dat water was echt grijs,' zal ze later met enig ontzag over de grijsheid van het water vertellen, 'echt grijs'. Dan mag Randy Crawford. Het nummer klinkt minder dramatisch, minder esotherisch dan het in mijn herinnering geworden was. Er zit eigenlijk een tamelijk opgewekt melodietje onder. Nog zo'n videoclip. Er zijn mensen om minder weggezapt. Dan komen de dragers naar voren, de uitvaartleidster knikt bemoedigend naar de kist. We staan recht. Daar gaan we, de camera voorop. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Als de stoet zich in beweging heeft gezet rent de cameraploeg over het naastgelegen pad een eind vooruit, kunnen ze ons daar opwachten. Raar gezicht, in de verte tussen de coulissen af en toe iemand voorbij te zien rennen, alsof ze daar verstoppertje aan het spelen zijn. Maar als we bij het graf aankomen staan ze klaar. Het is inmiddels echt hard gaan regenen, Degenkamp heeft paraplu's verstrekt, hij heeft er nog wel tien, die staan achter, overgehouden aan Sam Kleppers begrafenis, vertelt hij trots. Hij verstrekt er twee minder dan er mensen zijn. Er staan negen mensen aan het graf, met zeven paraplu's. Als we bij het graf staan, de uitvaartleidster heeft gesproken, komt Kiewik, die eerder elders onderdak vond, onder de mijne staan. Daar staan we, stil, in de regen. Mocht er een windvlaag opsteken, iets verschrikkelijks gebeuren, dan kan meneer Degenkamp nog drie overgeschoten paraplu's overleggen, ten bewijze van de uitvaart van de beroemde crimineel Sam Klepper. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De kist daalt, één steek diep, maar eindeloos traag. Alsof je probeert op je horloge het bewegen van de minutenwijzer met je ogen te volgen. De kist is kletsnat; het zand valt als modder op de kist uiteen. Het in vieren gevouwen gedicht is aan het oog onttrokken. &lt;br /&gt;We wandelen terug naar de koffiekamer. De filmploeg houdt zo'n hengelmicrofoon boven de gesprekken, die maar moeizaam vlotten. Ik zie dat Kiewiks jasje aan de linkerzijde donkergekleurd is van de regen. Mijn schuld. Ik heb de paraplu kennelijk meer boven mezelf dan boven hem gehouden. De twee Maria's praten over huilen; dat zulks de enige menselijke activiteit zou zijn die niet cultureel bepaald is: mensen huilen in iedere taal hetzelfde. Terwijl er in de lach toch wel enige variatie valt op te merken. Daar gaat het van hahaha, en daar van hihihi. Of je wel of niet je tanden moet laten zien. Dat werk. Later proberen we het houten Klaas-effect. Dat je dus niks geks wilt doen, vanwege het idee dat je gezien en gehoord wordt, dat je dan veel strammer gaat lopen. Zoals het bewustzijn van dat wat je zomaar zegt, straks even zomaar kan worden uitgezonden op de televisie, wat je dan weer verhindert om gewoon te kletsen over wat er in je opkomt, op dat moment, nee, dat kunnen wij nog niet zo goed. Straks sta je daar bij een uitvaart over je voorgenomen vakantie te beppen. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De Maria's redden zich nog het best. Als ik een eerste versie van dit verslag aan de oorspronkelijke Maria voorleg, vult zij aan: 'De vrouw met de witte hond uit het gedicht die ik tegen kwam langs de Kostverlorenvaart vertelde me dat de dode vrouw met een enorme vaart kwam aangedreven, dat vond ik vreemd, een dode die een enorme vaart heeft. Ik was van plan het te gebruiken in mijn gedicht, maar dat is niet helemaal gelukt. Ze vroeg eerst: 'Was het die vrouw met de rastaharen?' En toen zei ik: 'Ik denk het niet, ze denken dat het een Oost-Europese vrouw was. Maar er zijn vast ook Oost-Europese vrouwen met rastaharen.' Waarop de vrouw zei: 'O, dan weet ik wie je bedoelt, die was heel jong.' Alsof er dagelijks drenkelingen aanspoelen op de Geuzenkade. Het gesprek over de houten Klazen ontstond door mijn vraag aan de Spaanse Maria of Nederlanders anders rond het graf staan dan Spanjaarden. En andere Maria vond van wel.' &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ja. Dat weet ik nog, dat andere Maria sprak over hard huilen bij het graf. Dat Spanjaarden theater maken. Ik zie dat de microfoonhengel nu boven ons hangt, dus ik zwenk mijn camera naar een van de politievrouwen. Zij staat vrij. Ze vond de muziek wat zwaar beginnen, maar daarna werd het toch heel mooi, en het gedicht, ook prachtig, en of ik dan bij de gemeente werk, en wie mijn opdrachtgever is, van die eenvoudige dingen, daarover praten we. Ik vraag naar de mevrouw die we hebben weggebracht. Of ze over haar nog dingen te weten is gekomen. Nee. Er zijn een paar tips nagetrokken, die niet tot resultaat hebben geleid. En ja, de mevrouw lijkt op de foto hooguit vijfentwintig, maar de marge wordt door de patholoog-anatoom altijd heel ruim gesteld: je wilt niets uitsluiten. Tunnelvisie, dat moet je voorkomen. Breed blijven kijken, dat is het beste. Zo nemen we afscheid: breed kijkend.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Buiten het bereik van het oog van de camera vertelt de uitvaartleidster over haar zoon, die op de Rietveld zit, en dat ze zelf ook bij de kunst betrokken is. Ze heeft laatst zelfs een performance gegeven, zo noem je dat toch? Ze spreekt het woord geaffecteerd uit, op zijn Frans, alsof het een vooroorlogs en exotisch ding betreft, dat bijna uitgestorven is. 'Een performance,' dat kan, oordeel ik, in Engelse tongval. Hoe dan ook, ze heeft laatst ergens opgetreden, in Club Trouw, en ze zal dat binnenkort nog ergens doen. De vlag waaronder heet Henk, ik ben er voor uitgenodigd, maar als de volgende performance plaatsvindt, ben ik onzichtbaar op vakantie.  &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;© voor het verslag: F. Starik&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;+&lt;div class="blogger-post-footer"&gt;&lt;img width='1' height='1' src='https://blogger.googleusercontent.com/tracker/1519731747028585709-7250660804128231567?l=uitvaart.eenzameuitvaart.nl' alt='' /&gt;&lt;/div&gt;</description><link>http://uitvaart.eenzameuitvaart.nl/2011_05_01_archive.html#7250660804128231567</link><author>noreply@blogger.com (uw Starik)</author></item></channel></rss>
